God is kunstenaar

Genesis 1: 1 -20

korenveld bij Auvers02Als domineeszoon was Vincent van Gogh van jongsaf aan vertrouwd met de Bijbel. Hij komt voort uit een kerkelijke richting waarin het leven boven de leer ging. Een vrijzinnige richting zouden we vandaag de dag zeggen. Dat bracht hij zelf ook in praktijk in die periode. Voordat hij zich volledig op het kunstenaarschap stortte, de periode dat hij werkte als prediker/evangelist in de Belgische mijnen, toonde hij zich iemand die begaan was met het lot van de arme en uitgebuite arbeiders. Tijdens een mijnramp gaf Vincent letterlijk de lakens van zijn bed en het hemd van zijn lijf om de gewonden te verzorgen.

Daarna stortte hij zich, via allerlei omwegen, op het kunstenaarschap, via Parijs naar Zuid Frankrijk. Van Gogh werd full-time schepper. Kunstenaar! Die mislukt leek, door zijn waanzin en armoede.

Maar ook daarin, in kunst, in armoede en waanzin, bleef het geloof een belangrijke rol spelen.  In de Schepping om hem heen, de mensen, de korenvelden, die kleine dingen van het leven vond hij zijn inspiratie, zijn begeestering. Van Gogh zocht het niet in het grote, in het alles meeslepende, maar juist in het kleine, alledaagse waarin geregeld iets van zijn geloof zichtbaar werd. Hij maakte kunst waarmee hij het geloof tekende; “penselen schrijven psalmen” noemt Marijke van Hooff dat. Voor Vincent van Gogh was kunst, een van de belangrijkste bewijzen dat God bestaat.

We lezen vandaag Genesis, het Scheppingsverhaal, omdat Scheppen een vorm van kunst is. Niet in de vorm van beelden en schilderijen, maar in woorden. Literaire kunst. In die woorden wordt ons verteld hoe mooi de wereld zou kunnen zijn. Hoe God de wereld bedoeld zou kunnen hebben. Hoe God de wereld in zes dagen gemaakt zou hebben. Maar de wereld in zes dagen maken? Dan is het wel haastwerk geweest. Wat in zijn oorsprong misschien wel klopte, maar wat achteraf gezien niet al te best gelukt is. Kijk om ons heen en zie wat er van zijn kunstwerk geworden is.

In Genesis wordt God ons echter als ander soort kunstenaar voorgesteld. Iemand die volgens een bepaald plan te werk gaat. Die geen haastwerk levert, maar die iets moois wil maken, een wereld waar mensen in vrede kunnen leven. Een paradijs wil hij maken waar mensen eindeloos van kunnen genieten. Ons wordt de schepping gepresenteerd als een kunstwerk dat nog niet klaar is. Als een kunstwerk dat nog vervolmaakt moet worden. Een schilderij in zes panelen. God als Schepper, God de Maker, God de kunstenaar, die de wereld mooier wil maken dan zij op dat moment is. Niet meer en niet minder. Misschien zou je de kunstenaar kun vrijpleiten door te zeggen dat de leerlingen van deze kunstenaar zijn werk niet begrepen. Bleken niet bij machte om het af te maken. Waren niet goed genoeg opgeleid voor dat vakmanschap van kunstenaar. Maar dat blijft een verantwoordelijkheid van de leraar.

Maar dat beeld van de Schepping als kunstwerk, in al zijn schoonheid, dat beeld is pure Scheppingskracht, wat zijn eigen werk moet doen. We kijken er naar en laten ons gevoel, onze emotie spreken. Proberen ons af te sluiten van het waarom en waartoe, maar laten het kunstwerk, in ons zelf, zijn werk doen.

Een kunstenaar gaat voor een belangrijk deel af op zijn gevoel, op iets intuïtiefs. En kunstenaar gelooft in zijn werk. Maar de meeste kunstenaars zijn niet bezig met de vraag waarom men kunst wil maken. Men wil iets moois maken. Men wil de wereld iets moois meegeven. Daarin gaan veel kunstenaars heel intuïtief te werk. Men laat het gevoel prevaleren boven het “waarom” . Want in de “waarom-vraag” zit vaak een vorm van morele en ethische verantwoording verstopt. Waarom maak jij dit? Waarom doe jij dat? Terwijl kunst vaak zijn eigen zeggingskracht heeft en zich niet laat verantwoorden. De kunst moet zijn eigen werk doen. Roept zijn eigen gevoel op, zijn eigen emotie. De morele en ethische verantwoording ontbreekt in het Scheppingsverhaal. Daar was de Kunstenaar, blijkbaar helemaal niet mee bezig.

Als we wel eens uit een museum stappen, vol mooie kunst, dan kunnen we daar begeesterd door raken. Als we ons daarin gewenteld hebben en we staan dan weer buiten, dan komt die keiharde realiteit van de wereld ineens op ons af, alsof de wereld heeft stilgestaan, terwijl wij daar binnen liepen. Wat we dan vaak proberen vast te houden is iets van een Pinkstergevoel. Die begeestering. Dit zou iedereen moeten zien. Dit zou iedereen moeten horen. Dit is van een schoonheid die niet achter de muren mag blijven hangen. We willen het misschien wel uitschreeuwen: “kom, komt dit zien”. Geniet en ervaar iets van dat wat de wereld iets mooier maakt. Vaak klein, soms groot en meeslepend.

Volgens Vincent van Gogh is God een ongeëvenaarde kunstenaar. Hij maakt geen standbeelden of schilderijen, geen boeken, maar hij maakt levende mensen. Volgens van Gogh was God een kunstenaar die het zocht in het kleine. Niet in het grote meeslepende. En Jezus, die Mens die wij zijn Zoon zijn gaan noemen, bediende zich tegenover die levende mens van het gesproken woord. De verhalen die hij vertelde waren pure scheppingskracht. Literaire kunst in de hoogste vorm. Die waren zo krachtig dat zijn vrienden op enig moment besloten, op Pinksteren, dat deze vorm van kunst het verdiende om aan de wereld getoond te worden, om aan de wereld verteld te worden. Ze mochten niet versloffen in het depot van onbegrepen kunst, ze mochten niet blijven hangen het museum van vergeten woorden. Zijn vrienden begrepen dat deze verhalen hun eigen zeggingskracht hebben, die de wereld iets mooier en beter zouden kunnen maken. En daarom de wereld in geslingerd moesten worden. Komt, komt dit horen, deze woorden! Woorden die het werk van God als kunstenaar zouden kunnen vervolmaken.

Natuurlijk zouden we kunnen zeggen dat God als kunstenaar mislukt is, kijk naar wat er van zijn kunstwerk terecht is gekomen. Dat Hij zijn leerlingen niet goed genoeg heeft opgeleid om het werk te vervolmaken. Maar tegelijkertijd heeft deze zelfde kunstenaar in de loop der tijden, misschien niet meer een zo groot en alles omvattend werk gemaakt, maar heeft hij tientallen kleine juweeltjes afgeleverd. En tenslotte, bij alleen de echte grote kunstenaars mogen we blijven hopen dat ze zich nog eenmaal revancheren, met een Schepping die al het andere doet vergeten!