Mattheus 15: 21 – 28

Jesaja 56:  1 -7   Mattheus 15: 21 – 28
Sdag7Het overkomt je allemaal weleens dat je veranderd door de ontmoeting met een ander mens. Soms heel groot, dan gaat je leven helemaal  over hoop en ga je radicaal een ander pad op, maar evenzo vaak ook klein. Iemand die je even een ander inzicht geeft, iemand die je andere dingen leert. We zouden het misschien zelf niet zo benoemen, maar toch verander je daar door! Hoe klein het ook is. Je komt anders uit zo’n ontmoeting.

De ontmoeting met die ogenschijnlijk onbetekenende buitenlandse vrouw, met een ander geloof laat een onbekende kant zien van Jezus.  Net over de grens, in het buitenland dus, wordt Jezus door deze onbekende vrouw aangesproken. Hij wijst haar niet alleen af, maar doet dat ook behoorlijk grof. Hij vergelijkt buitenstaanders met honden! Een scheldwoord! Maar heel irritant blijft ze hem achtervolgen met haar hardnekkige eigen geloof. Ze probeert een voet tussen de deur te zetten bij Jezus om hem te overtuigen, of misschien wel te bekeren tot haar gelijk.  Een gelijk dat niet voortkomt uit haar eigen belang, maar uit het belang van haar dochter die blijkbaar aan psychische stoornissen lijdt. En welke moeder probeert in zo’n geval niet alles om haar kind te laten genezen. Maar verbijsterend is het dat Jezus haar afwijst! Sorry, mevrouw maar u valt buiten mijn opdracht. U valt buiten mijn taakveld, zegt Jezus. Ik ben niet gekomen voor niet-joden, maar alleen voor de joden.
Klinkt dat nu echt zo raar op het eerste gehoor?  Vroeger was de pastoor er niet voor de protestanten, de dominee was er niet voor de rooms katholieken en allebei waren ze er zeker niet voor de mensen die bij geen van beide ingeschreven stonden.  Maar omgekeerd ging de protestant uit zichzelf ook beslist niet naar de pastoor en de rooms katholiek zeker niet naar de dominee, voor hulp. We hielden het keurig allemaal binnen onze eigen kring. Tegen dat licht klinkt het dus logisch wat Jezus zegt. Sorry, ik ben er alleen voor de joden!
En laten we eerlijk zijn bij een dergelijke overzichtelijke wereld voelen we ons best prettig. Het is niet moeilijk te begrijpen, de verantwoordelijkheden zijn duidelijk, de lijnen zijn helder en we weten wat we verwachten kunnen.  En waarom moeten wij de wereld helpen? Is het onze verantwoordelijkheid? Het is een simpele, misschien wel gemakzuchtige manier van denken. Een manier van denken dat ons in de problemen kan brengen.
Dat probleem heeft Jezus vanmorgen en wij dus ook als we zo blijven redeneren. Want nog geen tien minuten geleden lazen wij de volgende zin; “mijn huis zal heten, huis van gebed voor alle volken”.
Jezus was een gestudeerd mens, als  kleine joodse jongen had hij de bijbel helemaal uit zijn hoofd moeten leren. Zou hij deze zin even zijn vergeten? Of kenden hij hem niet? Of kwam het hem even beter uit, niets menselijks was hem vreemd, om deze zin even te vergeten. Want dat kan natuurlijk ook.
Want met deze zin staat geschreven dat iedereen, ongeacht de afkomst, de problemen, de geaardheid, welkom is bij God. Die geaardheid is in kader wel belangrijk om te noemen omdat er nooit zomaar iets staat.  Een eunuch is een gecastreerde man, en er was in die tijd heel veel discussie over de vraag of deze “seksueel gemankeerde” mensen er wel bij hoorde. Of die wel een plek mochten hebben in de samenleving. Dat roept allerlei associaties op met de wereldwijde discussies momenteel rond homofilie en pedofilie.  Maar hoe het ook zij,  met die zin wordt definitief afgerekend met de zin; “eigen volk eerst!”. Dat is niet aan de orde!

“Mijn huis is een huis van gebed voor alle volken” . Daarmee wordt ook bevrijding geboden aan de buitenstaanders. Hemelhoog en wereldwijd. Daar geldt slechts de volgende criteria voor; handel rechtvaardig, handhaaf het recht en de redding die gebracht wordt is nabij!  Hoe simpel kan het zijn!

Zo simpel is het helaas niet. Want daarvoor moeten we ons wel durven laten veranderen door de ontmoeting met andere mensen. We moeten durven onze eigen gedachten en zekerheden op het spel te zetten.

We zouden moeten leren om te kijken met God’s ogen en te denken met God’s gedachten en te voelen met God’s ontferming. Anders gezegd, we moeten leren kijken, denken en voelen vanuit die Andere mens. Ons oordeel opschorten en de ander zien als mens naar God’s beeld.Stellen we ons dan voor dat wij die vrouw zijn? Stellen we ons voor dat wij die eunuch zijn?
Denken we dan aan iemand met wie we moeite hebben! Die we lang niet altijd aardig vinden! Kunnen we die ander dan ook zien in al zijn kwetsbaarheid, in wie alle moeite en pijn aanwezig is, die ook in ons aanwezig is? Tegelijkertijd probeer je te zien dat in die in ander, met wie wij zoveel moeite hebben, ook iets schuilt van dat goddelijke.

Ik vermoed, maar ook niet meer dan dat, dat er bij de vrouw die Jezus achtervolgt zoiets gebeurde. Begreep ze zijn moeite? Zag ze zijn kwetsbaarheid? Voelde ze zijn goddelijkheid? Ze reageert in ieder geval niet verbitterd en teleurgesteld op zijn reactie. In tegendeel zelfs. Ze reageert met humor; de honden mogen toch de kruimels van het gemorste brood opeten?

De held van dit verhaal is vandaag dus niet Jezus, maar de vrouw. Want er is geen beter wapen tegen verbittering en teleurstelling, dan humor. Maar haar antwoord verandert Jezus ook. Hij komt anders uit deze ontmoeting, dan dat hij erin ging. Deze vrouw maakt Jezus bewust van zijn eigen opdracht. Deze vrouw herinnert Jezus aan zijn afkomst en aan datgene wat hij geleerd heeft, “dat mijn huis, God’s huis dus, zal zijn een huis van gebed voor alle volken”. Iedereen is welkom! Iedereen mag mee-eten.  Joden en niet-Joden. De eunuch en de vrouw. Niet de wet geldt als uitgangspunt, maar de ontmoeting met die Ander, in wie we God kunnen ontmoeten.