Franciscus van Assissi

Marcus 6: 6 – 10

Franciscus van Assissi; een succesverhaal?

Ga de wereld in. En neem alles mee wat je hebt. Je huisraad, je voorraadkast, je bankrekening, je kledingkast, je auto en je caravan. Vergeet je verzekeringspas niet.

En als je ergens een plek vindt, blijf er zo kort mogelijk. Trek zo snel mogelijk door. Je hebt geen tijd te verliezen……

Dit is de tegengestelde boodschap van wat we vanmorgen lezen in de verhalen van Marcus. Maar het lijkt wel heel sterk op de realiteit van vandaag. Want als de mens vandaag de dag de wereld intrekt worden er allerlei zekerheden ingebouwd, om er toch maar voor te zorgen dat we niets tekort komen, dat we geen onnodige risico’s lopen en dat we zoveel mogelijk van de wereld willen zien, althans denken te zien!  En in het voortgaan ontmoeten we ook nog mensen………., misschien! We zijn vaak al met onze gedachten bij de volgende ontmoeting, waardoor de aandacht voor wie we nu tegenover ons hebben snel wegebt.  Het lijkt wel of wij verslaafd zijn geraakt aan ons bezit, verworden zijn tot individuen die alleen nog via de social media snelle contacten leggen. En verslaving leidt tot rusteloosheid…..

Ga de wereld in. Franciscus kwam op een ander spoor terecht. Volgens de verhalen hoorde hij een stem die zei; “geef alles weg waaraan je gehecht bent, het zal van nul en generlei waarde zijn”.

Niet snel daarna kwam hij een melaatse tegen. Een melaatse, een uitgestotene, besmettelijk, ziek en stinkend. Hij kwam van zijn paard af, gaf de melaatse een geldstuk, omhelsde hem en gaf hem een vredeskus. Vanaf dat moment begon hij alles weg te geven wat hij had. Daar kwam natuurlijk gedonder van. Hij zwierf rond als een kluizenaar, gehuld in lompen. Inderdaad hij geen enkele zekerheid meer. Alles achter zich gelaten. Maar zien wat en wie er op zijn pad kwam. Een verhaal van blindelings vertrouwen in andere mensen, in de toekomst. En van daaruit opnieuw beginnen, al moet je daarvoor melaatsen verplegen.

Bezitloosheid en broederschap waren pijlers waarop Franciscus van Assissi de rest van zijn leven bouwde. Hij wist niet waar hij het over had, als hij deze woorden gebruikte. Als rijkeluiszoontje had hij alles wat zijn hartje begeerde. Rijkdom en macht kleefde hem aan. Hij had geen flauw idee wat er buiten zijn eigen leefwereld zich afspeelde aan armoede en onderdrukking. Maar op enig moment maakte hem dat niet meer gelukkig. Hij was in zijn omgeving geliefd om wat hij had en niet om wie hij was! Dat ontdekte hij waarschijnlijk pas op het moment dat hij niets meer had. Gevangen en ziek. Wie keek er nog naar hem om? In een dergelijke situatie bewijst de echte vriendschap zich.  Wie alles bezit en gezond is wordt vaak geliefd om zijn bezit. Vrienden genoeg is de ervaring.

Maar wie niets bezit? Eenzaam, ziek en gevangen! Die niets te geven heeft, behalve zichzelf! Wie niets bezit, zal nooit vrienden vinden omwille van zijn bezit. Het lijkt zo ontwapenend. Maar toch zijn dat vaak de mensen, de onreinen van geest, die angst oproepen, verkramptheid. Het zijn lastpakken geworden, waar we maar moeilijk een goed gesprek mee kunnen voeren. Het praat veel makkelijker met iemand die succes heeft, want we luisteren graag naar succesverhalen. Maar wat is het succesverhaal van Franciscus van Assissi? Dat hij nu een van de populairste heilige is in de kerk heeft hij zelf niet nagestreefd. Dat hij zoveel volgelingen zou krijgen was echt niet zijn plan.

Na zijn ziekte en gevangenschap, kun je het leven van Franciscus, in termen van onze tijd, onmogelijk een succes noemen. Een zonderling in lompen gehuld. Prekend voor de vogels. Hoe gek kun je zijn? Maar dat laatste was het natuurlijk niet. Ja, misschien voor de mensen uit zijn directe omgeving, die gehecht waren aan hun eigen zekerheden van rijkdom, status en aanzien. En zij verklaarde hem dan ook gretig voor gek. Toen hij zich, na een dagenlange voettocht, meldde in Rome bij de paus stuurde deze hem weg met de boodschap; “ga terug naar je varkens en steek voor hen alle preken af die je wilt”. Want met “een gek” hoef je niets. Die kun je negeren.

In het geval van Franciscus was het vooral loslaten van al die zekerheden. Zekerheden die hem gevangen hielden. Die hem verkrampte. Die hem misschien ook wel angst inboezemde. De schaduwzijde van ieder mens. Tegen die angst in durfde hij een keuze te maken die ook inging tegen dat wat mensen “normaal” vinden. Een keuze die inging tegen de wens van zijn ouders. Want die hadden mooie levensroute voor hem uitgestippeld. Hij maakte een andere keuze. Zoals ieder mens een keuze heeft. Is dat dan god? Hij zal het ongetwijfeld zelf zo gevoeld hebben. Een god die hem op die weg zette? Een weg vol onzekerheden? Maar blijkbaar ook een weg die je alleen maar kunt gaan als je het volste vertrouwen hebt in de toekomst.

Ga de wereld in. En laat los alles wat je angst inboezemt en verkrampt. Dat zou weleens onrein van geest kunnen. Vast blijven houden aan je angst en verkramping.  Het is datgene waar een taboe op rust. Wat we niet onder ogen willen of durven te zien. Er is zoveel in het diepst van onze ziel. De schaduwzijde van ons bestaan. Er spookt van alles in ons binnenste. Aan angsten, twijfels, gedachten en ervaringen. En het is allemaal waar!  Maar dat wil niet zeggen dat we ons er door moeten laten gijzelen. Want naast die schaduwzijde is er ook een lichtzijde. En vanuit die lichtzijde kunnen we mensen ook iets geven. Vertrouwen, genegenheid, toekomstperspectief, weg van de angst en verkramping. Kunnen we onszelf geven. Los van bezit en status. Maar dat kan alleen maar als we onze eigen angst en verkramping kunnen overwinnen. En dat is niet altijd een succesverhaal.

Wat heeft Franciscus van Assissi ons vandaag nog te bieden?  Werelddierendag, zonder dat veel mensen zich bewust zijn van het verband met deze heilige. Een roepende in de woestijn? Een achterhaalde gedachte, ergens uit een diep verleden van vele eeuwen terug? Een zonderling in lompen gehuld?  Of is het de gedachte dat alles en iedereen erbij hoort? Dat niets of niemand wordt buitengesloten? De mens niet, maar ook de dieren niet. Franciscus stond open voor mens en dier omdat hij niets van hen wilde. Hij hoefde ze niet te bekeren. Hij had niets anders te bieden dan zichzelf.

liturgie grolloo 8 oktober 2017