Maandelijks archief: februari 2019

Zullen we muren afbreken?

Het gaat de laatste tijd in de media heel vaak over het bouwen van muren. Een Amerikaanse president die een muur wil bouwen op de grens met Mexico, om mensen tegen te houden. De Israëlische regering die een muur liet bouwen om Palestijnen tegen te houden. En ook in ons eigen land klinkt steeds dat we maar een muur om ons land moeten bouwen om vreemdelingen buiten de deur te houden, zoals dat bij sommige landen in Europa al het geval is. Vaak worden dee muren gebouwd uit angst, angst voor alles wat ons vreemd is. Muren kunnen geborgenheid bieden. Erachter ben je veilig, kun je jezelf zijn. We zijn blij dat ons huis bestaat uit muren. Ze beschermen ons en bieden ons privacy. We zijn blij dat de waterkeringen bestaan uit muren. Ze beschermen ons tegen natuurgeweld en tegen geweld van de zee. Muren zijn onmisbaar. Of het nu zichtbare muren zijn van steen, of onzichtbare muren van geboden en verboden.  Maar muren kunnen ons ook gevangen houden. Ze beletten ons het zicht op wat of wie er om ons heen is. De nieuwe mensen in de straat zie je niet zoals ze zijn. We storen ons aan hun ruzies, aan het lawaai van de kinderen of we zien alleen een hoofddoek. Veel muren die ooit zijn gebouwd uit veiligheid, zijn veranderd in muren die mensen isoleren. Onzichtbare muren zijn vaak moeilijker af te breken dan zichtbare muren. Omdat ze onzichtbaar zijn, denk je dat je heel goed kunt rondkijken. Maar dat is niet echt zo, je ziet niet wat er achter die muur is. Een onzichtbare muur merk je meestal niet op. Tegelijkertijd kunnen muren mensen ook buitensluiten. Ze maken het land, de stad, je leven tot een onneembare vesting, terwijl mensen recht kunnen hebben op dezelfde bescherming die wij er ook van hebben.

We zijn op weg naar Pasen. Komende zondag begint de 40 dagen-tijd. De voorbereidingstijd voor Pasen. Met Pasen wordt door Jezus de laatste muur geslecht die mensen gevangen houdt.  De muur van de dood!  Door de muur van de dood af te breken zet hij mensen niet alleen in de vrijheid, maar hij laat mensen ook opnieuw tot bloei komen. Hij laat mensen opnieuw mens worden. Hoe vaak komen we ze niet tegen, de mensen die gevangen zitten in hun eigen angst en verdriet. In hun eigen onmacht om met andere te kunnen communiceren. Die een muur om zich heen hebben gebouwd, vaak onzichtbaar, waar anderen niet meer door heen komen. Door de muur van de dood af te breken, biedt Hij mensen ook de kans om opnieuw tot bloei te komen. Het is net als met het jaargetijde. Het nieuwe licht van de lente, wat deze week volop aanbreekt, biedt planten en bomen nieuwe kansen om tot bloei te komen. Ze ontluiken en worden zichtbaar op hun allermooist. Dat is ook Pasen! Door de muur van dood af te breken, krijgen mensen nieuwe kansen om tot bloei te komen. Weg uit de somberte van dichtplakte huizen en hoog opgetrokken muren. Maar juist durven staan in het nieuwe goddelijke lente licht. Waarin wij opnieuw tot bloei mogen komen!

Esther 7

De kans bestaat dat ieder mens in zijn leven in een situatie terecht komt dat deze een ingrijpende beslissing moet nemen. Dan heb je twee mogelijkheden. Je doet niets en laat alles bij het oude. Of je neemt een beslissing waarvan je de gevolgen niet geheel kan overzien. Niet precies wetend welke gevolgen het heeft voor jouw zelf of voor jouw omgeving. Welke gevolgen een beslissing heeft voor de langere termijn. Dat soort beslissingen zijn vaak ingrijpende beslissingen, waarbij men, als het goed is niet over een nacht ijs gaat. Een beslissing die men neemt en soms samen te vatten is onder het gezegde: de dood of de gladiolen! Het is alles of niets! Het wordt een grandioze mislukking, met alle gevolgen van dien, of een glorieuze overwinning.

Eshter moet met dat zelfde dilemma hebben geworsteld. Het is de dood of de gladiolen, voor  haar zelf, maar ook voor het Joodse volk. Ze neemt de tijd. Ze neemt een aanloop naar dat historische moment. In het vorige hoofdstuk lazen we dat ze de koning en Haman had uitgenodigd voor een intiem diner voor drie personen. Ze kondigde toen al aan dat ze koning iets belangrijks te vragen had. En de koning, in zijn mateloze bewondering voor de schoonheid van Esther, beloofde haar onmiddellijk de helft van zijn koninkrijk, wat ze ook zou vragen. Esther liet zich echter niet verleiden. Als een volleerd politicus weet ze ondertussen hoe het werkt in de slangenkuil van de macht. Niet te snel toehappen. De druk opvoeren. Ze hield daarom zorgvuldig haar kaarten tegen de borst. De tijd was er nog niet rijp voor.

Maar vandaag is het dan daadwerkelijk zover. Opnieuw zijn de koning en Haman genodigd voor een intiem diner voor drie personen. Esther weet er is geen weg meer terug. Het is erop of eronder. Het is de dood of de gladiolen. En opnieuw beloofde de koning haar de helft van zijn koninkrijk. Hij realiseert het zich nog niet. Maar Esther wil inderdaad de helft van zijn koninkrijk. Maar de belofte van koningen is niet zelden niet meer waard dan een garantie tot de voordeur.

Een beproefde strategie om iemand zover te krijgen dat deze jouw gaat helpen, dat deze jouw problemen serieus neemt, is ervoor te zorgen dat het politieke persoonlijk wordt. De aardgas problematiek in Groningen wordt niet opgelost als politici niet met eigen ogen geconfronteerd worden met de gevolgen van de aardgaswinning. Het misbruik probleem in de Rooms Katholieke Kerk wordt niet opgelost, als de leiders van die kerk de slachtoffers niet recht in de ogen durven kijken. Esther begrijpt, wil zij de koning aan haar kant krijgen, dan moet ze zichzelf in de strijd gooien.

Een begrip als “het volk” daarvan raakt niet niemand geëmotioneerd. Maar ik, Esther, uw geliefde koningin, ik dreig te worden gedood omdat er een wet van Meden en Perzen is, een onherroepelijke wet, die bepaald dat wij moeten worden vernietigd. Waren we als slaven verkocht, oke, daarmee hadden wij kunnen leven, dan had ik u, als koning, daar niet eens mee lastig gevallen. Dan waren wij tenminste in leven gebleven. Met verdrukking kun je leven. Maar met genocide, volkerenmoord, houdt het leven op.

Even opletten wat hier gebeurd. Esther spreekt in de wij-vorm. Tot dit moment wist de koning niet dat Esther een Joodse was. Maar de koning weet nu ook, dat zij, zijn geliefde koningin, een Joodse is. Maar liefde en macht, gaan lang niet altijd samen. Het is een coming-out van Esther met alle risico’s van dien. En ook nu weer, wat zijn de garanties, de toezeggingen, van de koning waard? Zal de liefde het overwinnen of de macht?

Maar het kwaad in de wereld kan alleen bestreden worden, als het kwaad ook daadwerkelijk bij naam genoemd wordt. Als het kwaad een gezicht krijgt. Zolang het niet bij naam genoemd wordt, zal het kwaad blijven voortwoekeren. Het is om die reden, dat Esther op de vraag van de koning; wie is dan degene die jullie wil vermoorden, man en paard noemt. Niets wordt meer verzwegen. Zonder enige terughoudendheid, ze heeft niets meer te verliezen, noemt ze het kwaad bij de naam. Het is de dood of de gladiolen!

Het moeten bloedstollende minuten of misschien uren zijn voor Esther. Er is nog niets gewonnen. Welk oordeel zal de koning uitspreken? Zal hij zich bedrogen voelen door haar, nu zij een Joodse blijkt te zijn?  Of zal hij kiezen voor het recht van het Joodse volk? En ondertussen bevindt zij zich in een ruimte, met de man die het op haar leven en haar volk heeft voorzien. Hoe ongemakkelijk moet dat zijn? Een man die zich machtig waande, onaantastbaar. En we weten, de actualiteit leert ons dat geregeld, hoe onberekenbaar machtige mannen kunnen worden, als hun macht wordt aangetast. Niet zelden kiezen deze mannen voor de vlucht naar voren. Ze hebben toch niets meer te verliezen.

Het oordeel van de koning is hard, niets ontziend ten gunste van Esther. Haman eindigt aan de paal die hij voor Mordechai had opgericht. Een gevalletje van; wie een kuil graaft voor een ander…….. Eind goed, al goed, zou je zeggen. De schurk is het slecht vergaan, het kwaad heeft een gezicht gekregen, is tenminste voor een keer overwonnen. Dat geeft hoop.

Maar we zijn er nog niet helemaal. Want met het vertrek, met de vervanging van personen, is niet meteen ook het onderdrukkende systeem verdwenen. Met de dood van Adolf Hitler en het eindigen van de 2e wereldoorlog was niet meteen het antisemitisme uitgeroeid. Met een nieuwe paus is niet meteen het seksueel misbruik opgelost. Integendeel zelfs. Dat kan nog generaties lang door woekeren.

Vaak staan wetten de goede bedoelingen van mensen in de weg. Zo ook vandaag. Het was een wet van Meden en Perzen, een wet waar geen tittel of jota aan veranderd kan worden, een wet die zelfs niet door de koning herroepen kan worden, dat het Joodse volk uitgeroeid moest worden. De oplossing die Esther vindt is verbluffend. Ze gaat niet zitten jammeren tegenover dat onrecht. Maar ze trekt de angel eruit. Ze vaardigt een wet uit waarin staat dat het Joodse volk het volste recht krijgt om zich te verdedigen tegen vervolging en afslachting. Als het recht op misbruik een onherroepelijke wet is, dan is het verzet daartegen ook een onherroepelijke wet. Als het niet kan, zoals het moet, dan moet het maar, zoals het kan.

Het is uiteindelijke een glorieuze overwinning geworden voor Esther. Het was de dood of de gladiolen. Het werden de gladiolen. Daarmee wordt de hoop levend gehouden dat het kwaad overwonnen kan worden, dat hoewel de naam niet valt in dit Bijbelboek, zelfs in wat door mensen ervaren wordt als een van god-verlaten-tijd, er toch zoiets is als een god dat naar zijn volk omkijkt.