Johannes 6: 4 – 15

Regelmatig werd het Jezus te veel. Dan stapte hij in het bootje van een van zijn leerlingen en trok zich terug naar een eenzame plaats. Maar wat hij ook deed, de mensen bleven hem achtervolgen. Op een avond waren zijn vele toehoorders hongerig. Daarom stuurde Jezus zijn leerlingen eropuit om eten te halen. Maar dat viel niet mee, want het enige dat ze vonden waren vijf broden en twee vissen. Om die reden vroeg hij hen om er nog eens op uit te gaan, en alles te verzamelen wat de mensen hadden meegebracht. Nadat ze dit hadden gedaan, lag er voor Jezus voeten een grote berg brood en vis. Toen hij dat zag vroeg hij de mensen om in het groene gras te gaan zitten. Terwijl hij bij al dat voedsel stond, keek hij op naar de hemel en dankte God. Hij brak het brood en gaf het eten aan zijn twaalf leerlingen. Hoewel er veel hongerige mensen bij waren, aten Jezus en zijn vrienden zoveel ze konden. En het verbazingwekkende, ja het werkelijk wonderbaarlijke was dat, toen ze de uitbundige maaltijd hadden beëindigd, waren er niet eens genoeg kruimels over om een persoon van te eten te geven.     (Peter Rollins, de orthodoxe ketter, 2016)

De schok van dit verhaal van Peter Rollins heeft natuurlijk alles te maken met het beeld wat er van Jezus wordt neergezet. Een zelfzuchtige, onbarmhartige graaier, die zich helemaal niets aantrekt van de hongerige mensen om hem heen. Sterker nog, hij dankt God voor het vele voedsel dat voor hem verzameld is en waaraan hij zich en zijn vrienden, uitbundig te goed kunnen doen.

Dit verhaal keert het overbekende verhaal om van Jezus die de menigte te eten geeft. Het schetst  wel echter wel een pijnlijke praktijk. In naam van Christus en onder de vlag van het Christendom worden dit soort daden niet zelden goed gepraat en zelfs verheerlijkt. Waardoor het in de wereld om ons heen volledig geaccepteerd lijkt dat regeringen, bedrijven en individuen dagelijks niets anders doen. Er ontstaat kortstondige opwinding als een bankdirecteur zijn eigen salaris met 50% verhoogd tot een kleine slordige 3 miljoen euro per jaar. Iedereen spreekt schande, maar na een week heeft niemand het er meer over. We kijken al niet eens meer vreemd op als de eigenaar van een groot Amerikaans internet bedrijf het minimale bedrag van 112 miljard dollar op zijn eigen bankrekening heeft staan. En niet van plan is om daarvan ook maar iets voor goede doelen te reserveren. We kijken er niet meer van op als 1 procent van de superijken even veel geld heeft als de andere 99%. Tegelijkertijd moeten meer dan 1 miljard mensen rondkomen van een euro per dag of minder.

En het lijkt volledig geaccepteerd om weg te kijken bij deze schokkende cijfers, als direct gevolg van hebzucht en graaien.

Toch is het niet gepast om deze onmenselijkheid af te lezen uit het Christendom zelf. Dit is namelijk gebaseerd op het leven van Jezus zelf. En deze was de onbaatzuchtigheid ten top. Hij was bij uitstek degene die een leven van vreugdevolle eenvoud, radicale genezing en onvoorstelbare liefde liet zien. Op die manier zou Christus vandaag de dag toch gepresenteerd moeten worden in de wereld.

Het is Jezus zelf die ons mensen steeds weer opnieuw uitdaagt  om ons heen te kijken. Het gaat dus niet aan om het Christendom of Christus te veroordelen voor dit soort hebzucht.

Kijken we louter en alleen naar het Bijbelverhaal dan kan ons dat ook een ongemakkelijk gevoel geven. Ergens het schuurt het verhaal ook. Ook al kent het verhaal uiteindelijk een happy-end. Iedereen gaat met een volle maag naar huis en er is nog voldoende over. Een wonder! Maar het verhaal gaat niet over het wonder. Het verhaal gaat over de vraag die er onder ligt. En die vraag schuurt.  Dat heeft ook alles te maken met de Bijbel zelf. In de verhalen die er geschreven zijn, in die verhalen die gepresenteerd worden, in de verhalen over Jezus zelf,  worden steeds weer de conflicten opgezocht. Worden steeds weer de tegenstellingen benoemd. De tegenstelling tussen arm en rijk, tussen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid. Zo komen we in al die verhalen ook steeds weer mensen tegen die, in naam van wat zij god noemen, die in naam van christus, precies hetzelfde gedrag vertonen als dat ons zojuist in het verhaal van Peter Rollins werd voorgehouden. Die god danken om hun eigen welvaart, maar zich niet bekommeren om de ander.

Een van de vragen die onder het verhaal liggen, die een beroep doen op ons, is de vraag;  hoe moeten wij leven en geloven bij zoveel leed en onrechtvaardigheid, die ons omgeeft en waarbij wij geen uitweg en geen antwoord weten. Verwijzen we naar eigen verantwoordelijkheid?

Vijfduizend mensen wachten op een maaltijd. Alsof ze zijn verdwaald. Alsof ze lichtzinnig, zonder na te denken, zich hebben begeven in de woestijn. Je kon toch zelf bedenken dat dat wel fout moest aflopen. Hadden ze niet beter daar kunnen wegblijven of zelf voor voldoende proviand kunnen zorgen? Niemand wil toch zijn hand ophouden? Het is toch je eigen verantwoordelijkheid die armoede? Niemand hoeft honger te lijden, toch?

Maar daar gaat het allemaal niet om. Het gaat niet over eigen verantwoordelijkheid. Het gaat over verdeling en rechtvaardigheid. Over brood en recht en waardigheid en liefde. Want daarover sprak Jezus met hen. Het gaat dus ook om de eenvoudige vraag; hoe moeten zij te eten krijgen?

Het is die vraag die iedere moeder zichzelf stelt als zij drie kinderen moet grootbrengen van 1 euro per dag. Het gaat om levensnood die zich in allerlei variaties aan mensen kan voordoen. Het gaat niet om het wonder. Het gaat niet alleen om brood, maar het gaat ook om wat mensen nodig hebben voor een menswaardig leven. Om gezondheid, om aandacht, om liefde. Tijd die niet kan gegeven kan worden, omdat men bezig is, veelal samen met kinderen, om te overleven. Dat bij elkaar stelt dat mensen vaak voor problemen waartegen zij niet opgewassen zijn.

Nog eenmaal die vraag; hoe kunnen wij leven en geloven  bij zoveel leed en onrechtvaardigheid dat ons omgeeft? Zoals wij hier bij elkaar zitten redden we het niet, wij veranderen de wereld niet vanuit Grolloo. Maar we kunnen onszelf wel afvragen welk verhaal wij willen laat horen. Misschien moeten we daarmee beginnen, om dat verhaal  te laten horen. En moeten we ons afvragen of dat het verhaal is van Peter Rollins, van hebzucht en graaien in naam van Christus?  Of laten we dat andere verhaal horen van het Christendom: over brood, recht, waardigheid en liefde.

11 maart 2018