Mattheus 5: 1 – 14

media_xl_3669077Ze klinken zo bekend in de oren, de zaligsprekingen. Maar tegelijkertijd roepen ze ook wel de nodige vragen op. Hoezo zalig gesproken worden als je arm bent. Als je treurt. Als je verlangt naar gerechtigheid, maar deze er niet is.

De zaligsprekingen zijn onderdeel van de Bergrede. De Bergrede is een gesprek tussen Jezus en zijn vrienden. Hij leerde hen, staat er. Jezus geeft les. In deze les legt hij de Joodse bijbel uit. De Torah. En dat doet hij vanuit de positie van de minste der mensen. De armen en ontrechten, de vredestichters en de mensen hongeren die naar gerechtigheid. Hij leert ons wat er van oudsher over is gezegd. Dat is wel belangrijk om te weten. Want een groot gedeelte van de zaligsprekingen komt rechtstreeks uit het oude testament. Dat is voor Jezus belangrijk, maar ook voor ons begrijpen van Jezus. Want Jezus was in de eerste plaats een Joodse man die met het Oude Testament is opgegroeid. Het Nieuwe Testament was er in zijn tijd nog niet. Dus alles wat Jezus zegt, zegt hij als Joodse man. Dat zegt hij tot zijn vrienden.

Het hoeft ons niet te verbazen dat Jezus oog heeft voor de mensen die lijden. Want die staan zijn hele leven in het middelpunt. Mensen die lijden aan ziekte, die lijden aan onderdrukking, die lijden aan machteloosheid. Maar hij heeft het ook over de mensen die strijden. Die strijden tegen onderdrukking, tegen ziekte, tegen honger en dorst, tegen vervolging en uitbuiting. Hij heeft het dan over de mensen die dorsten naar gerechtigheid, die barmhartig zijn en die vrede willen stichten.

Dat maakt de zaligsprekingen ook heel bijzonder. Het is geen hoogdravend filosofisch verhaal, maar hij probeert een concreet antwoord te formuleren op de nood van mensen.

Dat is wel gevaarlijk, als je niet direct een concrete oplossing voor handen hebt. We zouden dat tegenwoordig zomaar populisme kunnen noemen. Je luistert naar de nood van mensen, maar een antwoord op dezelfde nood ontbreekt. Dat kan snel ontaarden in goedkope, makkelijke oplossingen. En deze makkelijke oplossingen verkoop je aan je publiek als one liners. Ze hangen aan je lippen en voor je het weet maken ze je tot president.

Maar we kunnen Jezus niet verdenken van populisme. Want daarvoor is zijn zorg voor de armen en ontrechten te diep geworteld in het geloof in die Ene God. En daarvoor is zijn strijd tegen de mensen die macht nastreven uit eigen belang, te hardnekkig en te standvastig. Daarvoor weigert hij het leiderschap te erkennen van mensen die zich baseren op eigen belang, op grootspraak, op narcisme, op eigen economisch gewin.

Jezus bevestigd juist de weg van de mensen die belangeloos streven naar vrede en gerechtigheid. Die de weg gaan van de pretentieloosheid, de zachtheid en de goedheid, de vergeving en de loutering. . Hij bevestigdd de weg van de mensen die weten wat verdriet is en liefdeloosheid.

Zalig……… staat er oorspronkelijk in de Bijbel. Er staat dus niet “gelukkig”. Ik ben zelf dan ook niet erg gelukkig met die vertaling. Zalig in de Bijbel heeft te maken met datgene wat komen gaat en niet met datgene wat er al is. Want het is er nog niet. Het wordt mensen aangezegd, het wordt mensen toegewenst. Hier op aarde! Dat is erg belangrijk om te weten. Want wat moeten we anders met de uitdrukking; “voor hen is het koninkrijk van de hemel”. Is dat dan toch later? En wanneer later? En waar dan? Als wij spreken over de hemel, kijken we automatisch naar boven. De zon, de maan. de sterren. Maar dat is niet de hemel die Jezus bedoelde. Weten we nog hij is een Joodse man. En wanneer een Jood het heeft over de hemel, dat heeft hij het over datgene wat nu nog niet zichtbaar is, maar wat zeker zal komen. En dan kijkt hij niet naar boven, maar dan kijkt hij de mensen die het betreft recht in het gezicht. Hun nood is zijn nood. Hij ziekte is zijn ziekte, hun tranen zijn zijn tranen. De hemel is voor Jezus heel iets anders, dan deze voor ons in de loop der eeuwen is geworden. Niet ver weg ergens boven ons, niet aan de overkant van de dood, maar vandaag hier met “onze voeten in de modder”.

In de zaligsprekingen zet Jezus de mensen die niet in aanzien staan, die onder aan de maatschappelijke ladder zijn blijven hangen, op de voorgrond. Hij steekt hen een hart onder de riem. Hij stimuleert hen om op de goede weg voort te gaan, want uitgerekend zij vormen de basis van het koninkrijk dat nu nog verborgen is, maar dat zeker zal komen.

En de mensen die strijden die wenst hij dat hun strijd vruchten zal afwerpen. Die mensen kunnen de wereld veranderen. Die mensen geven smaak aan de wereld. Zij zijn het zout der aarde. En als dat zout zijn smaak verliest dient het nergens meer toe. Als wij mensen meegaan in de smakeloosheid van macht, in de smakeloosheid van mensen tegen elkaar opzetten en mensen uitsluiten. Als wij mensen meegaan in de zouteloosheid van loze belofte, van eigen belang en alleen nog maar kunnen schreeuwen en niet meer luisteren en de wereld indelen langs de lijn van one liners, waartoe dienen we dan? Die weg zal een doodlopende weg blijken.

De weg die ons is voorgehouden is er een van zachtmoedigheid en pretentieloosheid. Is een weg van het visioen, van een droom dat we de wereld kunnen veranderen. Dat we ziekte kunnen overwinnen, dat we onrecht kunnen verslaan, dat we vrede kunnen bereiken.

Als we die weg kunnen bewandelen, dan wordt ons gezegd; gefeliciteerd, jullie zijn mede arbeiders aan het koninkrijk van de hemel.

liturgie-5-februari-2017