Marcus 10 – 46 – 52

“It’s a boy mrs Walker, it’s een boy”. Daarmee begint de rockopera Tommy. Maar vervolgens gaat er van alles mis in het leven van Tommy. Tommy ziet hoe zijn vader, in een vlaag van verstandsverbijstering, de minnaar van zijn moeder vermoord. Tommy heeft alles gezien, maar wordt door zijn ouders gedwongen het drama voor zich te houden. Dat hakt er zo in dat hij van het ene op het andere moment doof, stom en blind wordt. Niemand is in staat om Tommy uit zijn isolement te halen. Hij wordt misbruikt en gepest.  Het enige waar hij goed in is, is flipperen. En daarin rijst zijn ster en wordt hij wereldberoemd. Maar daar buitenom, zonder dat zijn fans dat weten, staat hij in huis dagelijks uren in een spiegel te staren naar zichzelf, zonder zichzelf te zien. Zolang, zo vaak, dat zijn moeder in haar wanhoop de spiegel kapot slaat. Dan voltrekt zich een wonder. Tommy raakt weer bij zinnen. Kan weer zien en horen. Hij is genezen. Een ware sensatie voltrekt zich.

Nu moeten we altijd uitkijken bij plotselinge genezingen en de sensatie die daarom heen ontstaat. Jezus zelf is steeds degene geweest die de sensaties rond zijn genezingen de kop in wilde drukken, door hen erop te wijzen dat zij niet met hun verhaal te koop moesten lopen. Maar vaak is de blijdschap zo groot  dat binnen de kortste keren de hele omgeving het weet.

In het geval van Tommy leidt dat ertoe dat hij het onderwerp van aanbidding wordt. De blinde wordt de Messias. Zijn schare volgelingen groeit met de dag en aan hem worden bijzondere krachten toegedicht. Maar zoals dat wel vaker gaat met Messiassen, wordt hij na verloop van tijd ook voorwerp van kritiek. Zijn aanhangers zijn, zijn praatjes beu. Wat levert het op? Helemaal niets in hun ogen. Ze willen hem niet meer en vervloeken hem, zoals het volk Israël dat deed toen Jezus voor Pilatus stond. Het hosanna rond Tommy slaat om, in kruisigt hem. Vanaf dat moment lijkt Tommy meer op de blinde man in het evangelie van vandaag, dan op de Messias zelf. De sensatie gaat over in de vraag; how can be saved? Hoe kan hij worden gered?

Pete Towshend, die deze rock opera schreef, wilde niets weten van enig religieus karakter ervan. Maar toch, als we kijken naar de verschillende passages in het verhaal en de beelden die gebruikt worden, kunnen we een vergelijking niet helemaal ontkennen. Het eind van de rockopera doet sterk denken aan een Bijbels verhaal. En ook het terugkerende refrein in de rockopera; see me, feel me, touch me, heal me is een roep om genezing, zoals we deze roep in het evangelie op veel plaatsen steeds weer tegenkomen.

Ook vandaag. Aan de weg zit hij, de blinde bedelaar. Blind, vernederd op de grond, de zitplaats voor wie lijdt, rouwt en smeekt. Deze blinde bedelaar staat vanmorgen synoniem voor alle mensen in onze wereld die gevangen zitten. Gevangen in hun eigen lichaam, in hun relaties, in hun samenleving. Het enige dat deze man nog kan doen is wachten en roepen om genezing. En hopen dat dat eens zal komen. Maar dat roepen heeft hij de afgelopen jaren misschien al zo vaak gedaan, zonder dat het iets heeft opgeleverd, zodat het langzaam is gaan klinken als een hol cliché, waar weinig hoop meer in zit. Dat geroep dat is de omstanders misschien zo gaan vervelen, zodat ze hem nu toebijten dat hij zijn mond moet houden. Maar niets houdt hem nu nog tegen. Hij kiest nu, in de nabijheid van de Messias, zijn eigen weg, wat de anderen er ook van vinden. Hoe vaak de anderen ook tegen hem zeggen, houd je mond, schik je in je rol, je bent nu eenmaal blind, accepteer dat nu maar. Maar waarom zou iemand zijn of haar rol klakkeloos moeten accepteren. Waarom mag iemand niet blijven zoeken, blijven streven, blijven roepen, see me, feel me, touch me, heal me. Het is uiteindelijk een roep om bevrijding uit dat wat gevangen houdt? En wie kan erop tegen zijn als iemand bevrijdt wordt? Dat kan alleen maar degene zijn die de ander gevangen wil houden.

Deze blinde man weet wat hij wil. Hij vraagt niet om een aalmoes, maar hij vraagt om het leven. Het gekke is dat het erop lijkt alsof Jezus dat niet snapt. Kan ik iets voor je doen? Wat je helpt in de pijn? Dat lijkt op een open deur intrappen. Jezus weet toch wat deze man wil? Natuurlijk weet hij dat.  Maar hij laat, met deze vraag, deze man volledig in zijn waarde. Het is namelijk de kunst om oprecht naar iemand te luisteren en niet op voorhand in te vullen wat wij denken dat hij gaat vragen. Jezus gaf hem de ruimte om zijn eigen vragen en noden te formuleren en zette hem daarmee op de weg naar bevrijding. Waar mensen voor dood teneerliggen, mogen ze opnieuw gaan leven. Mogen mensen opnieuw het geluk ervaren. Maar er is meer. In een adem door wordt hij ook weggestuurd, door Jezus. Ga heen….. blijf niet hangen in het leven dat je gevangen hield.

Het gaat in het verhaal niet om de eer en glorie van Jezus. Want volgens mij weet hij wel hoe het vaak afloopt met mensen die eigen roem en eer nastreven. Maar het gaat om de bevrijding van deze blinde man. Maar tegelijkertijd heeft Jezus deze man nodig om iets te laten van wat voor hem god is. Om iets van het Licht te laten zien. Het verhaal is een roepingsverhaal en een troostverhaal voor mensen die gevangenschap, lijden en dood ondervinden. Daarmee is het ook een opstandingsverhaal.

En dan kom ik toch nog weer terug bij Tommy. Ook hij werd volgens het verhaal plotseling genezen. En we hebben gehoord hoe het met hem verging. Hij werd echter niet gekruisigd. In de opera klinkt op het eind een moderne vorm van het halleluja. “On you i see the glory”, zingen zanger en koor elkaar toe. In jouw zie ik de overwinning, zie ik het licht. Ze kunnen niet zonder elkaar, ze hebben elkaar nodig: schepper en schepsel, god en mens, de rockster en zijn publiek. From you i get the story. Bij jouw begint het verhaal. Ze hebben elkaar nodig om op verhaal te komen, iets van het goddelijke Licht te kunnen laten zien. Daarmee eindigt de opera als een opstandingsverhaal. En zeg dan maar eens dat het geen religieus karakter heeft.

 

liturgie Grolloo 21 oktober