Micha 5: 1-5

JesusHet zijn weinig verwachtingsvolle tijden. Ze staan vrijwel haaks op de adventsgedachte. Waarin mensen wachten op het nieuwe leven. Waarin mensen ook hoopvol zouden moeten zijn over dat wat komen gaat. Het tegendeel lijkt het geval. De wereld staat bol van oorlogen. Uitzichtloze oorlogen. Mensen staan elkaar in godsdiensttwisten naar het leven. Met honderdduizenden willoze slachtoffers. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter, de armen worden armer, de rijken worden rijker. De grondstoffen worden schaarser. Talloze, miljoenen mensen, zijn op drift. Om de armoede en de oorlog te ontvluchten. En de rijke wereld voelt zichzelf bedreigd door en wordt angst aangepraat voor andere culturen. En tegelijkertijd de wereld ontbeert iemand die leiding geeft, die een hoopvolle boodschap kan uitdragen, die mensen kan verenigen achter de boodschap van vrede en gerechtigheid. Sterker nog het zijn de leiders zelf die dwalen in besluitenloosheid en sommige schuwen de oorlogsretoriek zeker niet. Proberen zichzelf schoon te praten, vanwege hun eigen belangen.

Als ik dit schema voor u schets dan vermoed ik dat u allerlei beelden uit de actualiteit aan u voorbij ziet trekken. De televisiejournaals van het, bijna, afgelopen jaar. En dat is ook waar. Maar tegelijkertijd zou ik deze beelden, weliswaar op kleinere schaal, ook kunnen plakken op de tijd waarin Micha zijn profetie, zijn dromen aan ons ontvouwd. En dat het in grote lijnen dezelfde problemen zijn, weliswaar op kleinere schaal, maakt het voor de mensen die het betreft niet minder bedreigend. Ook in de tijd van Micha stonden de volkeren elkaar naar het leven, waren het de rijken die de armen uitbuitte. Werd de oorlogsretoriek door de verschillende koningen niet geschuwd. Het waren ook in de tijd van Micha barre tijden.

Als jongeman, als boer en als profeet, als leerling van Jesaja zag hij die problemen ook. Hij hoorde ook de verhalen van dichtbij, maar ook van ver weg. Maar toch is Micha geen depressieve man, hij was niet iemand bij wie somberheid overheerste. Integendeel Micha was iemand die leefde van het licht, want in het licht, dat weet iedere akkerbouwer, groeit nieuw leven. Daar geloofde Micha dus ook heilig in. En omdat dat licht bedreigd werd, meende Micha dat hij het volk moest waarschuwen, de wacht moest aanzeggen. Omdat hij in het licht zag, de hand van God. En in de donkerte, in de onheilspellende woorden die Micha over mensen uitgooit, zag hij een wereld van God verlaten. Niet dat God de mensen verlaat, maar juist andersom. De mensen verlaten God. God blijft!

Ondanks alles wat hij om zich heen ziet gebeuren maant Micha het volk om niet te wanhopen. Om toch vooral te blijven dromen. Want de oorlog maakt dat mensen niet meer dromen, maar alleen nog bezig zijn te overleven. We zien het vandaag de dag nog dagelijks op televisie. Daar waar oorlog is, is een droom verscheurd.

Tegelijkertijd klinken de woorden van Micha wrang: het lijden daar zullen ze door heen moeten, hun pijn zal zijn als de pijn van een barende vrouw die zij moet doorstaan, wil nieuw leven worden geboren. Maar tegelijkertijd laat Micha ook die er door heen klinken: er zal nieuw leven geboren worden die die een nieuwe tijd zal inluiden, een tijd van vrede en gerechtigheid. Een tijd die alle pijn zal doen vergeten. Met deze droom probeert hij de wanhoop te bestrijden.

In de somberte van vandaag gloort er dus tegelijkertijd ook een nieuwe morgen.
Maar, wanneer kan ik die zien?
Waar kan ik die vinden?
Vertel ons God; waar moeten we die nieuwe vrede zoeken? En dan mag het antwoord ons niet verbazen. En diep in ons hart weten we het ook wel en Micha bevestigd ons dat vandaag nog maar eens. We zullen die vrede niet vinden bij de “grote der aarde”. Bij mensen die bezig zijn met macht. Maar eerder bij de kleine mens. Later, veel later en onder totaal andere omstandigheden, zal Maria ons dat nogmaals bevestigen. Zoek de vrede niet bij de heersers op de troon, maar juist bij de geringe, die zal Hij aanzien geven.

Maar wanneer kan ik die vrede dan zien?
Dat Koninkrijk van U, weet u wel, wordt het nog wat, kunnen we Gerard Reve nazeggen.

Volgens Micha wel. In Bethlehem, daar zal het gebeuren, voorspelt hij ons. Dat gezegd hebbende verschijnen er ongetwijfeld allerlei beelden in ons hoofd. Beelden van de geboorte van Jezus, waar wij in ons Christelijk denken mee zijn groot gebracht. Maar dan moeten we hier toch een waarschuwing laten horen. Wanneer Micha het heeft over Bethlehem, als de stad waar het zal gebeuren, wanneer hij het heeft over de redder, de Messias, die Israël zal weiden, als een herder in de velden van Effratha, mogen we er niet vanuit gaan dat Micha dan het beeld van Jezus, zoals wij Christenen dat kennen, voor ogen heeft. Deze passage is geen vooraankondiging van de geboorte van Jezus. In het Joodse denken, in het Joodse geloof is de Messias degene die nog steeds moet komen en het volk zal leiden uit de onderdrukking, zal wegleiden uit de slavernij. En Micha was natuurlijk in de eerste plaats een Joodse profeet. Deze passage plakken op het beeld van de geboorte van Christus, is Christelijk wishfull thinking. Maar dat neemt niet weg dat wij met die boodschap van Micha, met zijn droom wel verder kunnen.

Dat betekent dat, te midden van die chaos, Micha verwachtingsvol is over de toekomst. Over die nieuwe Messias.

Maar waar vinden we dan die nieuwe Messias?

Misschien zien we die nieuwe Messias wel dichterbij dan we denken. Misschien zoeken we hem te ver weg. We zien die nieuwe Messias in de persoon van degene helpt de ander op te staan, die de ander, hoe gering ook, opnieuw in het leven zet. Of het nu gaat om de weerloze oudere, om de verslaafde dakloze, om de ontheemde vluchteling. Een mens van vrede zal het zijn. Iemand die zal afrekenen met die eeuwige vijand van geweld en minachting. Micha droomt en is zwanger van nieuwe hoop. Want met de kracht van God zal het heilige volk Israël niets meer te vrezen hebben.

Afgodsbeelden, het gouden kalf, symbolen van graaien en exorbitante zelfverrijking, zullen worden neergehaald. Met de kracht van God, met de droom van Micha, kunnen we afrekenen met de tekenen van de dood. De wegen van geweld en uitbuiting, van ophitsing en angst, die wegen kunnen we achter ons laten. Want die wegen lopen dood.

 

Liturgie 20-12-2015