Mattheus 6: 5 – 15

 

Het dilemma van bidden!

Ik kwam de afgelopen periode twee voorbeelden tegen van mensen die spraken over bidden. Ze zijn in hun verhalen verschillend maar in de kern ook weer gelijk als het gaat om bidden.

Ik keek op tv naar de documentaire die gemaakt is over Dirk Kuyt. De oud-voetballer van Feyenoord. Dirk Kuyt is opgegroeid in het zwaar christelijke Katwijk. Twee keer per zondag naar de kerk en vooral niet op zondag voetballen. Met dat in het achterhoofd vraagt de documentairemaker aan hem of dat niet lastig was, want hij is uiteindelijk toch op zondag gaan voetballen. Nuchter antwoord Dirk; “volgens mij bemoeit god zich daar niet mee”. Het is wel een opstapje naar de volgende vraag; bidt hij nog wel?  “Ja, ik bidt voor het eten, zoals heel veel mensen bidden voor het eten”, antwoord hij. Maar bidt hij ook weleens voor een voetbalwedstrijd? “Nee, dat doe ik nooit, dat vind ik onzin. Als ik zou bidden of god ervoor zou wil zorgen dat wij de voetbalwedstrijd winnen, dan vraag ik eigenlijk aan god of hij ervoor wil zorgen dat de ander verliest………. Dat vind ik niet eerlijk.  En, als de ander hetzelfde zou bidden en god zou naar al die gebeden luisteren, dan eindigt iedere voetbalwedstrijd in een gelijkspel!……..

Een tweede voorbeeld is van Gerard Reve. De beroemde schrijver die orthodox Rooms Katholiek was. In een boek met brieven van Gerard Reve kwam ik een brief tegen die hij stuurde aan een bevriende pater. In die brief klaagt Gerard Reve over “de hebberige toon” van veel gebeden. “Wie bidt dat het mij in het leven goed zal gaan, bidt vaak met zoveel woorden ook dat de ellende een ander overkomt. Ik zou eigenlijk weleens een gebed onder ogen willen krijgen dat God zoekt. In plaats van Hem, met van alles en nog wat aan zijn kop te zeuren”.

Wat is bidden? En waarom doen we het ? Is bidden god een verlanglijstje voorleggen van onze wensen?  En hopen wij, door te bidden, allerlei onheil te kunnen afwenden of onrecht te bestrijden?

In de voorbeelden van Dirk Kuyt en Gerard Reve zit het dilemma van bidden wel opgesloten. Want wij leggen vaak een verlanglijstje voor aan god. Iets wat in ons belang gerealiseerd zou moeten worden en waar wij, denken wij, wel wat hulp van god bij kunnen gebruiken. Dat is de “hebberige toon”, waar Gerard Reve het over heeft. Maar daarin zit ook weer het dilemma van Dirk Kuyt. Wat als god mij wel zou helpen en dat zou ten koste gaan van een ander? En nog een stap verder geldt de vraag: wat als die hulp uitblijft? Hebben we dan niet goed genoeg gebeden? Of wil god niet naar ons gebed luisteren? Of zou god ons willen straffen? Dat wordt extra pijnlijk als het gaat om kwesties van leven en dood. Als mensen bidden om genezing en de genezing blijft uit? Iemand gaat toch dood! En als ik niet dood ga en die ander wel? Waarom ik wel en hij niet?

We proberen in het gebed ook nog weleens aan god uit te leggen hoe volgens ons de wereld eruit ziet en wat er aan mankeert. En hoe wij denken dat dat anders zou kunnen en wat er zou moeten gebeuren om de wereld te veranderen. Alsof god dat zelf niet ziet. Alsof god niet dagelijks meehuilt om de nood in de wereld.

Wij bidden. Op de een of andere manier zit dat in ons mensen. Ook bij de mensen die zeggen nooit te bidden. We bidden in ieder geval iedere week opnieuw in de kerk en misschien ook wel thuis. Stil, hardop, mediterend, zingend. Fietsend, hardlopend, wandelend. Met de handen gevouwen of juist open gespreid.

En Jezus leert zijn vrienden bidden. Hij leert hen dat de kracht van het gebed niet zit in de hoeveelheid woorden en ook niet in de openbaarheid. Met andere woorden; zoek de stilte en de rust. Bid in het verborgene. Jezus leert hen en ons het “onze vader”.  We kennen het allemaal. Misschien prevelen we het wekelijks gedachteloos mee, zonder ons te realiseren wat we bidden? In het “onze vader” zijn alle gebeden samengevat, leerde ik vroeger. Maar als we goed lezen zit zelfs  in het onze vader ‘de hebberige toon’ van Gerard Reve.  “Geef ons heden ons dagelijks brood”.  We horen het onszelf vragen. Ook al hebben we nooit gebrek gehad aan brood. En wat als in Afrika dit gebeden wordt? En er is geen dagelijks brood?

De kern van het “onze vader” zit zowel aan het begin als aan het einde. “Onze vader in de Hemel, uw naam worde geheiligd , uw koninkrijk kome en uw wil worde gedaan.  En tenslotte klinkt het als afsluiting, in de loop der eeuwen door de kerk zelf aan toegevoegd: “u behoort het koningschap, de macht en de majesteit………

Het begin en het einde van het gebed zijn richtinggevend. Op de een of andere manier zal de inhoud van het gebed verbonden moeten zijn met de naam van god, met het koninkrijk en de wil van god. Zij geven kleur aan het gebed. De mens die bidt, lepelt daarom niet een verlanglijst op, maar sluit zich aan bij mensen die willen werken aan dat koninkrijk in gods naam.

Bidden is in eerste instantie niet iets zeggen, vragen of meedelen. Het is allereerst je openstellen, stil worden, luisterend zoeken. Want net als de vrienden van Jezus weten we niet altijd wat we moeten bidden.  Zoek het Verborgene, zegt Jezus. De nood in de wereld mag genoegzaam bekend zijn. Wie bidt laat, in de stilte, in eerste instantie god aan het woord komen. In plaats van god met van alles en nog wat aan zijn kop te zeuren.

Maar waarom bidden we eigenlijk? Ja, er zijn voorbeelden bekend waarin bidden geleid heeft tot genezing. Maar veel talrijker zijn de voorbeelden waarin het niets heeft uitgehaald. Dat roept de onvermijdelijke vraag op; helpt bidden? De rest van de wereld zien we naar de verdoemenis gaan, wij vouwen onze handen en sluiten onze ogen?

Van de heilige Benedictus klinkt het “ora et labora”. Bid en werk! Want bidden alleen helpt niet. Daarmee is de wereld nog nooit gered. Het gebed kan wel een bron zijn om het werk aan de redding van de wereld aan te kunnen. In het gebed mogen we de nood van de wereld benoemen. Maar we hoeven niet eindeloos te prevelen, zoals de heidenen denken te moeten doen. Doch het eenvoudige; “Heer ontferm U” zou genoeg moeten zijn. Daarmee hebben we alle nood in wereld benoemd en hoeven we eigenlijk niet verder in details te treden. Want die zijn wel genoegzaam bekend, ook bij god.

Wie bidt het eenvoudige “Heer ontferm U, uw rijk kome”, heeft de eerste stappen gezet op weg naar het koninkrijk dat aan het begin van het gebed wordt genoemd. Die hoeft god niet verder aan zijn kop te zeuren met onze vragen en verlangens en die hoeft god ook niet voor het duivelse dilemma te stellen; waarom zij wel en hij niet?