Kerstnacht 2014

engel8Ik vroeg afgelopen week aan iemand of ze in engelen geloofde. Nee, ik geloof niet in engelen………. denk ik, zei ze. Haar antwoord was enerzijds tekenend voor onze houding tegenover engelen. Ze hebben vaak het imago van soft en iets zweverigs. Terwijl wij graag met beide benen op de grond blijven staan. Anderzijds geeft het antwoord ook de kern aan van waar het omgaat. Engelen vormen niet de kern van het geloof, maar ze geven wel een beeld van een menslievende God.

In het kerstverhaal vliegen veel engelen rond. Maar ook daarbuiten in de Bijbel komen we ze geregeld tegen. Alle verhalen over beschermengelen en verhalen over verschijningen van engelen. In het Kerstverhaal zijn ze ons het meest bekend. Maria die bezocht wordt door een engel en die haar een zwangerschap aanzegt. De herders die door engelen op de hoogte worden gebracht van het geboren kind, maar dat niet alleen, ze zingen ook, als een engelenkoor over “vrede op aarde”.

Nee, ik geloof niet in engelen, daar begon het antwoord mee. En daar kunnen we ons zo op het eerste oog ook wel iets bij voorstellen. Engelen, als personen in de Bijbelverhalen, met vleugels, in lange witte gewaden, zijn geen reële figuren. Geen figuren die we in de geschiedenis hadden kunnen tegenkomen. Het zijn eerder literaire figuren. Die door schrijvers het verhaal zijn ingeschreven om iets duidelijk te maken. Om iets te vertellen. Want het zijn, in de verhalen, altijd boodschappers. Door God gezonden. Engelen vertegenwoordigen in de verhalen de goddelijke goedheid. Op een lichtvoetige wijze vertegenwoordigen ze God. Maar ondanks die lichtvoetigheid, waarmee ze om ons heen lijken te zweven, zijn ze niet onschuldig.

Als er engelen verschijnen, dan zetten ze vrijwel altijd het leven van degene aan wie ze verschijnen, op hun kop. Ze verschijnen op scharniermomenten van het leven. Ze komen in de Bijbel aan Sarah vertellen dat zij, ondanks haar zeer hoge leeftijd, toch nog zwanger zal worden. Ze komen aan Maria vertellen, ondanks dat haar nog zeer jeugdige leeftijd, dat ze zwanger zal worden. Ze komen aan de herders vertellen dat er voor hen een redder is geboren. Als er engelen zijn verschenen dan is het leven niet meer hetzelfde, als voor die tijd. Het zijn goddelijke boodschappers, maar ook begeleiders. Engelen wijzen de weg. Zoals de engel aan Maria uitlegt wat haar zal overkomen, is het een engel die in de droom van Jozef verschijnt om hem duidelijk te maken, wat er met Maria, zijn verloofde, aan de hand is en wat hem te doen staat.

Daar kunnen we het bij laten, als mooie literaire figuren. Maar ze zijn door schrijvers van de Bijbelverhalen niets voor niets in het leven geroepen. Omdat, ook in die tijd, in het dagelijks leven, al de vraag was waar kom ik engelen tegen. Wie is mijn engel? Waar vind ik in mijn bestaan engelen? Dat begint in eerste instantie toch bij onszelf. De vraag voor wie wij een engel kunnen of willen zijn. Het zijn onze eigen innerlijke krachten of deugden die iemands anders leven kunnen verrijken. Het zijn onze krachten om iemand een langere of kortere tijd te begeleiden in het leven, even een stuk mee te lopen met die ander. En andersom zal dat ongetwijfeld ook gebeurt zijn. Zal er mogelijk ook iemand in ons leven zijn verschenen, die even met ons meeliep, die ons langere of kortere tijd begeleidde op ons pad door het leven. Die we als een beschermengel met ons meedroegen. Iemand van wie we oprecht konden zeggen; “je bent een engel, voor mij” Mogelijk is er wel iemand verschenen, op een van die scharniermomenten in ons leven, die ons leven compleet op de kop zette. Dat ons leven na die tijd toch echt anders was, dan voor die tijd. Maar waarvan we hopelijk, achteraf, konden zeggen; “je was een engel”, omdat jij mijn leven verrijkte. Nee, ze zijn zeker niet altijd onschuldig die engelen.

Maar als ze aan ons verschijnen, in welke mensengedaante dan ook, want dat zal meestal het geval zijn, dan zeggen die engelen tegen ons; God is nabij! Jij mens, jij mag even ondergedompeld in zijn genezende en liefhebbende aanwezigheid. En wat is er mooier dan dat we kunnen zeggen dat we: de engel van de liefde, de engel van de zegen, de engel van het vertrouwen, de engel van de vrede, de engel van vergeving of de engel van troost, even met ons meedroegen. Daarmee geven we hoop en vertrouwen, dat het leven van mensen een goede wending kan nemen. Daarmee krijgen we ook hoop en vertrouwen dat we niet bang hoeven te zijn voor de toekomst, want God is nabij, voor welke keuzes we ook staan in het leven.

Wees niet bevreesd, zegt de engel tegen Maria. En bij de herders zingen ze over “vrede op aarde” omdat God in een mensengedaante aan ons verschenen is. God is tussen ons gekomen. En natuurlijk weten we allemaal heel goed dat, ondanks dat God in deze nacht aan ons is verschenen, het ons nog steeds niet gelukt is om die vrede op aarde te brengen. Maar de engelen die in ons persoonlijke leven hoop en vertrouwen kunnen geven, dezelfde engelen houden, door het zingen over “vrede op aarde” de hoop op die vrede levend.

De herders weten heel goed dat wat die engelen voor hen persoonlijk zingen ‘vrede op aarde” dat dat geen constatering is, geen programma voor de toekomst, maar het is een belofte; God is nabij, in een mensengedaante aan ons verschenen, in deze nacht. En engelen zijn Zijn boodschappers.

2-engelen

 

 

 

 

Kerst liturgie 2014