1 Samuel 12: 1 – 25

Het volk is verwarring. Ze dreigen als verweesd achter te blijven. Samuel heeft zijn afscheid aangekondigd en is feitelijk al als leider teruggetreden. Maar degene die hem moeten opvolgen, zijn zoons, zijn door en door corrupt. Houden zich bezig met afpersing, drankgelagen en vrouwen. Ten einde raad neemt Samuel zelf de draad maar weer op om leiding te geven aan het volk. Maar daarmee is zijn lijdensweg nog niet ten einde. Want het volk wil een koning. Ze hebben gezien dat ze niet kunnen vertrouwen op die door God aangestelde geestelijke die leiding moeten geven aan het volk. Ze worden van alle kanten bedreigd door volken met koningen die hen dreigen aan te vallen, die hen dreigen onder de voet te lopen. Zij, als klein volk, staan dan machteloos tegenover de grote hen omringende naties.  Ze willen een krachtig leider, iemand die staat voor zijn daden, iemand die in staat is om weerstand te bieden tegen de bedreigingen.  Iemand die geen vage beloften doet maar zegt wat hij denkt en doet wat hij zegt.

Voor Samuel is dat een grote teleurstelling. Van jongsaf aan is hij toegewijd geweest aan de dienst van die Ene God. Samuel ervaart de vraag van het volk als een diskwalificatie van Israëls God. ‘Immers, de Ene, uw God is toch uw koning’?  Hij waarschuwt het volk dat het hebben van een koning niet alles is en hij bepleit hartstochtelijk dat, mocht het zover komen, zowel koning als volk de Ene dienen en trouw blijven en met God blijven gaan. Zo niet dan zullen de gevolgen dramatisch zijn. Het volk wordt bang en erkend de fouten uit het verleden, met nog steeds de vraag om een koning en het vraagt Samuel om voor hen te bidden, voor vergeving van hun zonden.

Deze dagen staan we stil bij de doden uit de tweede wereldoorlog. Mensen die hun leven gaven voor onze vrijheid. Een vrijheid die ernstig werd bedreigd door een leider en een systeem, dat meende god aan zijn zijde te hebben. Sterker nog de leider meende zelf god te zijn, door naar willekeur te kunnen beslissen over leven en dood.  Steeds meer mensen, ook in deze tijd, zijn zich bewust geworden van de waarde van een begrip als vrijheid.   De tijden zijn gelukkig  veranderd.  Leiders in dit land worden in gekozen door het volk, langs democratische weg. Het volk krijgt daarmee de leider die het verdiend. Leiders die geleerd hebben rekening te houden met de belangen van alle bevolkingsgroepen; recht voor iedereen.  Maar er is iets veranderd in dit land. Steeds meer politici laten er zich op voorstaan dat ze doen wat ze beloven. Dat ze doen wat het volk wil. En daarmee zetten ze zich neer als een krachtig leider, waar het land trots op kan zijn en die dan ook duidelijk maken dat zij trots zijn op hun land. Maar die het blijkbaar ook geen problemen vinden om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Om het recht voor de een toch van meer waarde te vinden dan het recht van de ander. En toch zweren ze bij hun aantreding trouw aan de grondwet, zo waarlijk helpe mij God almachtig.  Ze hebben allemaal goed naar Samuel geluisterd, zou je zo denken.

Wat verder de wereld in ligt het vaak wat ingewikkelder. Daar worden de leiders niet altijd gekozen, maar grijpen ze niet zelden met bruut geweld de macht. Leiders die van geen wijken weten, omdat men zich niet kan voorstellen dat het volk hen niet gekozen zou hebben.  Hij  is toch de aangewezen persoon is om het volk van een verdere ondergang te redden. Het blijkt vaak slechts een legitimatie, met vaak een beroep op God, voor zijn onderdrukkende daden. In de visie van deze koningen over de gehele wereld,  zo zal ik ze gemakshalve allemaal maar even noemen,  is God blijkbaar makkelijk in te spannen voor het politieke hand- en machtswerk. Het is niet de vraag of het volk een keuze maakt om met God verder te gaan of met een andere koning, nee het ligt in de visie van deze machthebbers in elkaars verlengde.  Het is dus niet God of de koning. Het is geworden: God en de koning. En sommige gedragen zich zodanig autoritair dat het eerder is; de koning en God. Zij maken god ondergeschikt aan hun macht.

Als het zo bedoeld zou zijn, dat God en de koning in elkaars verlengde zou komen te liggen, dan zou dat ongetwijfeld door God zelf in het leven zijn geroepen.   Maar als het zo simpel lag zouden we ons ook kunnen afvragen waarom Samuel zich zo verzette tegen die zo door het volk gewenste koning. We zouden kunnen zeggen het is weinig democratisch van Samuel om de wil van het volk zo tegen te werken.

Gaan we met God of gaan we met een andere koning?  Samuel waarschuwt ons om niet achter iets aan te lopen wat niets oplevert en niet bevrijdt.  Blijft God trouw en met heel uw hart toegedaan. Onderhouden we de geboden van God en handelen we in zijn Geest en laten we de liefde prevaleren, of gaat het ons om de Koninklijke macht en de machtspelletjes. Gaat het ons om het resultaat, om de politiek, om onze eigen  belangen en positie of gaat het ons om God en zijn geboden.

Jezus staat, evenals Samuel, op de drempel van zijn afscheid. En beide houden het volk een boodschap voor. Een boodschap die niets aan duidelijkheid te wensen laat. Vertrouw op God. Hij laat jullie niet in de steek. Hij laat jullie niet als wezen achter, zonder bescherming, zonder gemeenschap.  De angst van de vrienden van Jezus is even begrijpelijk als die van het volk ten tijde van Samuel. Want de vrienden van Jezus dreigen verweesd achter te blijven, als kleine minderheid. Als kleine groep moeten zij het gevecht aan voor Gods zaak. Zij moeten de strijd voor Gods geboden gaan voeren. En dan geeft het een veilig gevoel als je iemand in je midden hebt die een leider is. Die zegt hoe het moet. Jezus stelt hen gerust. Ik laat jullie niet als wezen achter. Ik kom terug. Niet in de gestalte van een koning, omkleed met een hermelijnen mantel, met een hofhouding en groot sterk bewapend leger. Ik kom terug in de Geest van de Waarheid. Een moeilijke omschrijving van Johannes. Die veel onduidelijkheid oproept en op zijn beurt ook weer veel vragen oproept. Want wat is dan die Geest en wat is dan die Waarheid?  En weer spreekt Jezus over het houden van de geboden. Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. En omgekeerd zegt hij aan het eind; wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief.  Steeds dat verband tussen de geboden en de liefde.

God is de enige koning die jullie kunnen volgen als het gaat om recht voor verdrukten.

Daarvoor hebben jullie de liefde nodig voor mensen die verdrukt worden. Want in de liefde voor God vinden we de liefde voor verdrukten en ontrechten.  Niet de wil van machthebbers geschiedde, niet mijn wil geschiedde omwille van mezelf, maar Uw wil geschiedde omwille van mensen die geen plaats kennen in onze samenleving. Wij behoren tot de groep die dagelijks de strijd moet voeren voor Gods geboden. Wij moeten opkomen voor de verdwaasden van de stad, voor de eenzamen van onze gemeenschap, voor zieken in ons midden. Wij moeten het geding gaan voeren tegenover die grote overmacht van mensen die gaan over lijken, die gaan over de ruggen machteloze. Dat is Gods Waarheid. Dat zijn zijn geboden. Daar hebben we liefde voor nodig, de liefde voor de Ander, om het vol te houden, om het door te kunnen zetten. En dat levert ons meer op dan maar achter machthebbers en koningen blijven aanlopen. Dat blijken vaak doodlopende wegen van vriendjespolitiek, het recht van de sterkste en misbruik van macht.

Deze week nemen we twee minuten stilte in acht. Omdat we gedenken de slachtoffers van een afschuwelijk systeem, van een afschuwelijke oorlog. We tonen onze dankbaarheid aan de mensen die voortgingen in de strijd tegen dat onrecht.  Ruim zeventig jaar later kijken we daarop terug. Godzijdank, God liet ons niet verweesd achter. Zijn Geest, ging met hen mee in de strijd. We zijn twee minuten stil om dan vervolgens uit te barsten in feestgedruis om de bevrijding. Niet om stil te staan, maar om begeesterd de strijd te blijven voeren, omwille van zijn onterfde kinderen.