Alle berichten van Gerhard Ter Beek

Over Gerhard Ter Beek

Ik ben Gerhard ter Beek. Geboren in 1957 in Hoensbroek. In de eerste plaats ben ik echtgenoot, vader en opa. In de tweede plaats ben ik directeur van het oecumenisch diaconaal-pastoraal centrum de Open Hof in Groningen en ben ik voorganger in de protestantse gemeente Grolloo-Schoonloo

Franklin

De jeugd van Franklin speelde zich af op Curaçao. De zon, de warmte. Hij werd geboren in 1946. Vlak na de oorlog, waarin ook Curaçao werd getroffen door Duits oorlogsgeweld, met grote armoede als gevolg. De tijd waarin het zeker niet voor de hand lag om de oversteek te maken naar Nederland. Toch, waarschijnlijk ergens in de jaren ’70, wanneer ik hem er naar vroeg wist hij het niet eens meer precies, maakte Franklin de oversteek naar Nederland. In de hoop op een betere toekomst dan op Curaçao mogelijk was. Eenmaal in Nederland kwam hij terecht in een milieu waarin hij uiteindelijk bezweek voor drank en drugs en criminaliteit. Zoals meer van zijn generatiegenoten en landgenoten. Het grootste deel van zijn leven in Groningen, kwam hij daarmee terecht in de marge van de samenleving. Je zou kunnen zeggen daarin maakte hij “carrière”. Franklin was een “beer van een vent”. Alles was groot aan hem! Daar komt bij dat hij een stem had die tot ver voorbij de Martinitoren, tot diep in de Ommelanden, reikte als hij deze op volle kracht gebruikte.

Zijn territorium was de Oude Kijk in ’t Jatstraat, hoek Muurstraat. Daar was Franklin vrijwel iedere nacht te vinden. Dat stuk beheerste hij. Daar handelde hij en “beschermde” hij. Daar waren mensen bang voor Franklin. Met zijn enorme postuur en stemgeluid.

Dat stemgeluid gebruikte hij voor een deel om mensen te intimideren. Datzelfde stemgeluid gebruikte hij ook als hij de Open Hof binnenkwam. Met een oerkreet, veelal direct gevolgd door een bulderende lach, die de ramen deed trillen, kwam hij binnen en liet mensen ineen krimpen. Zodanig dat ik van menig was dat ik daartegen moest optreden. Ik nodigde hem uit voor een gesprekje in de huiskamer. Fluisterend maakte ik hem duidelijk dat ik zijn “grote bek” respecteerde, maar dat hij goed moest weten dat er een was die een “grotere bek” had: EN DAT WAS IK! Franklin deinsde terug, was even stil en liet vervolgens zijn bulderende lach horen. Hij sloeg mij op de schouders. Sindsdien spraken we geregeld met elkaar. Vertelde hij over zijn leven, beschermde hij vrijwilligers tegen kwaadwillende andere bezoekers, en stuurde hij te jonge bezoekers van de Open Hof weg, want dan zou het alleen maar slecht met ze aflopen.

De harde stem van Franklin was echter niet geheel tot zwijgen gebracht. Hij kwam weliswaar niet meer binnen met die oerkreet van hem. Maar als Franklin in de huiskamer zat en ik kwam binnen, dan klonk iedere keer weer die bulderende stem: DOMINEE! Steevast gevolgd door een bulderende lach. Ik kon dit welkom altijd maar op een manier beantwoorden, met mijn bulderende stem: FRANKLIN! En we gaven elkaar een boks! Datzelfde ritueel voltrok zich ook als we elkaar ergens in de stad tegenkwamen. Waar mensen dan verschrikt naar ons om keken, maar Franklin en ik, lachend onze weg vervolgde.

De laatste keer dat ik Franklin zag was toen hij door de politie naar de Open Hof werd gebracht. Zij hadden Franklin gevonden op een bankje in de stad. Hij had zichzelf helemaal bevuild. Strompelend tussen beide agenten kwam hij binnen. Van zijn bulderende stem was alleen nog gefluister over en zacht beschamend lachje. Of wij hem konden helpen? Liefdevol ontfermde twee vrijwilligsters zich over Franklin. Ze zette hem onder de douche en poetste hem schoon. Waste zijn haren en zorgde dat hij schone kleren aan kreeg. Daarna werd Franklin weer door de politie opgehaald. Deze keer niet om hem mee te nemen naar het bureau, maar om hem af te leveren bij de opvanginstelling.

De bulderende beer, waar mensen bang voor waren, was een oud vertederend mannetje geworden. Die nu voor altijd zwijgt!

De overspelige vrouw

Wat is dat toch die fascinatie voor alles wat maar met seks te maken heeft in de Bijbel en in de kerken? Van priesters in de Rooms-Katholieke kerk wordt een onberispelijk seksloos leven verwacht en van de gelovige wordt een onvoorwaardelijke trouw gevraagd waarbij er voor het hele leven slechts een partner beschikbaar is. Tot de dood ons scheidt. Om nog maar te zwijgen over onderwerpen als homoseksualiteit, lesbiennes, transgenders in de kerken.

Lucas Cranach de Oude. Jezus en de overspelige vrouw.

Wie zich nog de openingsscene van de film Turks fruit kan herinneren weet hoe ingewikkeld seksualiteit en een christelijke leven kunnen zijn. De hoofdrolspeler in de film ligt in bed met een getrouwde jonge vrouw. Op enig moment kijkt zij zorgelijk de camera in en spreekt dan de beroemde zin: “ik mis god tussen ons”…. De dame blijkt van streng christelijke huize.

En vandaag ontkomen we er ook niet aan. De relatie met seksualiteit en het zondige er van. Jesaja vertelt het ons niets verhullend. Een soldatenhoer. Een vrouw die het tot haar beroep had gemaakt om mannen ten tijde van oorlog, waarin de lichamelijke en geestelijke spanningen, tussen mannen onderling, hoog oplopen, te bevredigen. Daar waar het front was, daar was zij. En als we Jesaja mogen geloven waren het de lusten die haar bevredigde, die haar op de been hielden. Die haar niet deden stoppen met haar werk, hoe vermoeiend het ook was. We mogen er van denken wat we willen. Maar het is zo oud als de mensheid. En wie zijn wij om daar een oordeel over te hebben? Hebben we ons weleens afgevraagd wat wij zouden doen in dergelijke omstandigheden, als man of als vrouw?

Maar de ingewikkeldheid wordt nog eens extra zichtbaar als we het verhaal van Johannes beluisteren. De overspelige vrouw. De vrouw die is vreemd gegaan. Daar heb je het weer. Het is weer de vrouw die het heeft gedaan en weer gaat het over seksualiteit. Maar dit zaakje stinkt. En niet zo weinig ook. Blijkbaar is de vrouw op heterdaad betrapt. En dat roept allerlei vragen op. Wie heeft haar verraden? Even er vanuit gaande dat ze niet in het openbaar het overspel pleegde. Ze was getrouwd. Maar waar is haar man dan? En wat is zijn rol in de behoefte van de vrouw om het overspel te plegen? Ze zal ongetwijfeld haar reden hebben gehad voor dit overspel. Wat weten wij, wat er achter de voordeur bij mensen gebeurt en in relaties aan emotionele en lichamelijke verwaarlozing?  Aan geestelijke mishandeling. Maar het oordeel is blijkbaar geveld. Doch alleen over de vrouw. Waar is de man met wie ze overspel pleegde, het bed deelde? Wordt het hem niet aangerekend, dat hij mogelijk stookte in een goed huwelijk. Maar niemand in het verhaal vraagt zich blijkbaar af wat de rol van die mannen is. Of is het eerder een kwestie van mannen onder elkaar, die elkaar de hand boven het hoofd houden. En dus hebben ze de mannen maar laten lopen.

En in dat kader lijkt het erop dat deze vrouw gewoon wordt misbruikt voor de mannenmacht. Want in de kern ging het de farizeeën, allemaal  mannen, niet om het overspel van de vrouw, maar dat overspel was eerder een mooie aanleiding om een valstrik te zetten voor Jezus. Want vergeet niet. We naderen het Paasfeest. En dus moet er een aanleiding gezocht worden om Jezus gevangen te nemen en hem te kunnen veroordelen. Anders is er geen Pasen. En voor dat spelletje van mannenmacht wordt deze vrouw misbruikt.

En de opzet lijkt vanmorgen te slagen. Als Jezus deze vrouw niet veroordeelt dan overtreedt hij de wet van Mozes, je zou kunnen zeggen, de Joodse grondwet, en dat is dan een reden om hem te arresteren. Maar, een veroordeling staat haaks op de boodschap die Jezus zijn hele leven heeft verkondigd, de boodschap van liefde en vergeving. En daarmee zou hij zijn eigen boodschap verloochenen. En dus alle reden om hem weg te zetten als onbetrouwbaar, als een draaier. Maar Jezus is geen politicus die heel gemakkelijk een draai maakt van 180֯ graden om daarmee recht te praten wat krom is. Hij gaat ook geen ingewikkelde juridische en theologische discussies aan over de interpretatie van een wet. Wat zouden wij doen in een dergelijke situatie. Wat Jezus uiteindelijk doet is bij uitstek pastoraal. Hij houdt mensen een spiegel voor. Kijk eerst naar jezelf en als je dat gedaan hebt, durf jij het dan nog aan om deze vrouw te veroordelen? En een voor een druipen ze af. Jezus gunt ze geen blik meer waardig. Daarmee zou je kunnen zeggen; eind goed, al goed! Het spel van de mannen en hun macht is mislukt. Daarmee is het voorlopig nog geen Pasen.

Maar toch blijft er een nare smaak achter. Inderdaad, je kunt zeggen ze is niet veroordeeld door Jezus. Vergeving is haar geschonken. Dat is een bijzondere mooie christelijke houding. Maar, ze is wel veroordeeld door de mannen en door de massa. Die zullen haar vanaf vandaag altijd blijven nawijzen als de vrouw die is vreemd gegaan. Door haar publiekelijk in het midden van de massa op te voeren, door de aanklacht ten overstaan van iedereen te formuleren. Door haar geen enkele kans te geven op verweer. Door niet naar haar kant van het verhaal te willen luisteren. Door niemand op te voeren die haar wilde verdedigen, zal ze voor de rest van haar leven toch de vrouw blijven die is vreemd gegaan. En in de kleine gemeenschappen van die tijd is dat een levenslange veroordeling. En dat kruipt onder haar huid. Dat gaat haar in haar bloed zitten.

Zal er ooit nog een moment komen dat zij gewoon weer die vrouw is die liefde gaf aan haar kinderen. Dat hare ware gezicht, meer dan twee, zegt Huub Oosterhuis, weer wordt opgegraven, zodat we kunnen zien wie zij daadwerkelijk is. Wie haar ware gezicht ontmaskert, die zal haar vinden en zal zien dat ook zij een vrouw is met angst, met ogen die het ook niet altijd zien. Dat ook zij een leven leidt, bloot en kwetsbaar. Een leven dat recht heeft op vergeten worden van fouten die gemaakt zijn. Een leven dat recht heeft op de opstanding.

Zullen we muren afbreken?

Het gaat de laatste tijd in de media heel vaak over het bouwen van muren. Een Amerikaanse president die een muur wil bouwen op de grens met Mexico, om mensen tegen te houden. De Israëlische regering die een muur liet bouwen om Palestijnen tegen te houden. En ook in ons eigen land klinkt steeds dat we maar een muur om ons land moeten bouwen om vreemdelingen buiten de deur te houden, zoals dat bij sommige landen in Europa al het geval is. Vaak worden dee muren gebouwd uit angst, angst voor alles wat ons vreemd is. Muren kunnen geborgenheid bieden. Erachter ben je veilig, kun je jezelf zijn. We zijn blij dat ons huis bestaat uit muren. Ze beschermen ons en bieden ons privacy. We zijn blij dat de waterkeringen bestaan uit muren. Ze beschermen ons tegen natuurgeweld en tegen geweld van de zee. Muren zijn onmisbaar. Of het nu zichtbare muren zijn van steen, of onzichtbare muren van geboden en verboden.  Maar muren kunnen ons ook gevangen houden. Ze beletten ons het zicht op wat of wie er om ons heen is. De nieuwe mensen in de straat zie je niet zoals ze zijn. We storen ons aan hun ruzies, aan het lawaai van de kinderen of we zien alleen een hoofddoek. Veel muren die ooit zijn gebouwd uit veiligheid, zijn veranderd in muren die mensen isoleren. Onzichtbare muren zijn vaak moeilijker af te breken dan zichtbare muren. Omdat ze onzichtbaar zijn, denk je dat je heel goed kunt rondkijken. Maar dat is niet echt zo, je ziet niet wat er achter die muur is. Een onzichtbare muur merk je meestal niet op. Tegelijkertijd kunnen muren mensen ook buitensluiten. Ze maken het land, de stad, je leven tot een onneembare vesting, terwijl mensen recht kunnen hebben op dezelfde bescherming die wij er ook van hebben.

We zijn op weg naar Pasen. Komende zondag begint de 40 dagen-tijd. De voorbereidingstijd voor Pasen. Met Pasen wordt door Jezus de laatste muur geslecht die mensen gevangen houdt.  De muur van de dood!  Door de muur van de dood af te breken zet hij mensen niet alleen in de vrijheid, maar hij laat mensen ook opnieuw tot bloei komen. Hij laat mensen opnieuw mens worden. Hoe vaak komen we ze niet tegen, de mensen die gevangen zitten in hun eigen angst en verdriet. In hun eigen onmacht om met andere te kunnen communiceren. Die een muur om zich heen hebben gebouwd, vaak onzichtbaar, waar anderen niet meer door heen komen. Door de muur van de dood af te breken, biedt Hij mensen ook de kans om opnieuw tot bloei te komen. Het is net als met het jaargetijde. Het nieuwe licht van de lente, wat deze week volop aanbreekt, biedt planten en bomen nieuwe kansen om tot bloei te komen. Ze ontluiken en worden zichtbaar op hun allermooist. Dat is ook Pasen! Door de muur van dood af te breken, krijgen mensen nieuwe kansen om tot bloei te komen. Weg uit de somberte van dichtplakte huizen en hoog opgetrokken muren. Maar juist durven staan in het nieuwe goddelijke lente licht. Waarin wij opnieuw tot bloei mogen komen!

Esther 7

De kans bestaat dat ieder mens in zijn leven in een situatie terecht komt dat deze een ingrijpende beslissing moet nemen. Dan heb je twee mogelijkheden. Je doet niets en laat alles bij het oude. Of je neemt een beslissing waarvan je de gevolgen niet geheel kan overzien. Niet precies wetend welke gevolgen het heeft voor jouw zelf of voor jouw omgeving. Welke gevolgen een beslissing heeft voor de langere termijn. Dat soort beslissingen zijn vaak ingrijpende beslissingen, waarbij men, als het goed is niet over een nacht ijs gaat. Een beslissing die men neemt en soms samen te vatten is onder het gezegde: de dood of de gladiolen! Het is alles of niets! Het wordt een grandioze mislukking, met alle gevolgen van dien, of een glorieuze overwinning.

Eshter moet met dat zelfde dilemma hebben geworsteld. Het is de dood of de gladiolen, voor  haar zelf, maar ook voor het Joodse volk. Ze neemt de tijd. Ze neemt een aanloop naar dat historische moment. In het vorige hoofdstuk lazen we dat ze de koning en Haman had uitgenodigd voor een intiem diner voor drie personen. Ze kondigde toen al aan dat ze koning iets belangrijks te vragen had. En de koning, in zijn mateloze bewondering voor de schoonheid van Esther, beloofde haar onmiddellijk de helft van zijn koninkrijk, wat ze ook zou vragen. Esther liet zich echter niet verleiden. Als een volleerd politicus weet ze ondertussen hoe het werkt in de slangenkuil van de macht. Niet te snel toehappen. De druk opvoeren. Ze hield daarom zorgvuldig haar kaarten tegen de borst. De tijd was er nog niet rijp voor.

Maar vandaag is het dan daadwerkelijk zover. Opnieuw zijn de koning en Haman genodigd voor een intiem diner voor drie personen. Esther weet er is geen weg meer terug. Het is erop of eronder. Het is de dood of de gladiolen. En opnieuw beloofde de koning haar de helft van zijn koninkrijk. Hij realiseert het zich nog niet. Maar Esther wil inderdaad de helft van zijn koninkrijk. Maar de belofte van koningen is niet zelden niet meer waard dan een garantie tot de voordeur.

Een beproefde strategie om iemand zover te krijgen dat deze jouw gaat helpen, dat deze jouw problemen serieus neemt, is ervoor te zorgen dat het politieke persoonlijk wordt. De aardgas problematiek in Groningen wordt niet opgelost als politici niet met eigen ogen geconfronteerd worden met de gevolgen van de aardgaswinning. Het misbruik probleem in de Rooms Katholieke Kerk wordt niet opgelost, als de leiders van die kerk de slachtoffers niet recht in de ogen durven kijken. Esther begrijpt, wil zij de koning aan haar kant krijgen, dan moet ze zichzelf in de strijd gooien.

Een begrip als “het volk” daarvan raakt niet niemand geëmotioneerd. Maar ik, Esther, uw geliefde koningin, ik dreig te worden gedood omdat er een wet van Meden en Perzen is, een onherroepelijke wet, die bepaald dat wij moeten worden vernietigd. Waren we als slaven verkocht, oke, daarmee hadden wij kunnen leven, dan had ik u, als koning, daar niet eens mee lastig gevallen. Dan waren wij tenminste in leven gebleven. Met verdrukking kun je leven. Maar met genocide, volkerenmoord, houdt het leven op.

Even opletten wat hier gebeurd. Esther spreekt in de wij-vorm. Tot dit moment wist de koning niet dat Esther een Joodse was. Maar de koning weet nu ook, dat zij, zijn geliefde koningin, een Joodse is. Maar liefde en macht, gaan lang niet altijd samen. Het is een coming-out van Esther met alle risico’s van dien. En ook nu weer, wat zijn de garanties, de toezeggingen, van de koning waard? Zal de liefde het overwinnen of de macht?

Maar het kwaad in de wereld kan alleen bestreden worden, als het kwaad ook daadwerkelijk bij naam genoemd wordt. Als het kwaad een gezicht krijgt. Zolang het niet bij naam genoemd wordt, zal het kwaad blijven voortwoekeren. Het is om die reden, dat Esther op de vraag van de koning; wie is dan degene die jullie wil vermoorden, man en paard noemt. Niets wordt meer verzwegen. Zonder enige terughoudendheid, ze heeft niets meer te verliezen, noemt ze het kwaad bij de naam. Het is de dood of de gladiolen!

Het moeten bloedstollende minuten of misschien uren zijn voor Esther. Er is nog niets gewonnen. Welk oordeel zal de koning uitspreken? Zal hij zich bedrogen voelen door haar, nu zij een Joodse blijkt te zijn?  Of zal hij kiezen voor het recht van het Joodse volk? En ondertussen bevindt zij zich in een ruimte, met de man die het op haar leven en haar volk heeft voorzien. Hoe ongemakkelijk moet dat zijn? Een man die zich machtig waande, onaantastbaar. En we weten, de actualiteit leert ons dat geregeld, hoe onberekenbaar machtige mannen kunnen worden, als hun macht wordt aangetast. Niet zelden kiezen deze mannen voor de vlucht naar voren. Ze hebben toch niets meer te verliezen.

Het oordeel van de koning is hard, niets ontziend ten gunste van Esther. Haman eindigt aan de paal die hij voor Mordechai had opgericht. Een gevalletje van; wie een kuil graaft voor een ander…….. Eind goed, al goed, zou je zeggen. De schurk is het slecht vergaan, het kwaad heeft een gezicht gekregen, is tenminste voor een keer overwonnen. Dat geeft hoop.

Maar we zijn er nog niet helemaal. Want met het vertrek, met de vervanging van personen, is niet meteen ook het onderdrukkende systeem verdwenen. Met de dood van Adolf Hitler en het eindigen van de 2e wereldoorlog was niet meteen het antisemitisme uitgeroeid. Met een nieuwe paus is niet meteen het seksueel misbruik opgelost. Integendeel zelfs. Dat kan nog generaties lang door woekeren.

Vaak staan wetten de goede bedoelingen van mensen in de weg. Zo ook vandaag. Het was een wet van Meden en Perzen, een wet waar geen tittel of jota aan veranderd kan worden, een wet die zelfs niet door de koning herroepen kan worden, dat het Joodse volk uitgeroeid moest worden. De oplossing die Esther vindt is verbluffend. Ze gaat niet zitten jammeren tegenover dat onrecht. Maar ze trekt de angel eruit. Ze vaardigt een wet uit waarin staat dat het Joodse volk het volste recht krijgt om zich te verdedigen tegen vervolging en afslachting. Als het recht op misbruik een onherroepelijke wet is, dan is het verzet daartegen ook een onherroepelijke wet. Als het niet kan, zoals het moet, dan moet het maar, zoals het kan.

Het is uiteindelijke een glorieuze overwinning geworden voor Esther. Het was de dood of de gladiolen. Het werden de gladiolen. Daarmee wordt de hoop levend gehouden dat het kwaad overwonnen kan worden, dat hoewel de naam niet valt in dit Bijbelboek, zelfs in wat door mensen ervaren wordt als een van god-verlaten-tijd, er toch zoiets is als een god dat naar zijn volk omkijkt.