De taal van de liefde

In het interview dat ik met Pasen gaf voor RTV Drenthe vroeg Lukas Koops aan mij of ik een voorbeeld van moderne literatuur kon noemen die je goed in de liturgie zou kunnen gebruiken. Ik had niet over die vraag kunnen nadenken. Wist ook niet onmiddellijk een voorbeeld te noemen. Als hij mij die vraag twee weken later gesteld zou hebben, had ik het antwoord paraat. Dan had ik onmiddellijk het boekje “een jihad van liefde” genoemd. Ik had het ondertussen gelezen en ik wist meteen, vroeg of laat moet ik iets met dit boekje in de liturgie. Zo zie je maar, als dominee word je geregeld bij toeval op een spoor gezet. In dit geval een klein boekje. Want het is dit boekje dat naadloos aansluit bij de gedachtegang van Paulus over de liefde. Als je goed luistert naar beide teksten dan ontdek je de overeenkomsten. Beide is het gewone, bijna alledaagse, taal. Niets bijzonders. Maar tegelijkertijd is het taal die we zo weinig gebruiken en is het taal die diep in ons vlees insnijdt. En soms ook wel taal waar we ons wat ongemakkelijk bij kunnen voelen, waar we ons maar moeilijk een houding in kunnen bepalen.

In de taal van liefde gaat ook het vaak om kleine dingen. Die vaak niet gezegd worden. Dingen die worden gedaan, zonder woorden te gebruiken. Het zijn kleine gebaren die mensen in vuur en vlam kunnen zetten. Die mensen gaande kunnen houden, de wereld door. Eenvoudige, maar sterke liefde noemt Mohamed dat!

Afgelopen week was een vriendin van mij jarig. Ze vertelde dat ze van haar vriend een lunch had gekregen, inclusief champagne. Dat ontlokte mij de opmerking; “kun je zien hoeveel hij van je houd!” Een opmerking die mijn vriend meekreeg, die zij van harte beaamde en door hem met gelach werd bevestigd. Soms zit het in kleine dingen!

Maar het is ook een taal die vaak naïef gevonden wordt. Soft!  Misschien niet van deze tijd!

Het is daarom dat dit boekje zo’n grote indruk op me maakte en misschien daarom dat de woorden van Paulus zo universeel en indrukwekkend zijn. Ze gaan al meer dan twee eeuwen de wereld rond en duiken steeds weer opnieuw op. En er is zeker een bepaalde mate van overeenkomst tussenbeide verhalen. Paulus schrijft zijn liefdesbericht aan de gemeente van Korinthe ten tijde van de vervolging van de Christenen. Hoezo, hebt uw vijanden lief? En Mohamed schrijft zijn boekje tegen de achtergrond van islamterreur, terwijl hijzelf overtuigd moslim is. En een moslim die de liefde preekt mag in deze tijd in ieder geval op het nodige wantrouwen rekenen. Sterker nog, ook in onze samenleving, anno 2017, zijn er mensen die vinden dat er voor hen geen plaats is. Hoezo, hebt uw vijanden lief?

En beide verhalen gaan in tegen een tijdsgeest. Ze gaan in tegen het beeld dat je met agressie, een grote mond en met geweld, meer bereikt dan met dat “softe gedoe”. Dat “softe gedoe” wordt toch vaak gezien en ervaren als naïef.

Misschien is het ook wel naïef om te denken dat wij met de taal van de liefde er kunnen komen bij mensen die alleen maar de taal van de agressie spreken.  Moeten we ons niet aanpassen aan de samenleving?  Realistisch zijn heet dat dan. Oog om oog, tand om tand!

Dat staat tegenover “een jihad van de liefde”. Jihad betekent o.a. inspanning! Ieder mens wordt opgeroepen om zich in te spannen voor de liefde. Of je dat nu doet vanuit god of allah of vanuit algemeen aanvaardde menselijke waarde. Geen enkel weldenkend mens kan daar toch iets tegen hebben? Of het moet zijn angst en eigen belang. Je eigen positie, als een Bokito hoog op de rots van de macht, die je alleen maar denkt te kunnen behouden met macho gedrag.

Of ben je bang voor de gevoelens die aan de oppervlakte kunnen komen. Want met de taal van de liefde laat je je eigen kwetsbaarheid zien, je eigen ongemak, je eigen zwakheden, je eigen vragen en twijfels en angsten. Tegelijkertijd in de liefde mag je er vanuit gaan dat die zwakheden niet misbruikt worden. Dat een ander je daar niet op afrekent of je daarmee kwetst. Dat een ander je niet claimt en tot zijn of haar eigendom maakt.

De kracht van Mohamed in dit boek is dat hij durft, in die momenten van wanhoop, gemis en radeloosheid over de moord op zijn geliefde Loubna, zijn eigen kwetsbaarheid te tonen. Dat hij niet trapt in de valkuil van de haat. “Vraag me niet om te haten, nog liever zou ik sterven”.  Waar hebben we woorden van gelijke strekking eerder gehoord?  “Hebt uw vijanden lief als uzelf!”.  En denken we dan niet automatisch terug aan die woorden aan het kruis: “Vader, vergeef het hen!”

De vrienden van Jezus, die na vijftig dagen weer uit huizen kwamen, de angst om vervolgd te worden hadden overwonnen. Wisten dat er maar een taal universeel is, om het verhaal van de mens Jezus door te vertellen. Dat is de taal van de liefde. Zijn leven, wat zij wilde doorvertellen leerde hen en ook ons een belangrijke boodschap: met de taal van de liefde kom je verder en bereik je meer dan met woorden van haat!

liturgie grolloo pinksteren 2017