Jesaja 45: 13 – 19

ballingschapIemand die kerngezond is en die er ook gezond uitziet daaraan wordt nooit gevraagd of hij ziek is. Daar is ook geen aanleiding toe. We gaan pas vragen naar ziekte vragen als iemand een beetje wit ziet of vermoeid. Dat geldt ook voor de manier waarop en wanneer dingen worden opgeschreven. We gaan pas spreken met elkaar over vrede, als er oorlog is. We gaan pas schrijven over armoede, als er ook rijkdom is.

Waarom ik u dit vertel heeft alles te maken met het Bijbelgedeelte van vandaag uit het eerste testament; Jesaja.  Vandaag begonnen we te lezen waar er wordt er geschreven over verlossing uit ballingschap. Cyrus, god betere het, de Perzische koning, wordt genoemd; Gods gezalfde. ‘Ik ben het die Cyrus laat komen in gerechtigheid’. Even daarvoor wordt hij dus zelfs Gods gezalfde genoemde. Niet zomaar iemand, niet iemand die door de bevrijding van het volk, op zijn beurt weer uit is op macht, status en aanzien. Of iemand die het doet tegen betaling of voor steekpenningen. Nee, een door God gezonden bevrijder. Maar niet uit het volk zelf. Geen jood, geen Israëliet, maar een Perzische koning. Die in het verleden niet zelden onderdrukkers waren van Gods volk.

Er wordt gesproken over bevrijding omdat er sprake is van ballingschap. Er is voor de schrijver van vanmorgen dus blijkbaar alle aanleiding om de bevrijding van het volk Israel af te zetten tegen andere volken. Egyptenaren, Nubiers, Sabeeers, volken die synoniem voor zijn onderdrukking, voor leegte en voor engte. En in de bevrijding van het volk worden ook deze volken blijkbaar aan de zegekar gebonden. Weliswaar geketend, maar uiteindelijk zullen ook zij buigen. Buigen voor die ene God, want een andere God is er niet. Die volken worden blijkbaar in gevangenschap meegevoerd, geketend, maar met het uiteindelijke doel om hen in de vrijheid te zetten.

Ballingschap en vrijheid horen bij elkaar als armoede en rijkdom. We kennen ballingschap waar het gaat om de tweede wereld oorlog. Miljoenen werden feitelijk in ballingschap weggevoerd, velen van hen kwamen nooit meer terug. En zij die achterbleven, die hun leven verder moesten leven in grote onzekerheid over het lot van hun geliefden, kregen een levenslang ballingschap opgelegd in hun eigen verdriet. Bevrijding of vrijheid leken verder weg dan ooit en lijken schier onbereikbaar. Chaos in hoofd en hart regeert.

We zien het vandaag de dag nog vaak op televisie. Ballingschap van hele volken in Afrika, door oorlogen en natuurrampen. Ballingschap van die vrijheidstrijdster in Birma in haar eigen huis notabene.

Ballingschap is een bijbels begrip, een gedachte waarin het niet alleen gaat over fysiek weggevoerd worden naar een ander land, in gevangenschap, of in gevangenschap in je eigen land, maar ballingschap is bijbels gezien veel meer een totaal begrip van datgene wat ons gevangen houdt.  En dat kan erg veel zijn. Veel meer dan wij zo op het eerste gezicht zouden denken. Ballingschap blijkt dan ook vaker in mensen aanwezig dan we kunnen vermoeden. Zo kennen we de mensen die gevangen zitten in depressies, in dementies, in verslaving, in vormen van godsdienstwaanzin, in vormen van seksisme en onderdrukking. Het zijn mensen die wij wel kennen, die onze buren zouden kunnen zijn, onze gemeenteleden, onze dorpsgenoten. Mensen die wij nog weleens geneigd zijn te kwalificeren als ziek, of niet normaal. En vaak zijn deze mensen ook ziek. Hebben ze hulp nodig van buitenaf, zijn ze niet in staat om op eigen kracht eruit te komen. Ze kunnen zichzelf veelal niet bevrijden. Hun probleem is te kwetsbaar en te ingewikkeld. Maar het zijn feitelijk allemaal beelden van ballingschap in mensen zelf. Ze zitten gevangen in hun ziekte, in hun ideeën en hun waangedachten. En kunnen ze er wat aan doen dat ze daarin terecht gekomen zijn? Soms wel, maar even vaak ook niet. Een ziekte als Alzheimer of Parkinson overkomt je en een arts kan je medicijnen geven om het ziektebeeld misschien wat te vertragen. Maar onvermijdelijk wordt je weggevoerd in ballingschap in je eigen lichaam en in je eigen hoofd en onvermijdelijk ervaart de omgeving ballingschap in de veranderende relatie daardoor. De afstand wordt groter en groter en soms onoverbrugbaar en kan zover gaan dat er alleen nog maar dood en verdriet gevoeld wordt. Ballingschap kan dus ook ontstaan in relaties tussen mensen. Tussen partners of tussen ouders en kinderen die elkaar niet meer begrijpen. Elkaar gevangen houden.

Over ballingschap gesproken! Laten we eens even kijken naar de situatie waar wij nu inzitten. Een economische crisis, een recessie die sinds de tweede oorlog niet meer zo diep is geweest. We zijn weggevoerd uit het land van melk en honing, omdat mensen zichzelf verblindde, opsloten, in onbehouwen graaigedrag. Omdat ons werd voorgeschoteld dat het gouden kalf nog veel groter zou kunnen worden of nog veel groter zou moeten worden voor ons geluk en welzijn. Ons werd voorgehouden om toch vooral te kijken naar de Egyptenaren met hun schatten, naar de Nubeeers en Sabeers met hun rijkdom. Dat zou voor ons ook weggelegd kunnen zijn. En we zouden toch wel gek zijn, als we die kans lieten lopen. We brachten ons in een ballingschap van het waanidee van een steeds groter en groter gouden kalf. Maar de gevolgen ondervinden we nu en dan vooral de mensen die meestal het slachtoffer zijn in deze situaties. De mensen aan de onderkant van de samenleving, die dubbel kwetsbaar zijn.

Maar er is vanmorgen  meer  te zeggen dan alleen deze sombere beelden. Want de bijbel stopt niet op dit punt. Die zegt niet, nou dat is dan maar zo. Zo heeft God het blijkbaar gewild. Nee, het verhaal gaat door. Niet de chaos en de dood regeert. De aarde is niet gemaakt om de chaos, maar om haar te bewonen. Ballingschap staat gelijk aan chaos en verwoesting en dus is de mens niet op aarde gezet om in ballingschap te verkeren. De mens is op aarde gezet om in vrijheid te leven. Dat is ons meegegeven, niet in geheimtaal, niet in omfloerste woorden met allerlei mitsen en maren. Maar heel helder op een niet mis te verstane wijze. Zoek mij niet in de chaos!  God is niet in storm en wind, niet in oorlog. Zoek god niet in de ballingschap, want ballingschap in zichzelf is onrechtvaardig, zoals ziekte en verdriet onrechtvaardig is. Zeg nooit, god zal het wel zo gewild hebben, want dat is feitelijk een vorm van godslastering, een vorm van vloeken. Want god wil de chaos niet.

God wil het verdriet niet. God wil de gevangenschap niet. Het is de mens zelf die zich in die situatie brengt of wordt gebracht door wat er buiten hem om gebeurt.

Zoek mij niet in de chaos, maar zoek mij in de bevrijding. Want dat is rechtvaardig. Dat is liefde en liefhebben. Dat is meegaan en stil zijn. Dat is huilen en lachen. Dat is aanraken en aangeraakt worden. Dat is geloven in een toekomst in vrijheid.