Genesis 2: 8 – 15

botu-overzichtAls je in een landelijke omgeving woont als hier in Drenthe, ligt het voor de hand dat je iets meer tijd nodig hebt om te tuinieren, als je dat woont in een grote stad. De ruimte om te tuinieren is daar vaak kleiner, als deze al aanwezig is. Dat was dan ook wennen, toen ik van de binnenstad van Groningen verhuisde naar het platteland van Drenthe.

Voor de een is de tuin louter een plek waar je heerlijk kunt/wilt zitten, zonder dat je er veel tijd aan wilt besteden. Mensen zoeken er troost om hun rouw- of liefdesverdriet een plaats te kunnen geven. Of hun mooiste huwelijksplaatjes te laten schieten. Voor andere is tuinieren vaak een verplichting die er nu eenmaal bij hoort, iets wat onder dezelfde categorie valt als het schoonmaken van je huis. Voor de ander is het tuinieren vaak een ontspannende bezigheid. Een beetje wroeten in de grond. Zaaien, maaien, verpotten, wieden, snoeien, water geven. Van je tuin een mooie creatie maken met bloemen en perken. Het hoort er allemaal bij. En sommige zijn er uren en dagen mee bezig. Om even de gedachten te verzetten. Om even lichamelijk lekker moe te worden. Alle zintuigen staan volledig open. Genieten, als de tuin er goed bij staat. Bezorgd zijn als er iets niet goed gaat. En met dat laatste realiseren we ons dat we het nooit volledig in de hand hebben. Er kan van alles misgaan. Het is soms hard werken, maar het resultaat is niet of maar ten dele afhankelijk van je eigen inspanning. Tuinieren staat daarmee feitelijk haaks op gedachtegang dat wij mensen alles in de hand hebben. Dat wij als mensen alles kunnen beheersen. dat de wereld volledig maakbaar zou zijn. In geloofstermen zou je kunnen zeggen; je hebt het beeld van een God helemaal niet nodig of je bent er compleet afhankelijk van. Maar het leven ligt wat genuanceerder. Je kunt niet alles beheersen, maar je bent als mens ook niet hulpeloos.

In onze christelijke traditie nemen tuinen en tuinieren een belangrijkere plaats in dan we zo op het eerst gezicht zouden zeggen. Het begint vanmorgen in de bijbel met een tuin, die door God geplaatst wordt in het oosten. Maar ook verderop in de bijbel spelen tuinen een belangrijke rol. Jezus wordt gevangen genomen in de tuin van Gethsemane. Hij wordt begraven in de tuin van Joseph van Arimathea en hij verschijnt, na de opstanding, als tuinman aan Maria.

Vanmorgen worden wij mensen, in het tweede scheppingsverhaal, geplaatst in een tuin. Het eerste scheppingsverhaal, wat we allemaal wel kennen, gaat over de zon en de maan en sterren en de zee. Maar in dit tweede scheppingsverhaal, wat veel minder bekend is, wordt de mens geplaatst in een tuin. In deze tuin zijn mensen niet de grote architecten van dat grote heelal en die diepe zeeën. In deze tuin zijn mensen de handwerkers. Die wroeten in de aarde. En die tuin ligt in het oosten. Waar de zon opkomt en waar dus de oorsprong en het begin ligt van het leven en het licht. Die tuin kan niet zonder leven en licht. Die tuin ligt aan de bron van een rivier. Aan een menselijke levensader, het water. Zonder water is er geen leven. Een tuinder heeft dus altijd water nodig. Maar het is ook de plaats waar mensen zich van nature altijd hebben gevestigd, waar zij hun woningen bouwde en hun kinderen baarde. Die tuin in de Bijbel is dus feitelijk niets anders dan onze eigen leefwereld.

We blijven in dit tweede scheppingsverhaal dus dicht bij huis. Dicht bij de grond. Met onze beide benen in de modder. En dat is niet zo raar. Want wij mensen zijn op de aarde gezet om die aarde te beheren. De tuin, de godshof, moet door mensen worden bewaard. Om te zaaien en te verwekken, om vruchtbaar te zijn en te baren. De mens wordt in de tuin gezet om te scheppen. Om in de creativiteit van het tuinieren een vorm van mede-scheppen te laten zien. Niet om voor god te spelen, want we hebben niet helemaal zelf in de hand. In de tuin en het tuinieren leren we onze eigen beperkingen kennen.

Dat beeld van de tuin als onze eigen leefwereld wordt, als het goed is, ook zichtbaar in de manier waarop we onze tuin inrichten. En daar hebben wij mensen wel degelijk invloed op.

We proberen ruimte en licht te geven aan de kleine en kwetsbare planten. Hen ook in de zon te zetten. Hen extra water en voeding te geven. Zodat ze kunnen groeien en bloeien en hun pracht en kracht aan de wereld kunnen tonen. We proberen te voorkomen dat zij in de schaduw komen te staan van die grote en sterke planten, waardoor ze worden verdrukt en uiteindelijk langzaam afsterven.  Daarmee zeggen we feitelijk dat iedereen recht heeft op een plekje onder de zon. Dat iedereen recht heeft om zijn eigen schoonheid te tonen aan de wereld. Je mag er zijn om wie je bent en wat je bent.

En ja daarin proberen wij de baas te spelen over de natuur. Want het is niet Bijbels om de natuur maar altijd zijn gang te laten gaan. De natuur zijn gang laten gaan is niet gods water over gods akker laten vloeien en dan zeggen; “dat zal dan wel gods wil zijn” Daarmee zouden we feitelijk zeggen; het is jammer voor je dat je klein en kwetsbaar bent, maar ja dat is nu eenmaal de natuur en God heeft het zo gewild.  Het is jammer voor je dat je arm bent en zwak, maar ja God zal het wel zo gewild hebben. Het is jammer voor je dat je vrouw bent en slachtoffer van mannelijk geweld, maar ja God zal het wel zo gewild hebben.

Nee, we moeten ook over de tuin waken. En dat betekent dat het ook onze opdracht is om die tuin te cultiveren en erover te waken dat ieder leven daar de plek kan krijgen waar deze recht op heeft. Dat betekent dat we moeten durven schoffelen en wieden en snoeien, want pas dan kan er nieuw leven ontstaan. We moeten voorkomen dat het onkruid onze tuin overwoekerd. We moeten voorkomen dat er alleen maar plaats is voor de sterke planten. We moeten voorkomen dat dat onkruid zich overal door heen weet te wringen. In dat basale werken in de tuin, voorkomen dat het onkruid de tuin overwoekerd, is God aanwezig. Dichtbij onze leefwereld.

liturgie grolloo 3 juli 2016