Groot en klein

hqdefaultDe Dijk, Heel andere wereld
Deze wereld met al zijn pijn en
Leed en gelazer, zijn vuil en verdriet
Deze wereld die je voelt schrijnen
Deze wereld is mijn wereld niet

Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd
Een heel andere wereld
Duizend keer mooier
Waar de mensen proberen
Om het niet te verklooien
Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd

Deze wereld van douwen en grauwen
Van snauwen en klauwen, van angst op krediet
Deze wereld, misschien is het de jouwe
Maar dit is mijn wereld niet

Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd
Een heel andere wereld
Duizend keer mooier
Waar de mensen proberen
Om het niet te verklooien
Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd

Noem me dom of naïef
Te onnozel, te lief
Of nog niet van illusies beroofd
Ik heb een heel andere wereld
Een heel andere wereld in mijn hoofd

Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd
Een heel andere wereld
Duizend keer mooier
Waar de mensen proberen
Om het niet te verklooien
Ik heb een heel andere wereld
Een heel andere wereld in mijn hoofd

Een heel andere wereld
Duizend keer mooier

Overweging zondag 11 oktober 2015. Protestantse Gemeente Grolloo-Schoonloo

Psalm 72 — Lucas 8: 40 – 56

In de Bijbel kom je een vrijwel constante stroom tegen van de tegenstelling tussen groot en klein. Bij het laatste gaat het vaak om mensen die ziek zijn, misbruikt, mishandeld, verkracht, vluchtelingen, slaven, werkelozen. Het zijn de maatschappelijk verstotene. Ze zijn er wel, maar het zijn mensen die vaak letterlijk over het hoofd worden gezien. Daar staan vaak tegenover de grote. De machthebbers, de koningen, de priesters, de generaals. De mensen waar je veelal niet om heen kunt. En die je niet over het hoofd kunt zien.

In het verhaal van het doodzieke meisje komen ze voor even samen en blijken ze allebei even kwetsbaar te kunnen zijn. Want de vader in het verhaal is een Romeinse hoofdman, een generaal in het romeinse leger waar je niet om heen kunt. Iemand die macht heeft en status. Een groot man dus. Met aan zijn zijde een doodzieke dochter. Klein en kwetsbaar. Als er niets gebeurt gaat ze dood. Hij valt op zijn knieën en smeekt Jezus om hem te helpen. Om zijn dochter te redden. Dat maakt de Romeinse hoofdman, die in het dagelijks leven vaak zo onkwetsbaar lijkt, kwetsbaar. Want dat is het allerergste wat je als ouders kunt overkomen, dat je kind sterft.

Een zieke is voor de Bijbel niet een kwestie van pech hebben of nog erger: “eigen schuld dikke bult”. Een zieke, of het nu gaat om een kind of om een volwassene, is voor de Bijbel een kwetsbare. Niet een mens die we afschrijven of die we bekijken in termen van economische waarde, “sorry die behandeling is te duur voor u, en daar heeft u geen recht meer op, gezien uw leeftijd”. Het is een maatschappelijk verstotene die er weer bij gehaald moet worden, die weer in de samenleving moet worden opgenomen. Het is een mens die hulp nodig heeft, een mens die even niet kan meedoen, maar die opnieuw in het leven moet worden gezet. Die uit de dood moet worden opgewekt. Ziekte, staat haaks op het begrip vrede/sjaloom, waar het in psalm 72 over gaat. Een zieke is voor de Bijbel een van die kleine mensen waar we zojuist over zongen. “Voor kleine mensen is Hij bereikbaar, hij geeft hoop aan rechtelozen, hun bloed is kostbaar in zijn ogen”. In deze ene zin zit het verhaal van het doodzieke meisje verpakt.

Nu gaan onmiddellijk allerlei mensen tegen mij zeggen; “ja maar toen de psalm geschreven werd was het verhaal van het doodzieke meisje nog niet bekend. Dus jij praat nu een psalmtekst, van duizenden jaren oud, naar een verhaal toe, wat de schrijver van de psalm nooit kende. En met “Hij” in de psalm wordt Jezus in ieder geval niet bedoeld. En dat is natuurlijk ook waar.

Toch is het wel in de lijn van de Bijbel en is die wel helder; vanaf het begin in de Bijbel moeten doden worden opgewekt, moeten zieken worden genezen, moeten slaven worden bevrijd. En daarin weerspiegelt de psalm zich. In de verhouding tussen groot en klein. Tussen machtig en onmachtig. Tussen ziek en gezond. De grote koning, die in de psalm bezongen wordt, draagt zorg voor de kleine mens. En dat doet Hij onder de almacht van God. Omdat hij daarvoor door God is aangesteld. Door mensen is geroepen.

Veel mensen ervaren onze tijd als een sombere, onzekere, tijd. Een wereld op drift. Een wereld waar weinig of niets meer zeker is. Een wereld waarin het lijkt of het aantal “zieke, maatschappelijk verstotene” alleen maar verder toeneemt. Een wereld waarin het erop lijkt dat koningen alleen nog maar oog hebben voor hun eigen belang. Een wereld waarvan je het gevoel kunt hebben of dat nog wel jouw wereld is. Het is in ieder geval niet een wereld waarin vrede met hoofdletters geschreven staat. Integendeel! Tegelijkertijd is dat het grove wereldbeeld vanaf een afstand bekeken. En op grond daarvan kunnen we elkaar heel goed die somberheid aanpraten. Praten we elkaar rechtstreeks het graf in.

Terwijl de dichter van psalm 72 toch een heel andere wereld beschrijft. Van genezing van zieken, dauw over de rozen, een taal van vrede en hoop. Misschien is dat dom en naïef. Misschien te onnozel, nog te weinig van illusies beroofd. Maar de dichter heeft een heel andere wereld in zijn hoofd.

Een wereld waarin geen plaats is voor somberheid. Sterker nog; een wereld waarin kleine mensen vrede kunnen maken. Ik zag deze week twee voorbeelden voorbij komen:

• De groenteman in het dorp Oranje, die spullen is gaan verkopen voor de vluchtelingen in zijn dorp. In hun taal en aansluitend op hun gewoontes. Als we cynisch blijven zeggen we; “hij verdiend er goed aan”. Maar we zouden op een andere manier naar hem kunnen of misschien wel moeten kijken. Als iemand die probeert maatschappelijk verstotene, kleine mensen, erbij te halen. Hij wil hen zien als mensen, met hun eigen behoefte, in plaats van hen het stempel “vluchtelingen” te blijven opplakken. Hij haalt hen erbij, haalt hen soms voor even uit de dood en zet hen in het leven.

• Een tweede voorbeeld vond ik in de toekenning van de nobelprijs voor de vrede. Niet toegekend aan een van de “grote der aarde”. Een groep “kleine mensen”, vakbondsmensen, voorvechters voor mensenrechten, advocaten, in Tunesië, die na een revolutie, terwijl het land op de rand van een burgeroorlog balanceerde, machthebbers om tafel dwongen, voor gesprek en dialoog, om daarmee oorlog te voorkomen. En met succes! Hoe kleine mensen vrede kunnen maken.

Komen ooit voeten gevleugeld mij melden de vrede?

Als we niet meer geloven in een heel andere wereld, als we ons laten beroven van illusies, onszelf dom en naïef vinden. Als we de taal van vrede en hoop niet meer gebruiken. Als we niet meer in staat zijn om het doodzieke meisje uit de dood op te wekken. Als we de groenteman in Oranje niet de credits geven die hij verdiend. Als we groep mensen die in Tunesië machthebbers om de tafel dwongen, niet erkennen in hun bijdrage aan de vrede, nee, dan komen die voeten nooit de vrede melden.

Maar ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd. Waar klein en groot elkaar vinden. En er geen onderscheid meer is. Waar het doodzieke meisje uit de dood wordt opgewekt, opnieuw in het leven wordt gezet. Waar de vrede wordt gemeld. Waar mensen blijven dromen van vergezichten. Van een wereld, duizend keer mooier.

liturgie 11 oktober 2015