Psalm 122

 

131023-Johnny-CashI am a pilgrim
Ik ben een pelgrim en een vreemdeling
reizend door dit land.
Ik heb een huis in een verre stad,
van de goede God gekregen.
Niet met de hand gemaakt.

 

Ik heb een moeder, zus en broer
die mij op deze reis zijn voor gegaan.
Ik ben vastbesloten ze te gaan zien, lieve Heer,
daar op die andere oever.

Ik daal af naar de Jordaan
om mijn vermoeide ziel te baden.
Kon ik maar aanraken de zoom van zijn kleed, lieve Heer,
dan weet ik dat hij me zou meenemen naar huis.

Ik ben een pelgrim en een vreemdeling
reizend door dit land.
Ik heb een huis in een verre stad,
van de goede God gekregen.
Niet met de hand gemaakt.  (Johnny Cash, i am a pilgrim, van de cd: my mother’s hymne book)
Eindelijk
Nu zijn we er dan
hier staan we dan
in de poort van waar we willen zijn.
Dit was dus ons doel
hier is nu de plek
waar ik terechtkom, waar ik thuis ben.

Deze stad steekt zo goed in elkaar
elke steen sluit naadloos aan op de andere.
Het voegwerk is vakwerk van de vaklui.
Huizen maken ruimte voor pleinen
Alles past samen in deze ene stad.

En de mensen horen hier bij elkaar
er wordt voluit gezongen in de straten
in vriendschap vrolijkheid en vreugde.
Hier komt je tot rust, hier kun je je vermoeide
voeten baden in de rivier.

God zelf zou hier kunnen wonen.
Wens deze stad vrede toe.                (Karel Eykman, een knipoog van u zou al helpen)

Overweging zondag 21 juni 2015. Protestantse Gemeente Grolloo-Schoonloo

Psalm 122

Thema: een leven lang reizen!
Het leven van Johnny Cash, the man in black, zoals hij bekend stond, is een lange pelgrimstocht geweest, langs diepe dalen en hoge bergen van drank en drugs. Hij had twee constante factoren is zijn leven; dat was zijn, typisch Amerikaanse, geloof en zijn liefde voor June Carter, heel uitzonderlijk voor het Amerikaanse artiestenleven in die tijd, waar hij 36 jaar mee getrouwd is geweest, tot hij in 2003 overleed. Zijn leven was een pelgrimstocht met diepe dalen en hoogtepunten en daarmee kenmerken voor iedere pelgrimstocht door het leven van een mens.

Wie wel eens een pelgrimstocht heeft gemaakt of mensen spreekt die een pelgrimstocht gemaakt hebben, die weet dat een pelgrimstocht altijd een aantal vaste kenmerken heeft. Die een tocht tot een pelgrimstocht maken.

Ten eerste het doel staat altijd vast. Het eindpunt is bepaald. Dat eindpunt heeft voor de persoon in kwestie altijd een bijzondere betekenis. Of dat nu Jeruzalem is of Rome of Santiago de Compostella. Er zijn mensen die zelfs pelgrimstochten maken naar het graf van Elvis Presley. Het zijn altijd voor hen bijzondere plaatsen waar mensen naar toe trekken.

Ten tweede een pelgrimstocht neemt tijd in beslag. Want niet alleen het eindpunt is belangrijk, maar de weg er naar toe is bijna even belangrijk. Die weg moet je soms zoeken, uitvinden. Soms loop je verkeerd en moet je omkeren om weer op de juiste weg uit te komen. Zoekend je weg vinden! De weg er naar toe geeft mensen ook gelegenheid tot bezinning. Stelt mensen in staat om wandelend na te denken over de vragen van het leven en het geloof. Stelt mensen in staat om andere mensen te ontmoeten, die misschien wel hetzelfde einddoel hebben, maar tussentijds met heel andere persoonlijke vragen bezig zijn.

Ten derde een pelgrimstocht kent hoge bergen en diepe dalen. Vaak letterlijk omdat weg er naar toe bijna nooit alleen leidt door het vlakke Hollandse polderlandschap, maar soms letterlijk de bergen overgaat. Maar het kent ook emotioneel die hoge bergen en diepe dalen. Momenten van euforie wisselen met momenten van twijfel en donker. Smeek dan dat het eind zal komen. Zeker als je het gevoel hebt dat het einddoel maar niet in zicht komt. Dan komen als vanzelf de vraag naar boven, waarom doe ik dit eigenlijk, wordt het nog wat?

Een vierde kenmerk van een pelgrimstocht is dat het je losmaakt van waar je vandaan komt. Een periode lang valt alles weg aan zekerheid en houvast. Je hebt geen idee wat of wie je op je pelgrimstocht tegenkomt en welke invloed dat heeft op de rest van je leven. De veiligheid van het vaste bestaan, van het eigen huis, laat je achter je.

Dat is tegelijkertijd ook wel enigszins het beeld van ons leven. Alhoewel dat einddoel steeds minder vast staat. Het einddoel en het hoogste wat een mens vroeger kon bereiken was de komst in de Hemel, na de dood. Daar was het leven, het geloofsleven, volledig op afgestemd. Dat lezen we ook in het lied wat Johnny Cash zingt. Een lied uit het psalmenboek van zijn moeder. Ik ben een pelgrim in dit land, een vreemde, die reist naar een verre stad, dat een huis heeft voor mij, niet met de hand gemaakt.

Voor veel mensen in onze huidige tijd is dat beeld niet meer zo herkenbaar. De hemel als het ultieme einddoel van ons leven hier op aarde? Daarmee voortleven in de eeuwigheid? Het heeft flink aan invloed ingeboet. Met het beeld dat Johnny Cash voor ons neerzet, kunnen wij waarschijnlijk niet zoveel meer. Voor veel mensen is de hemel als het ultieme einddoel gesloten.

Eigenlijk is het ook wel gek, dat wij vaak met dat beeld zijn opgegroeid. De Joden, waar ons Christendom toch uit voort komt, kennen geen hiernamaals. De Joden kennen geen leven na de dood. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het in de psalmen, in de pelgrimsliederen, daar steeds gaat over Jeruzalem, als stad van vrede, als ultieme einddoel van onze pelgrimstocht. Niet in de hemel, maar op aarde, daar moet het gebeuren.

In ons dagelijks leven, vanaf het moment dat je je bewust wordt dat je de hand van je ouders steeds vaker loslaat, als je bijvoorbeeld naar het voortgezet onderwijs gaat, tot het moment dat het sterven daar is, worden we bepaald bij de vragen van het dagelijkse leven, waar we zelf een weg in moeten vinden, zonder dat we precies weten waar die weg ons naartoe brengt en wie wij onderweg tegenkomen. Zoekend en tastend, vol twijfel en donker, gaan we door het leven. Je kunt zeggen dat geeft onzekerheid, en heel veel mensen kunnen maar moeilijk met onzekerheid omgaan. Maar het geeft ook ruimte. In ons leven, in ons geloven en in ons geloofsleven. Het geeft ruimte als we Jeruzalem zien als einddoel van onze pelgrimstocht, in overdrachtelijke zin, niet als een verzameling huizen van steen, met een muur eromheen, maar als een beeld, een wereld van vrede, een wereld waarin het recht zegeviert. Een wereld waar God zou kunnen wonen.

Daarmee aanvaarden we, en dan sluiten we toch weer aan bij Johnny Cash, God als leidend op onze pelgrimstocht. Maar niet als een God die het voor ons heeft uitgestippeld, met dat ultieme einddoel als beloning, maar eerder als een pelgrim-God. Een God van de uittocht, die ons wegvoert van de beelden en huizen waarin we graag zouden willen blijven, omdat ze ons zekerheid bieden. Waarin we ons zouden willen opsluiten, omdat ze veilig voelen. Eerder een pelgrim-God die zoekend en tastend naast ons meegaat. Met ons zoekend onze weg vinden op de tocht door ons leven. God is aanwezig is ons zoeken. In de Joodse taal, het Hebreeuws, word voordat beeld een woord gebruikt, dat het beste te vertalen is met het woord: gabber. Vriend, maatje. In de wereld is God aanwezig, als vriend, als maatje, niet door ons zeker weten, maar door ons zoeken. Een leven lang reizen, maar nooit, nooit meer zonder reisgenoot.