Exodus 32 : 7 – 14

Waar gaat het vandaag om? God ziet dat zijn volk een andere weg kiest. Zijn grote liefde keert zich van hem af. Dat doet hem pijn, dat leidt tot boosheid en verdriet. Geef hem eens ongelijk. Hij voelt dat het volk van hem afdwaalt. Je zou kunnen zeggen god heeft recht op dat verdriet. Maar het volk zet deze stap niet lichtvaardig. Het is ten diepste teleurgesteld in de vrijheid die hen was voorgespiegeld. Het heeft tot nu toe tot niets geleid. Integendeel zelfs. Het heeft geleid tot hongersnood, tot dorst, tot onderlinge strijd. De moraal is diep gezakt. En van dat beloofde land is in de verste verte niets te bespeuren. In die teleurstelling, in dat verdriet en in die innerlijke strijd, wordt in wanhoop om god geroepen. Waar is god? Waar is mijn vrijheid? Wanneer komt dat beloofde land? Vroeger was alles beter, toch?

De weg naar de vrijheid lijkt afgesloten en lijkt een doodlopende weg te zijn geworden. De moedeloosheid slaat toe. Het gevoel het er allemaal bij te laten zitten. Ik schik me wel in mijn lot. Het zal wel niet anders zijn en het zal wel niet anders kunnen. Herkenbaar menselijk gedrag. Want hoe moeilijk is het om je los te maken van overbekende patronen. Hoe moeilijk is het je los te maken van datgene wat je gevangen houdt. Een andere weg inslaan, het durven je zekerheden los te laten. Deze stappen van nieuwe vrijheid zijn maar aan weinig mensen gegeven. Omdat heimwee op de loer ligt. Omdat het verleden wordt verheerlijkt, omdat de toekomst, door de omgeving, wordt voorgesteld als een grote slangenkuil, waar niets goeds uit kan voortkomen.

Met harde hoofden en koude harten staan ze tegenover elkaar. Een jaloerse god en een teleurgesteld volk. Kortom alle ingrediënten voor een vechtscheiding zijn aanwezig. Die, als het aan god ligt, leidt tot vernietiging. Een brandende toorn zal hen verteren. Als dat gebeurt, dan is er helemaal niets meer over. Dan is er geen toekomst meer.

Maar aan de andere kant mag de boze reactie van god ons ook niet geheel verassen. Want hoe menselijk kunnen we god hebben vanmorgen?  God en mens vallen samen! De reactie is van god menselijk. Het wordt niet rechtstreeks gezegd. Maar de jaloezie van god spat de bijbel uit. Niet verwonderlijk, want in exodus 20 zegt god van zichzelf dat deze een jaloerse god is. Jaloezie niet in de betekenis van jaloers zijn op dat wat andere hebben, wat hij niet heeft.

Wanneer god zichzelf een jaloerse god noemt dat komt dat voort uit het feit dat wat hij als zijn eigendom beschouwd, dat dat aan een ander wordt gegeven. Een relationele vorm van jaloezie zouden we het ook kunnen noemen. Een vorm van jaloezie die we inderdaad in relaties veel vaker zien voorkomen. Jaloezie is niet per definitie een slechte eigenschap. Jaloezie getuigt van betrokkenheid, van hechting aan iemand. Jaloezie is daarin het tegenovergestelde van onverschilligheid. Wanneer iemand ons onverschillig laat, worden we niet jaloers.

Jaloezie wordt pas een probleem wanneer het leidt tot bezitsdrang. De jaloezie kan zo groot worden, zo overheersen, dat de ander tot eigendom wordt verklaard. Dat roept in het licht van de Bijbeltekst van vandaag ook de vragen op:  is het volk eigendom van god? Is god eigendom van het volk?  Mensen zijn in ieder geval niet elkaars eigendom. De vrouw is geen eigendom van de man, de man geen eigendom van de vrouw. Kinderen zijn geen eigendom van de ouders. De ouders zijn geen eigendom van de kinderen.? Mensen zijn elkaar voor een bepaalde tijd gegeven. Om elkaar tot steun te zijn en toeverlaat. Maar ook om in vrijheid hun eigen weg door het leven te kunnen en te mogen kiezen.

Wanneer een van beide, man of vrouw, ouder of kind, een andere weg kiest, dan kan dat pijn doen bij de ander. Dat leidt tot teleurstelling en verdriet. Maar het is wel de vrijheid die ieder mens heeft. De vrijheid om zijn eigen weg door het leven te kiezen. En maar weinig mensen zullen deze stap lichtvaardig zetten. Er is vaak een lange weg van teleurstelling, verdriet en strijd aan vooraf gegaan.

Iedere nieuwe vrijheid kost moeite en pijn, verdriet en teleurstelling. De vleespotten van Egypte, ze lijken zo aantrekkelijk, maar zullen uiteindelijk alleen maar leiden tot nieuwe onderdrukking, tot nieuwe dwang, tot oude patronen, waarin mensen elkaar gevangen houden.

Maar hoe moet het nu verder met god en met dit volk? Mozes werpt zich op als een mediator, een bemiddelaar. Hij begrijpt dat god teleurgesteld is en vindt ook dat god recht heeft op zijn teleurstelling. Maar tegelijkertijd moet god ook begrijpen de teleurstelling van het volk. Het wil de vrijheid en niet een nieuwe vorm van onderdrukking door middel van honger en dorst, angst en terreur.

Na een goed gesprek met Mozes geeft god onmiddellijk toe dat het zijn jaloezie is, zijn boosheid, die hem zo doet spreken. Maar is dit dan de oplossing, vraagt Mozes? Dreigen met hel en verdoemenis? Werkt dat niet averechts? Zou het, vanuit pastoraal oogpunt, niet eerder zo moeten zijn dat god er naast gaat staan. De teleurstelling en het verdriet van zijn volk erkend. Niet oordeelt en niet veroordeeld. Voor god blijkt dit al een grote opgave te zijn. Want deze laat in eerste instantie zijn boosheid prevaleren. God en mens worden ook hierin op elkaar gelegd. Want hoe zou het ons vergaan? Zouden wij anders reageren dan god?

Uiteindelijk gebeurt er iets ongedachts, wat voor mensen vaak erg moeilijk blijkt te zijn. Soms zelfs onmogelijk. Maar bij god niet. God bekeert zich. God toont zich van zijn meest liefdevolle kant. Deze ziet in dat zijn weg een heilloze weg is. “Mozes verzacht het aangezicht van god” staat er in het Hebreeuws. Deze ziet in dat zijn weg meer kapot maakt dan hem lief is. Hij moet het volk zijn eigen verantwoordelijkheid teruggeven. Dat kan alleen maar door vergeving, dat kan alleen maar door mensen hun vrijheid te geven. Hoe pijnlijk deze soms ook is. Want vrijheid geven kan mensen dichterbij bij elkaar houden, dichterbij elkaar brengen, dan krampachtig willen proberen vast te houden.

Krijgt het verhaal daarmee vandaag een happy-end? Kunnen we gerustgesteld en tevreden naar huis gaan? Het lijkt mij niet. Want ook vandaag nog zijn veel mensen bezig om die vrijheid te bevechten. Ook vandaag nog zijn talloze mensen bezig om zich te bevrijden van dwang en onderdrukking, van jaloezie, verdriet en teleurstelling.

Uiteindelijk vindt ieder volk, vindt ieder mens, dat strijd voor die vrijheid, tegen onderdrukking en tegen dwang, god aan zijn zijde. Omdat god menselijkerwijs in staat blijkt om zich te bekeren en te vergeven.