Genesis 41: 25 – 49

We kennen het verhaal van Jozef. Een mens zoals wij. Met zijn eigen geschiedenis. Een vaderskindje, gehaat door zijn broers die een moordpoging op hem deden door hem in een put te gooien, verkocht als slaaf naar Egypte, gevangen gezet omdat hij een poging gedaan zou hebben om bij de vrouw van zijn baas, Potifar, in bed te kruipen. Uit de gevangenis gehaald als dromen uitlegger en tenslotte verheven tot koning over Egypte.

Nee, wij hebben waarschijnlijk niet zo’n grillige levensloop als Jozef achter de rug. Maar toch staat Jozef wel symbool voor veel van ons. Hij staat wel symbool voor de krachten en machten en verleidingen waar wij mensen aan worden blootgesteld. We zijn, godzijdank, niet allemaal leiders geworden van een wereldrijk. Toch op enig moment heeft vrijwel iedereen weleens leiding moet geven, als was het maar aan eigen kinderen.

Er zijn genoeg mensen te bedenken die een slechtere en minder grillige carrière achter de rug hebben.  Jozef heeft langs deze grillige weg, die hij niet voor zichzelf uitgestippeld had, werkelijk bijna de top gehaald. Bijna! Inderdaad niet helemaal. Want hij verschilt alleen nog van de Farao, de machtigste leider in die tijd ter wereld, door de troon. Hij hoeft feitelijk nog maar een stapje te doen en dan is hij daadwerkelijk de leider van een wereldrijk. Een leiderschap dat verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Dat speciale kwaliteiten van je vraagt. Maar als je dan ziet op basis waarvan hij dat leiderschap in handen krijgt, dan kun je daar op z’n minst een aantal kritische vragen bij stellen. Feitelijk alleen op basis van een toespraak. Een uitleg van een droom!

Toegegeven er zijn in de leiders in de wereld die om minder de macht in handen hebben gekregen. Maar vaak liep het met deze leiders en de wereld niet goed af. Maar de meeste leiders in de wereld hebben, al dan niet langs democratische wegen, er meer voor moeten doen om een wereldleider te worden, dan Jozef. Overigens is een lange slopende democratische verkiezingscampagne geen garantie op succes. En wereldleider worden door middel van geweld en manipulatie al helemaal niet. Het roept ook de vraag op, wat dat dan is een wereldleider. Wat vraagt het van je om leiding te geven? Hoe hoog kan een mens stijgen en daarbij toch zichzelf blijven?

Jozef wordt van alles in handen gegeven. Maar niet de troon. Want er is altijd een grens die moet worden erkend. Er staat altijd iemand boven je. Je mag nooit te groot van jezelf denken. Het ware leiderschap laat zich niet zien in het ophemelen van jezelf. In jezelf steeds belangrijker maken en daarmee de ander kleineren. Leiderschap laat zich zien in het dienstbaar zijn aan de mensen over wie je de leiding hebt verkregen. Of dat nu gaat om de kerk, om een bedrijf, om de school of om een heel land. Jozef wordt koning over een wereldrijk. Hij wordt wereldleider. De kwaliteit van dat leiderschap laat zich ook zien in het durven tegenspreken van het volk. Dienstbaar zijn aan het volk wil niet zeggen dat je alle grillen van het volk klakkeloos moet opvolgen. Maar dat je tegen de wil van het volk in, dat de vluchtelingen liever ziet gaan, dan komen, toch durft te zeggen; wir schaffen das. Dat je tegen de meerderheid van het volk in, rekening durft te houden en je daarover ook durft uit te spreken, met mensen die zich gediscrimineerd voelen door een kinderfeest. De kwaliteit van leiderschap laat zich kennen door alle belangen, in rechtvaardigheid, tegen elkaar af te wegen.

Leiderschap vraagt visie. Of het gaat om de kerk, de school of een bedrijf of een land. Het vraagt visie op mensen, het vraagt visie op een toekomst. De visie van Jozef is wel een verademing, in een tijd waarin de politiek niet verder denkt dan in termijnen van vier jaar, waarin het laatste jaar wordt verziekt door verkiezingsgekonkel en het gooien van modder naar elkaar. Hier is een man aan het woord die veertien jaar vooruit ziet. Iemand die weet dat “vette jaren” geen jaren van inhaligheid, maar van voorzienigheid moeten zijn. Iemand die het belang van het land laat voorgaan op dat van zijn eigen ego, terwijl het niet eens zijn eigen vaderland is. Hier wordt geluisterd naar iemand met visie, in plaats van naar iemand die alleen maar oneliners en kreten de wereld ingooit. Dat er iemand met visie op staat en dat er geluisterd wordt, dat is misschien wel het grootste wonder!

Tegelijkertijd zijn er ook wel zorgen. Gaat dat wel goed met Jozef?

Nog voor hij iets heeft gedaan, krijgt hij de duurste kleren aangemeten van de duurste modeontwerper die er is. Krijgt hij de duurste sieraden omgehangen die er te vinden zijn. Mag hij rondrijden in de, ongetwijfeld met kogelvrij glas, duurste Bentley die er is. En ja, wat is een leider zonder een vrouw?  Staat deze luxe niet in schril contrast met de armoede van het volk in de achterstandswijken? Hoe verhoudt deze luxe zich tot de opmerking van de farao dat Jozef ‘vervuld is van Gods geest’? Jozef dreigt speelbal te worden van de Farao. Lijdend voorwerp. Want wie durft de Farao tegen te spreken? Veel keuze heeft hij niet.  Of het moet zijn, terug naar de gevangenis!

Kan Jozef zichzelf blijven of wordt hij ingepakt door de macht en hardheid van het politieke spel?

Kan hij ontroerd raken, kan hij huilen, als hij het lot ziet van een stad, van een land, van een continent, van de mensen die daar wonen, die worden verjaagd,  vermoord en platgebombardeerd. Waar de vrede verder weg is dan ooit.

Kan hij geloofwaardig blijven vasthouden aan zijn eigen uitgangspunten, aan zijn eigen geloof?