Alle berichten van Gerhard Ter Beek

Over Gerhard Ter Beek

Ik ben Gerhard ter Beek. Geboren in 1957 in Hoensbroek. In de eerste plaats ben ik echtgenoot, vader en opa. In de tweede plaats ben ik directeur van het oecumenisch diaconaal-pastoraal centrum de Open Hof in Groningen en ben ik voorganger in de protestantse gemeente Grolloo-Schoonloo

Zondag 29 maart 2020

Uit de diepte, godverlaten, roep ik jou, een geeuwende afgrond, een doodse stilte, geketende kinderen. Uit de diepte, godverlaten, roep ik jou.

Het is een klein gedeelte van psalm 130 in een vrije hertaling van Oosterhuis. Het geeft weer het gevoel dat veel mensen hebben in deze tijd. Een geeuwende afgrond waarin we terecht gekomen zijn, het beeld van een onzekere toekomst. Een doodse stilte is er gevallen in veel huizen. Als je ouder bent en alleen woont. Geen bezoek meer mag ontvangen. Geketende kinderen die niet meer ongestoord naar buiten kunnen om te spelen.

Met een geweldige dreun is onze samenleving tot stilstand gekomen. We moeten ons aanpassen. Onze leefstijl van bijna ongebreidelde vrijheid is plotseling afgegrendeld. We moeten nadenken over wanneer we boodschappen kunnen doen en wie er boodschappen gaat doen. We moeten nadenken over het gegeven dat we niet meer zomaar bij iedereen op bezoek kunnen. We moeten nadenken over zaken die eerder vanzelfsprekend waren.

Veel mensen zijn bang om alleen te zijn. Ze hebben andere mensen om zich heen nodig , alleen al om het gevoel te hebben dat ze leven. En dan waren er altijd wel mensen die daar dan tegen in brachten dat alleen-zijn ook een zegen kan zijn. In tijden waarin je die keuze hebt, kan dat zeker waar zijn. Maar wat we nu meemaken is dat veel mensen, veel ouderen, die keuze niet hebben. Ze zouden maar wat graag hun kinderen willen ontvangen, hun kleinkinderen willen knuffelen. Met vrienden een spelletje spelen.

Een ander aspect van alleen-zijn is dat wat veel mensen vandaag meemaken. Alleen-zijn in je strijd tegen het virus. Je zult maar in Brabant wonen en je geliefde voert een eenzame strijd tegen het dodelijke virus in een ziekenhuis in Groningen. Natuurlijk ben je blij zijn dat er een plaats is waar ze geholpen kunnen worden. Maar oh, wat voel je je alleen omdat je er niet bij kunt, niet bij mag zijn. En die verpleegkundige, al die mensen in de zorg, ze staan er vol voor. Maar ook zij staan geregeld alleen. Alleen in hun gevoel, in hun onmacht. Ze doen hun stinkende best, maar toch glippen er mensen door hun handen. En ze hebben vaak niet eens tijd omdat gevoel van onmacht en alleen-zijn met andere te delen. Want de volgende patiënt vraagt weer alle aandacht!

Je hoort soms beweren; “als je in God gelooft, ben je nooit echt alleen”. Dat is maar de vraag. Heel wat mensen die van zichzelf zeggen dat ze geloven leiden onder de wanhoop van dit moment. Onder het alleen-zijn van vandaag. Geloven is geen pilletje tegen alleen-zijn. Was het maar. Dat zou wel makkelijk zijn. “Je moet maar wat meer bidden of in de bijbel lezen, dan voel je niet meer alleen”. Er zijn, ook vandaag, nog kerken waar dit zo gepreekt wordt. Dat lijkt mij misbruik maken van dat wat we God noemen. We spannen God voor ons karretje. Deze moet ons alleen-zijn oplossen. Deze moet ons de weg wijzen uit deze crisis. Maar impliciet zetten we ons daarmee ook af tegen al die mensen die het geloof, die God, zo niet meer kunnen of willen beleven. Alsof God er alleen zou zijn voor mensen die zeggen te geloven. We moeten het nooit willen zoeken in dit soort tegenstellingen. We moeten het zoeken in die vele prachtige kwetsbare mensen in onze omgeving. Want we zoeken allemaal, gelovig of niet gelovig, in deze tijd naar troost. We zoeken allemaal naar nieuwe moed. We zoeken allemaal naar lichtjes van hoop.

Ik zie, Godzijdank, heel veel mooie voorbeelden, ook in onze dorpen, waarin we als gemeenschap, als kwetsbare mensen, elkaar proberen te troosten, elkaar moed in te spreken, elkaar te wijzen op lichtjes van hoop. Er worden drempels geslecht, er worden initiatieven genomen om mensen even op adem te laten komen. Uit die diepte, uit die godverlatenheid, roepen wij elkaar toe: houd moed!  ‘t het is nog nooit zo donker west of het wordt altied wel weer licht…….

Corona virus en onsterfelijkheid.

Toen een paar maanden geleden het corona virus uitbrak was het voor ons, in het westen, in Europa toch vooral een ver-van- bed-show. We werden weer bevestigd in beeld van Chinezen die het niet zo nauw nemen met hygiëne, die de meest exotische dieren openlijk op de markt laten liggen en ze nog opeten ook. De paniek begon bij ons pas toe te slaan op het moment dat het eerste slachtoffer in Europa zich aandiende. Ondanks dat er van alle kanten werd aangegeven dat het allemaal wel mee viel, het was niet meer dan een stevige griep. En aan een “normale” griep gaan nu ook eenmaal jaarlijks mensen dood. En dat zijn vaak meer mensen dan dat er tot nu toe aan het corona virus zijn overleden. De paniek zit volgens mij in het feit dat wij dachten dat we langzaam aan wel de top van de Olympus hadden bereikt in onze medische wetenschap. In de jaren 80 hadden we het aids-virus dat veel meer slachtoffers maakte dan het corona-virus tot nu toe. Door de medische wetenschap is het aids virus een chronische ziekte geworden, die goed te behandelen is. De Mexicaanse griep, Mers virus, Sars virus waren ook vrij snel, zonder al te grote schade onder controle. Vele vormen van kanker zijn tegenwoordig te genezen, dan wel te reduceren tot eveneens een chronische ziekte.

Bij het corona virus is dat allemaal anders. De economische schade loopt al in de miljarden. Het openbare leven komt in veel landen volledig tot stilstand. Het verloop en de ontwikkeling van het virus zijn onberekenbaar. En medicatie kan nog wel jaren op zich wachten. Is het eigenlijk niet zo dat wij, door dit corona virus, worden aangetast in ons idee van onsterfelijkheid? En dat daar de paniek door ontstaat? We hadden tot nu toe misschien het idee dat we de top van Olympus wel bijna bereikt hadden en alles onder controle hadden. De discussie ging steeds vaker over de vraag hoe oud kan een mens worden? En steeds minder over de vraag waar kunnen wij nog aan dood gaan, zonder dat er een medicijn dat ons kan redden voor handen is. Het corona virus zet deze “zekerheid” plotseling op losse schroeven. We blijken dood te kunnen gaan aan iets wat we niet onder controle hebben, waar geen medicijn tegen beschikbaar is, wat ons openbare leven ontwricht en de economie in een crisis stort. Aan die gedachte moeten we wennen. Maar die gedachte kan ook heilzaam zijn. Het dwingt ons tot bescheidenheid. De top van de Olympus zal nooit worden bereikt, iedere keer als wij denken dat we er bijna zijn worden we weer terug geworpen door een nieuwe onberekenbare en onzichtbare tegenstander.

Derde wereldoorlog

Met de regelmaat kom je mensen tegen die allerlei toekomst voorspellingen doen. Zeker zo rond de jaarwisseling duiken ze vaak op. Meestal ga ik daar schouderophalend aan voorbij, omdat deze voorspellingen toch vrijwel nooit werkelijkheid worden. Zeker wanneer voorspellingen verder in de toekomst liggen neem ik ze met een korrel zout. Hoe realistisch ze dan ook klinken, er zijn altijd wel factoren die maken dat de toekomst toch anders verloopt dan men voorspelde.

Afgelopen zaterdag had de krant die ik dagelijks lees een interview met zo iemand. In 2006 had hij, in een boek waar weinig aandacht aan was besteed, reeds voorspeld dat in 2020 de derde wereldoorlog zou uitbreken. Hij kon toen, in 2006, nog niet weten dat er in 2020 in Amerika een onberekenbare brokkenpiloot als Donald Trump tot president zou zijn gekozen. Maar dat was volgens hem ook niet belangrijk. Hij voorspelde namelijk niet dat in 2020 de derde wereldoorlog zou uitbreken, maar hij had dat berekend. Op basis van wetenschappelijke analyses. Op basis van een voorspelbare cyclus in de wereldgeschiedenis.  Hij is er van overtuigd dat zo’n cyclus er altijd precies hetzelfde uit ziet, maar ook altijd precies dezelfde kantelpunten kent.

Nu heb ik altijd geleerd dat de geschiedenis zich nooit volledig herhaald. Zo zijn er altijd andere factoren aan te wijzen die leiden tot een oorlog. De vorige twee wereldoorlogen paste niet in een bepaalde cyclus. Het had 1914 jaar geduurd voordat de eerste wereldoorlog ontstond. En we hebben geen 1914 jaar hoeven te wachten op de tweede wereldoorlog. En als de cyclus tussen de eerste en tweede wereldoorlog was aangehouden, dan hadden we ondertussen de vierde wereldoorlog al gehad. De aanleidingen waren ook totaal verschillend tussen beide wereldoorlogen. Kortom de theorie van deze meneer rammelt aan alle kanten.

Maar toch merkte ik dat het schuurde. Want net in de week hier aan voorafgaande had onze gekozen clown met zijn blonde pruik uit Amerika een onberekenbare aanval uitgevoerd op Iran. En we weten tot dit moment niet welke gevolgen deze aanval heeft. Er is ooit een wereldoorlog ontstaan naar aanleiding van een veel kleiner incident.

Terwijl ik het interview las dacht ik, los van dat de theorie van deze meneer aan alle kanten rammelt, zou het zomaar kunnen gebeuren dat er in 2020 wel een derde wereldoorlog uitbreekt. Niet op grond van een bepaalde cyclus, maar op grond van het feit dat er in de wereld steeds meer mannen regeren die dat bij voorkeur doen op basis van hun spierballen en op basis van wapen gekletter. En een ongeluk zit in een klein hoekje, zoals het neerschieten van een onschuldig passagiers vliegtuig boven Iran bewees.

Vindt u het gek dat ik toch een beetje bang werd? Want niemand wil toch oorlog?

De ster van Bethlehem

Je kunt veel van de Bijbel zeggen. En een van de dingen die je er ook van kunt zeggen is dat de Bijbel wel humor heeft, althans degene die verhalen hebben opgeschreven. Het is wel een subtiel soort humor die je moet zien of willen zien. Het is geen humor van de gulle lach. Het is een humor waarbij mensen op de hak worden genomen, zoals Wim Kan dat vroeger ook kon doen. Die humor zit vandaag ook verwerkt in het verhaal. 

Wat te denken van Herodes. Veruit de machtigste man in de regio, die bang wordt van een pasgeboren kind, en die angst krampachtig probeert te verbergen alleen maar omdat dat kind de titel “koning” krijgt opgeplakt. Je zou toch denken; “man waar maak je je druk om, het is nog maar een kind”, tegen de tijd dat het echt een bedreiging voor jouw gaat vormen, ben jij al lang met pensioen. Maar nee, als een echte cabaretier vergroot Mattheus de angst van Herodes verder uit, waardoor het lachwekkend wordt. Om hem vervolgens als een sukkel weg te zetten, die zich wel heel makkelijk en opzichtig om de tuin laat leiden door wijze koningen.

Maar naast de nodige humor zitten er ook in dit verhaal allemaal verwijzingen naar oude klassieke Romeinse en Egyptische mythes.  Mattheus en Lucas, de verhalenvertellers van het geboorteverhaal, kende die verhalen allemaal. En ze gebruikte ze om het verhaal van de geboorte van Jezus te vertellen. Met humor, met venijn en met omkering. De koningen uit het oosten, de ster van Bethlehem, deze beelden zijn allemaal afkomstig uit die Romeinse en Egyptische mythes.

De koningen uit het oosten, zij volgde een ster om een “nieuwe koning” eer te bewijzen. Geen drie koningen uit het oosten, dat aantal hebben wij mensen er voor geplakt, maar dat getal vinden we in de Bijbel nergens terug. Zo vinden wij in de Bijbel ook nergens hun namen, Melchior, Caspar en Balthazar, terug. Die zijn ontsproten aan de menselijk fantasie.

In de verhalen over Romeinse Keizers en Egyptische farao’s werden de  “nieuwe machthebbers” niet bezocht, maar zij moesten als eerste op bezoek bij hun collega’s.  Om de hiërarchie te benadrukken. De leerling bezoekt de meester. Mar ook om je goede wil te tonen, je goede bedoelingen, je vredelievendheid. Een traditie die je vandaag ook nog terug ziet bij de Europese koningshuizen. Een nieuwe koning of koningin brengt altijd eerst een bezoek aan zijn of haar collega’s, voordat deze bij hen op bezoek komen.

Mattheus draait het om. Koningen, wijzen, magiërs, het is maar welke Bijbel je leest en welke titel erin genoemd wordt, in ieder geval belangrijke mensen, zij worden op pad gestuurd. Dus niet om te vereerd te worden, maar om te vereren. En dan niet een andere koning, maar een onschuldig kind, in een onooglijke stal. Mattheus maakt daarmee al die koningen, die zichzelf zo belangrijk vinden, behoorlijk belachelijk. Het levensbegin van dit kind mocht in niks lijken op dat van de keizers en farao’s, koningen, wijzen en magiërs. Vanaf het begin moest ook direct helder gemaakt worden hoe de verhoudingen lagen. Dat oude koningschap van macht,  status en hiërarchie dat had afgedaan, daarvoor in de plaats kwam het koningschap van dienstbaarheid en rechtvaardigheid. De koningen, op weg gestuurd, achter een ster aan, in het verhaal van Mattheus waren het beeld van dat oude koningschap.

Ieder jaar, rond deze tijd, verschijnen er in allerlei bladen weer populair astronomische artikelen  over de ster van Bethlehem. Of het nu een ster was geweest of een supernova of een komeet?  Een antwoord is nooit gevonden. Nogal wiedes lijkt mij. Want de ster is er op die manier nooit geweest. Al deze schrijvers en wetenschappers gaan er namelijk aan voorbij dat het verhaal van de koningen uit het oosten en de ster van Bethlehem, geen geschiedenisverhaal is. Het verhaal is een geloofsverhaal.

Mattheus gebruikt dat beeld van een ster  niet zomaar, omdat hij het misschien een mooi beeld vond. In de Romeinse mythische verhalen hebben sterren een voorspellende waarde. Nieuwe Romeinse keizers kregen een ster naar zich vernoemd. Dat symboliseerde namelijk hun macht zelfs tot ver voorbij onze aardse grenzen, tot diep in de kosmos. De ster symboliseerde ook de onsterfelijkheid van de keizer. Want aan iedere Romeinse keizer werd de status van goddelijkheid, van onsterfelijkheid toegedicht.

Mattheus maakt handig gebruik van dat, in die tijd, bekende beeld. Alleen hij geeft de ster geen naam, hij kent de ster geen macht toe. Bij Mattheus is het eerder een gidslicht. Een gidslicht dat boven een onooglijke stal, waar een vluchtelingenkind geboren werd, stil blijft staan. En dat geeft ook precies aan waar het op aan komt in het evangelie en in het leven van dit kind. Het zal in zijn leven niet gaan om paleizen, het zal in zijn leven niet draaien om koningen en machthebbers, maar het gaat bij hem om de mensen die geen huis hebben, die onderweg zijn, die verdoemd zijn en voor de samenleving mislukt. Het gaat om mensen die geen macht hebben en die nooit een straat, een gebouw, en zeker geen ster naar zich vernoemd krijgen. Het gaat om de mensen die zich inzetten voor mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Het gaat om de mensen die, tegen de stroom in, proberen de aarde bewoonbaar te houden. Die proberen hun kerk, hun dorp leefbaar te houden.

Het verhaal keert zich op deze manier tegen machthebbers die met wapengekletter hun spierballen laten rollen en daarmee de aarde dreigen mee te sleuren in een vernietigende oorlog.

Door koningen te gebruiken in dit verhaal en door die koningen terecht te laten komen in een onbeduidende stal bij een kind, ontlokt op z’n minst bij ons toch iets van een glimlach.  

Mattheus laat met dit verhaal namelijk zien dat al die zogenaamde koningen er feitelijk niet toe doen. Ze worden hun plaats gewezen. Ze mogen zichzelf wel belangrijk vinden, maar voor het evangelie zijn ze dat niet. Daarin wordt niet voor hen gebogen en geknield, maar zij moeten knielen en buigen. Want in het geboorteverhaal telt maar een ding en dat is het vluchtelingenkind. Die als een pelgrim mee zou reizen door de tijd. Niet op zoek naar een vage ster, maar op zoek naar het licht dat mensen, mensen maakt. En daaraan zijn onsterfelijkheid mag ontlenen.