Numeri 27: 12 – 23

Overweging zondag 17 april 2016 Stefanuskerk Westerbork.

De Dood van Mozes.

Dietrich Bonhoeffer
Dietrich Bonhoeffer

Op de bergtop, hoog verheven,

Staat Mozes aan het einde van Zijn leven.

Hij houdt de ogen gericht

Op’t beloofde land, dat voor hem ligt.

“Zo vervult Gij, Heer, wat komen zou

Nooit werd Gij Uw woord ontrouw.

Uw genade redt ons en maakt vrij,

Uw toorn tuchtigt en verstoot mij.

Trouwe Heer, uw knecht is U niet waardig,

ik weet het, Gij zijt altijd rechtvaardig.

Heden zult Gij Uw straf aan mij voltrekken,

mij met de slaap des doods bedekken.

Alleen wie ongeschonden zijn geloof bewaarde,

Proeft de druiven van de beloofde aarde.

Geef mij, twijfelaar, maar de bittere drank.

In het geloof zeg ik U lof en dank.

Gij hebt wonderen aan mij gedaan,

Verbittering in zachtmoedigheid om doen slaan.

Laat mij zien door de sluier van de doodswoestijn,

hoe mijn volk optrekt naar het groots festijn.

Ik zink weg in uw eeuwigheid, God, voorgoed

Maar zie: mijn volk gaat de vrijheid tegemoet.

Gij, die de zonde straft en graag vergeeft,

God, ik heb voor dit volk geleefd.

Dat ik de lasten ervan droeg,

en nu zijn heil aanschouw-dat is genoeg.

Houd mij vast! Mij ontvalt mijn staf.

‘Trouwe God, geef mij een graf.’                                                  Bonhoeffer, september 1944.

Dietrich Bonhoeffer schreef dit gedicht in 1944 in de gevangenis. Het was vorige week zaterdag 71 jaar geleden dat Dietrich Bonhoeffer overleed. De Duitse theoloog die in de strijd tegen Hitler, ondanks zijn weerstand tegen geweld onder invloed van Mahatma Gandhi, ultimo ratio, koos voor de weg van het gewelddadig verzet. Bonhoeffer ontdekte voor zichzelf dat geweld zo extreem kan zijn, dat het soms de enige manier is om het te bestrijden. Hij raakt actief betrokken bij een tweetal moordaanslagen op Hitler. Op 5 april 1943 wordt hij gearresteerd. Op 9 april 1945, het is zo ongeveer het laatste bevel dat Hitler gegeven heeft, wordt hij ter dood ter gebracht. Met de nederlaag van het nazisme en de bevrijding in zicht, is het Bonhoeffer niet gegund om het bevrijdde land te betreden.

Het was Bonhoeffer die een diep gelovig besef had dat God’s plannen altijd leidend waren. “God doet onze plannen elke keer weer te niet, maar alleen om zijn betere plannen met ons door te zetten” schrijft hij in 1944 vanuit de gevangenis aan zijn verloofde Maria von Wedemeyer. Die navolging betekende voor hem een radicale breuk met wereld waarin ongerechtigheid welig tiert, waarin stampende laarzen mensen vertrappen, waarin Auschwitz het geloof definitieve veranderde. Maar het was dezelfde navolging die een radicale bevrijding en toewijding betekende. Navolging, zegt Bonhoeffer, plaats ons mensen  voor de spiegel. Wie ben jij? Wat wil God met jou en hoe sta je voor hem? Navolging was voor Bonhoeffer het kernbegrip van zijn geloof.

Een belangrijke Bijbelse inspiratiebron voor Bonhoeffer was Mozes.  Bonhoeffer herkende in de levenswandel van Mozes, zijn eigen levenswandel. Allebei van goede komaf. Allebei in de oorsprong niet bepaald erg gelovig.  De familie Bonhoeffer was wel lid van de kerk, maar je moest er niet te vaak komen, anders zou de omgeving weleens kunnen gaan denken dat je vroom geworden was. Je zou kunnen zeggen; “een Drentse manier van geloven”.  En allebei geroepen tot een weg die ze van te voren niet van zichzelf gedacht zouden hebben. Maar uiteindelijk wel allebei hebben aanvaard.

Mozes heeft zijn volk geleid uit de gevangenschap, gevoerd door de woestijn. Dat heeft hij met geduld, trouw en liefde gedaan. Hij was de middelaar tussen God en het afvallige volk, dat gevallen was voor macht en geweld en danste rond het gouden kalf. En hij heeft het tenslotte geleid tot aan het beloofde land.

Het klinkt in onze oren misschien ironisch, nee zelfs cynisch, als God zegt tegen Mozes: tot hier toe! Als je het gezien hebt, dat beloofde land, dan zal je met je voorouders verenigd worden, net als je broer Aaron.  Anders gezegd, dan zal je sterven. Dat beloofde land zal jij niet betreden. Anderen zullen jouw werk afmaken.  Hij heeft er zijn leven voor geofferd! Hij heeft alles opgegeven om het volk de bevrijding te schenken! En dan wil je, als mens, toch ook de beloning. Dat moment van triomf.  Van een schouderklopje of zelfs op de schouders geheven worden. Maar niet Mozes. Geen spoor van verzet. Mozes aanvaard de leidende hand van God. Navolging betekent voor hem dat je afziet van je eigen moment van triomf. Van je eigen gewenste beloning. Niet onze beloning maar Gods plannen zijn leidend voor dat beloofde land. We bidden het wekelijks, zonder er misschien altijd bij stil te staan: uw wil geschiedde op aarde, als in de hemel.

Dat beloofde land! Bonhoeffer was altijd erg kritisch wanneer dat beloofde land mensen werd voorgespiegeld als de hemel, als de ultieme bevrijding na onze dood. Dat beloofde land is niet een hemel, een wereld achter de grens van de dood, geloofde hij. Maar dat beloofde land is er vandaag en morgen. Is er hier en nu. We komen er niet mee weg om het lijdende volk de vette worst van een hemel, als een leven na de dood voor te houden. We mogen het lijdende volk; Joden, vluchtelingen, armen, daklozen, druggebruikers, wezen en weduwen, niet morgen de troost in de hemel beloven, maar hen vandaag laten sterven als ratten langs de kant van de weg.  Het nieuwe land is niet aan het eind der tijden, maar aan de overzijde van de rivier, die voor onze ogen ligt.  Vandaag de dag zou dat betekenen; het einde van de oorlog, het einde van het rijk van leugen en bedrog, dood en gevangenis, honger en dorst.

En Mozes ziet dat land. Hij kan het bij wijze van spreken aanraken. En toch is er geen spoortje van verzet of hoogmoed, dat hij de enige zou zijn die het werk zou kunnen afmaken. Hoe graag hij het misschien ook zou willen. Het gaat bij God niet om onze triomf. Om onze finest hour. Het gaat om de bevrijding van het volk.

De kelders van de Duitse SS in 1945 werden Bonhoeffer zijn laatste berg in de woestijn. Hij zag het beloofde land. Hij zag de bevrijding gloren, waarvoor hij zijn leven had geofferd. Maar tot hier toe. Dood door ophanging wegens hoogverraad! Een vergelijkbare aanklacht, van ruim 2000 jaar geleden, hebben we de afgelopen weken vaker in onze kerk gehoord. Op bevel van de dienstdoende SS-er kleedt hij zich uit. De kou van de jonge lente doet hem rillen. ‘Bang dominee?’ vraagt de SS-er spottend. ‘Ik heb het koud’ antwoordt hij. En weer is daar die spottende stem van de SS-er: ‘dit is dus het einde. Nee! antwoord Bonhoeffer. Er klinkt zoveel zekerheid door dat de SS-er hem verbaasd aanstaart. Zonder enige aarzeling loopt hij naar de galg en neemt de drie treden naar de wachtende strop. In een diep gelovig besef dat God’s plannen voor hem leidend waren, zelfs tot op het kruis.

liturgie Stefanuskerk 17 april 2016