Johannes 1: 19 – 34

Overweging zondag 7 december 2014 Protestantse Gemeente Grolloo-SchoonlooJohannes 1: 19 – 34, Jesaja 40: 1 – 11.

Dit geschiedde te Bethanië over de Jordaan, waar Johannes doopte. Daarmee eindigt vandaag de Bijbellezing. Johannes vertelt over het begin van de Jezus-beweging. Op wie de Geest neerdaalt en op Hem blijft. Deze figuur moet de grote inspirator zijn van een nieuwe beweging in Israel en in de wereld.

Zoon van God wordt Hij genoemd, held, vredevorst.

Het geschiedde te Bethanië. Het staat er niet zomaar als een aardrijkskundige aanduiding, zodat wij zouden weten waar het verhaal zich heeft afgespeeld. Bethanië betekent zoveel als: “stad van de machteloze”. Zou het vandaag geschiedde dan zou het misschien gaan over sloppenwijk in Rio de Janeiro, Kaapstad of van New York. Of misschien wel de achterstandswijken van Amsterdam of Assen. Plaatsen waar de armoede dagelijks zichtbaar is en de machteloosheid soms een uitweg vindt in frustratie en woede.

Vanaf het begin is het duidelijk dat de machteloze een belangrijke plaats zal innemen in de Jezus-beweging. Johannes begrijpt blijkbaar vanaf het begin welke een belangrijk figuur Jezus zal worden. Een inspirator, iemand die verandering brengt en predikt. Er gaat geen lange heftige verkiezingstrijd aan vooraf, maar Johannes stelt zich bescheiden op.

Hij is slechts een wegbereider, de stem van iemand die roept in de woestijn; maakt recht de weg des Heren, gelijk de profeet Jesaja gezegd heeft.

Als jongeman opgegroeid in de joodse wereld is Johannes volledig op de hoogte van de Torah en de profeten. En dus is het beslist geen toeval dat Johannes Jesaja citeert. Iets wat we niet veel later ook zullen terugzien bij Jezus, die in dezelfde traditie staat.

Profeten zijn van God gezonden boodschappers, ze vertellen ons over een visioen, een droom van een nieuwe wereld, waarin recht wordt gedaan aan rechtelozen. Niet in het hiernamaals, maar heel concreet hier op aarde. In de sloppenwijken en achterstandsbuurten. Er zal worden gebroken met machtspelletjes, de machtigen zullen op hun tellen moeten passen. Het is daarin niet bijzonder dat de pijlen worden gericht op priesters, schriftgeleerden en levieten. Als vertegenwoordigers van de kerkelijke en wereldlijke macht in een hand, die Israel in die tijd was, lag machtsmisbruik en corruptie op de loer en waren zij niet direct enthousiast over Johannes en later Jezus, die zij vooral zagen als een gevaar voor hun eigen wereldlijke en kerkelijke machtspositie.

Onzekerheid is dan ook troef bij deze figuren als ze zien welke aanhang Johannes op de been brengt. Ze voelen dat er iets staat te gebeuren. En het lijkt wel of de onzekerheid alleen maar toeneemt naarmate de tijd vordert. Ze blijven maar op Johannes doorvragen, wie is hij nu eigenlijk? Angst en onzekerheid over een nieuwe massabeweging, die wel eens een aantasting kan zijn van de maatschappelijke status quo. Als machthebbers ergens een hekel aan hebben is het wel dat de maatschappelijke onrust toeneemt, als het volk in beweging komt, als er mensen opstaan die politieke en maatschappelijke rust doorbreken. Die hun machtspositie willen doorbreken. Dat is niet iets van gisteren, of van eergisteren, maar ook nog van vandaag de dag.

Mensen die in opstand komen omdat door financieel wanbeleid. Door buitensporig geweld van machthebbers, door nieuwe wetten die in zichzelf onrechtvaardig zijn. Machteloos staan ze langs de kant van de weg.

In de tijd van Johannes en Jezus was er geen plaats voor machtelozen. Was er geen stakingsrecht. Geen sociale zekerheid. Als je geen geld had of geen goede baan telde je niet mee. Was je direct overgeleverd aan de bedelstaf. Aan de gaarkeukens, de voedselbonnen en de voedselbanken.

Dat onrecht werd door Johannes herkend. Hij was degene die predikte barmhartigheid en gerechtigheid. Hij was degene die opkwam voor de machteloze. Wat Johannes doet is opnieuw vertellen het verhaal van de Uittocht. God die het machteloze volk redde uit de klauwen van de farao, die hen onderdrukte en vernederde. En ook nu weer moet het volk door de woestijn. Door de woestijn van de vernedering. “Hoor, roept iemand, bereidt de in de woestijn de weg des Heren, effent in deze wildernis een baan voor onze God.

Na een crises moet er een nieuwe wereldorde worden geschapen, waarin iedereen tot zijn recht komt. Na een crises mag het volk, de machtelozen, het land van melk en honing betrekken. Een land waarin God zijn volk zal weiden als waren zij schapen. Die belofte moet vertrouwen geven. Opnieuw vertrouwen in de God van Israel.

Maar daarmee zijn we natuurlijk niet zomaar. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Laten we het niet mooier voorstellen dan de werkelijkheid is. Want er komen ongetwijfeld momenten van vertwijfeling, van aarzeling, van wanhoop, van uitzichtloosheid. In momenten van de overgang, van de ene tijd naar de andere tijd, ontstaat er altijd spanning. Momenten waarop mensen zich afvragen: waar is mijn God? Waarom ben ik overgeleverd aan machthebbers, zonder dat ik steun ontvang of ervaar. Als je veertig jaar lang, en dus een mensenleven lang, onderdrukt wordt dan hoeft niemand zich te schamen voor deze vertwijfeling. Je voelt je machteloos tegenover de machthebbers, tegenover de onderdrukkers en tegenover God. En misschien voelt God zich evenzo machteloos. Want het is niet God die onderdrukt, het zijn de mensen zelf die elkaar onderdrukken. Daarvan mogen we God niet de schuld geven. Het is de verantwoordelijkheid van mensen, om elkaar te helpen, God heeft ons mensen een eigen verantwoordelijkheid gegeven.

Maar God staat de aan de kant van de machtelozen. Jesaja zegt daarover: troost, troost mijn volk, zegt uw God. Spreekt tot het hart van Jeruzalem, roept het toe, dat zijn lijdenstijd is volbracht. Onze God is een bevrijdende God. Die met ons lijd, die met ons huilt.

Johannes vertelt over Jezus. Ongeveer 70 jaar na het overlijden van Jezus werd het Johannes evangelie geschreven. Het is een soort biografie, een levensverhaal van Jezus als mens, als een beeld van God. Een biografie van een beweging waarin machtelozen meetellen. Een beweging waarin de wereld op zijn kop wordt gezet. In en met Jezus wordt plotseling de macht van de machtelozen getoond, als zij in beweging komen. Als machtelozen in beweging komen wordt er op zijn minst een aantal kritische vragen gesteld bij het gebruik van macht door machthebbers.

Het geschiedde te Bethanië dat de Geest op Hem neerdaalde, te midden van de machteloze. Zij zijn het teken geworden van Zijn werk. Het teken van Gods bevrijdende liefde en bevrijdende kracht. Het teken van de Uittocht uit onderdrukking, uitbuiting en moord. Deze God mogen wij vertrouwen, met op zijn tijd al onze menselijke twijfels. Maar wel in het vertrouwen dat er een nieuwe wereld kan ontstaan. Dat er nieuw leven gemaakt kan worden, door de geboorte, door het nieuwe licht.