Lucas 5: 27 – 32

Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars? In een “waarom” vraag zit altijd een aspect van verantwoording afleggen. Waarom? Verantwoording afleggen tegenover de ander. Jezus wordt geacht verantwoording af te leggen tegenover Farizeeën en Schriftgeleerden over het feit dat hij eet en drinkt met tollenaars en zondaars.

Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars? Ach die arme Levi. Hij wordt als tollenaar op een lijn gezet met zondaars. Terwijl hij misschien wel eerzaam zijn werk doet als tollenaar. Een tollenaar is een douanebeambte. Niet meer en niet minder. Hij doet zijn werk aan de grens en als er mensen voorbij komen houd hij ze aan. Ze moeten dan eerst de wettelijk vastgestelde tolheffing voldoen. Misschien blijft er af en toe iets extra’s over voor hemzelf, als hij kans zag om meer te innen dan wettelijk was toegestaan. Corruptie is nu eenmaal van alle tijden en alle landen.
Hij is een klein radertje in die grote Romeinse rekenmachine. Een klein radertje in dat grote wereldwijde Romeinse rijk van die tijd. Maar dat is precies wat hem wordt kwalijk genomen. Hij heult met de vijand. Hij is in de ogen van velen een landverrader. Als tollenaar heb je nu eenmaal een slechte naam en je komt er nooit meer vanaf.

Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars? Dat zijn de woorden van de Farizeeën en Schriftgeleerden. De woorden van degene die dit verhaal heeft opgeschreven, Lucas, die klinken anders: hij richtte een groot feestmaal aan waarop een groot aantal tollenaars en anderen, samen met Jezus aanwezig waren? Je zou kunnen zeggen het is een taalspelletje, het gaat maar om een woord, maar dat is het toch niet. Wanneer je iemand een zondaar noemt dan verhef je je zelf boven die ander. Je voelt jezelf moreel superieur aan die ander. Ik ben niet zoals die ander, ik ben beter, in ieder geval reken ik mezelf blijkbaar niet tot de categorie zondaars.

Waarom een en drinkt u met tollenaars en zondaars? Hoe dat nu met die tollenaar zit dat weten we wel. Maar die zondaars, wie zijn dat dan? In welke categorie vallen ze eigenlijk dat ze zondaar genoemd worden; moordenaars, fraudeurs, uitbuiters, dictators, mensen die discrimineren, leugenaars, pedofielen, hoerenlopers, verkrachters, vreemdgaanders, godslasteraars? De Bijbel is daar heel duidelijk over, degene die het recht verkrachten, zij zijn degene die afdwalen van het rechte pad. Vanuit ons Christelijk denken en geloven kunnen we daar niet zoveel tegen inbrengen, lijkt mij. En met elkaar hebben we in de loop der tijd een rechtsstaat gemaakt, waarin in op democratische wijze in wetten is vastgelegd wat wel en niet getolereerd wordt. En dan spreken we recht op basis van die wetten en straffen we op basis van die wetten. Een vorm van menselijke beschaving. Wat tegen de Bijbel ingaat is het idee dat we op basis van morele superioriteit mensen denken te kunnen verdelen in de categorie zondaars en niet-zondaars. Zondaar zijn is geen moralistisch begrip. Het tekent eerder een tekort wat in ieder mens aanwezig is.

Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars? Waarom zou je het niet doen, kan een gerechtvaardigde tegenvraag zijn. Is niet ieder mens geneigd tot zondigen? Onwetendheid, gebrek aan inzicht, neiging tot het kwade ten gunste van zichzelf, hoort dat niet bij de menselijkheid. Want alleen God is toch perfect? Als wij mensen perfect zouden zijn, en ons dus niet rekenen tot de categorie zondaars, dan zouden we dus goddelijk zijn. Maar het tragische van het menselijk leven is, is dat wij mensen met blindheid zijn geslagen. Struikelend, tastend, vallend, opstaand, fouten makend, verloopt ons leven. Je zou misschien kunnen zeggen; de mens moet wel falen, want dat zit nu eenmaal in hem. Het afwijken van het rechte pad is nu eenmaal een menselijk gegeven. Vandaag gaat het goed en morgen gaat het mis. Vandaag sta je nog aan de goede kant van de streep en morgen sta je aan de verkeerde kant. Vandaag ben je nog een gerespecteerd burger en morgen ben je een dakloze of een crimineel tussen vier muren.

Het is wel de vraag wat we dan voorop stellen. Stellen we de mens voorop of de zonde. Benadrukken het mens-zijn of benadrukken we de zonde? Het lijkt erop dat dat voor Jezus blijkbaar niets uit maakt. Maar dat is toch niet waar. Hij kiest nadrukkelijk voor het mens-zijn. Hij poetst dat wat er blijkbaar mis is gegaan in een mensenleven niet weg. Gezonde hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Daarmee erkend hij impliciet dat er iets mis is, maar dat is voor hem geen reden om daarmee ook de persoon zelf af te wijzen. Hij koppelt zonde en persoon los van elkaar. De leugen wordt veroordeeld, maar niet de leugenaar. Hij schept geen afstand, maar hij zoekt ze juist op, om dichterbij te komen. Zijn motief was daarbij niet dat hun zonden niet zo erg waren, maar dat hij hen als mens niet liet vallen, omdat hij hen liefhad.

Het is slechts de liefde, het is slechts de nabijheid die mensen kan doen veranderen. Die mensen zichzelf kan doen bekeren. Mensen veranderen niet door een afstandelijke morele superioriteit. Mensen veranderen niet door afwijzing en veroordeling. Maar mensen veranderen omdat ze merken dat je daadwerkelijk in hen geïnteresseerd bent, dat je bij hen betrokken bent. De onderwijzer die laat merken oprecht in het kind geïnteresseerd te zijn, bereikt meer dan de onderwijzer die alleen maar kijkt naar de cijfers.

Hij at met tollenaars en anderen. Wat er aan tafel besproken is, geen idee. Dat behoort tot het ambtsgeheim Jezus, de pastor en voorganger. Dat behoort tot de privacy van de gesprekspartners. Die hebben het recht om in beslotenheid het levensverhaal te vertellen. Maar de inhoud is voor de buitenwereld niet zo belangrijk. Wat is eerste instantie belangrijk is, is de ontmoeting, de erkenning van het mens-zijn, los van wat er in je leven misging. Vraag niet waarom, maar luister en oordeel niet.

liturgie grolloo 9 augustus 2015