Prediker 11: 7 – 10

ouderdom1Overweging zondag 12 oktober 2014. Protestantse Gemeente Grolloo-Schoonloo
Thema: Ouderdom en jeugd!
Soms kom je bij oudere mensen weleens iets tegen van jaloezie op de jeugd. Van “als ik nog jong kon zijn”, zo’n soort gedachte. En dan wordt er opgehaald over wat je dan nog allemaal zou willen doen, als je nu nog jong was.  Dat gaat dan tegelijkertijd vaak gepaard met een oproep aan de jeugd om alles uit het leven te halen wat er inzit. Want voor je het weet is het voorbij!  Als je spreekt over ouderdom, dan moet je ook spreken over de jeugd. De ouderdom weerspiegelt zich tegen de jeugd, zoals het zwart zich weerspiegelt tegen het wit. We kunnen geen wit zien, zonder het zwart. Zo kunnen we de ouderdom ook niet zien, zonen de jeugd. Maar daarmee vel je geen oordeel. Waardeer je de ouderdom niet meer dan de jeugd. Het is eerder een constatering dat beide hun charmes hebben en beide hebben hun eigen tijd.
De oudere mensen die vaak spreken over “jaloers zijn op de jeugd”, zien ouderdom, onbewust, of misschien ook wel bewust, alleen als een aftakelingsproces. Om de voor de buitenwereld dat proberen te maskeren, gebruikt men  botox, sportscholen, plastische chirurgen, om te laten zien dat we niet oud willen zijn of worden.  Maar wat je er ook tegen probeert te doen. Het onvermijdelijke einde nadert. En dat is een feit!  Ouderdom en aftakeling bereiden de dood voor.
Vroeg of laat krijgen we er allemaal mee te maken met de ouderdom, laten we de jeugd achter ons. Voor de een begint dat, gevoelsmatig, misschien eerder dan voor de ander. Maar feit is ook nu weer dat het gebeurt. We kunnen er niet omheen. Zo’n overgangsfase in het leven brengt altijd, aftakeling, vragen en onzekerheden met zich mee.  Jules de Corte verwoord die aftakeling en de daarmee gepaard gaande onzekerheid; “wie zal er voor mij zorgen als ik overmorgen oud ben”. Maar tegelijkertijd, het zou de ouderdom ernstig tekort doen als we het alleen maar zien als een aftakelingsproces, als een fase van onzekerheid en angst, wat nergens meer toe zou leiden. Ouderdom gaat ook gepaard met levenswijsheid. Levenswijsheid die we niet in de boeken zullen terugvinden. En die zal moeten worden overgedragen op de nieuwe generaties, van mond tot mond.
Vasalis refereert in haar gedicht aan de begrippen ouderdom en wijsheid. “Wijsheid die geen vermoeidheid is”. Daarmee bedoeld ze misschien wel te zeggen dat wijsheid, door de ouderen niet als een soort cynisme over de jeugd moet worden uitgestrooid, maar in de vorm van oprechte levenslessen, opgedaan in levenslange ervaring.
Ouderdom is dus blijkbaar ook wijsheid. Prediker laat zich niet verleiden tot gevoelens van jaloezie op de jeugd. Hij speelt ook de kaart van de wijsheid. Daarmee gaat hij, met zijn levenservaring, wel in tegen de tijdsgeest. De tijdsgeest is dat je toch vooral jong moet proberen te blijven. Prediker zet daar de oudere wijze mens tegenover, die ouderdom accepteert als een niet te voorkomen proces, dat onvermijdelijke eindigt in de leegte. Dat laatste kunnen accepteren, is ook een vorm van wijsheid, hoe pijnlijk dat ook kan zijn.
1623703938Prediker zet de oudere wijze mens in het zonlicht, die de jeugd voorziet van wijze raadgevingen. Niet doemdenkend over de tijd, eerder realistisch. Je mag genieten en je moet proberen te genieten van het leven als je jong bent, zegt Prediker. Hoe lastig dat ook is, want je moet meedoen in de ratrace om een baan, meedoen in de pikorde van de economie. Je moet een partner zoeken, kinderen opvoeden en ook nog proberen om je hormonen onder controle te houden. En dat alles in een tijd van religieuze, economische en politieke onzekerheid, met oorlogen en geruchten van oorlogen. Ga er maar aan staan!  Nee, er is feitelijk niet zoveel reden om jaloers te zijn op de jeugd. Eerder reden tot de nodige zorg.
Volg de weg van je hart. Volg de weg van je geweten, is een raadgeving die Prediker meegeeft aan de jeugd.  Dat mag Prediker doen omdat de levensfase van ouderdom tegelijkertijd een bepalende rust over je brengt.
De scherpe kanten gaan er vanaf. Je hebt het allemaal al een keer meegemaakt. Je laat je niet zo snel meer gek maken. Je blijft, bij voorkeur, met beide benen op de grond. Daarin ligt de kracht van de ouderdom die we best weleens mogen benadrukken. Oud worden is niet alleen last, voor jezelf, of voor je omgeving of voor de samenleving. Ouderdom brengt rust en wijsheid mee, gevoed door die levenslange ervaring. Deze komt vooral hier op neer; wees voorzichtig, zoek geen extremen, ga verstandig om met anderen, vooral met machtigen.
De levenservaring van de ouderdom worden, als het goed is, afgewisseld met een oproep om flexibel te zijn, aandacht te geven aan andere mensen, aan het leven, je niet laten meeslepen door emoties. De oudere is eerder de wijze leraar of lerares, die ruimte biedt voor ontplooiing en ontwikkeling, de jeugd haar eigen weg laat zoeken, haar niet loslaat, maar tegelijkertijd de leerlingen niet oproept om toch vooral onmatig, groots en meeslepend te leven. Daarvoor heb je als oudere teveel gezien in het leven.
De kunst is om niet te cynisch te worden, als oudere, wat natuurlijk wel op altijd op de loer ligt. Laat wijsheid niet overgaan in vermoeidheid, zegt Vasalis. Maar wees oprecht en eerlijk. Houd ook voor jezelf dus ook die wijsheid voor ogen, want anders kan ouderdom een ramp voor je worden. Dan ontbreekt immers ieder kompas en ieder anker waaraan je houvast hebt en kan het leven je gaan tegenstaan.
Natuurlijk, ouderdom maak je maar eenmaal mee en er komt geen fase meer achteraan waaruit je levenslessen kunt trekken voor je eigen toekomst.  Dezelfde oudere staat ook op de schouders van de vorige generaties. Daarin zijn genoeg voorbeelden te vinden die je waarschuwen om vooral te blijven vertrouwen op de wijsheid en je eigen levenservaring. En met alles wat in je in is, die niet egoistisch voor jezelf proberen te houden, maar die door te geven aan de jeugd. Als je als oudere dan kunt opbrengen, dan kun je prachtig tachtig worden!

liturgie 12 oktober 2014