Schoonheid

In deze fase van het jaar stroomde vroeger de vakantiekaarten binnen. Heel vroeger van nog niet zover weg, de Veluwe, de Noordzeekust, Limburg, maar naarmate de tijd vorderde kwamen de kaarten, soms met weken vertraging, van steeds exotischer oorden, van over de hele wereld.

kahlil-gibran-boog-pijl-boogschutterDeze kaarten hadden in eerste instantie als doel om een teken van leven te geven aan de achterblijvers. Als tweede doel zat er natuurlijk ook bij om iets te laten van de omgeving en natuurlijk de schoonheid daarvan. Deze kaarten zijn langzaam aan verdwenen en zijn ingewisseld door de Facebook berichten en Whats-app. Wat wel gebleven zijn de plaatjes van de omgeving, nu zelf gemaakt, die nog iets weergeven van de schoonheid van de omgeving. Een schoonheid die adembenemend kan zijn. Waarbij we letterlijk even de adem inhouden. Een omgeving waar wij dan lyrisch over kunnen praten, hoe mooi en overweldigend de natuur is. Maar gaat schoonheid alleen over de natuur? We zijn dat vaak wel geneigd om te denken. Schoonheid en natuur. Ze horen blijkbaar onlosmakelijk bij elkaar. Omdat het ons overstijgt, zeker als het nog ongerept is, waar mensenhanden nog geen invloed op hebben gehad. Of natuur die zich door mensenhanden niet laat beheersen. En vaak zijn we het wel met elkaar eens, bergen, meren, zee, strand, bossen, het kan allemaal makkelijk als schoonheid benoemd worden.

Maar geldt dat ook voor steden? Voor plaatsen die we bezoeken? Waar vaak twee kanten aan zitten. De schoonheid van de rijkdom, prachtige gebouwen, tegenover de armoede van de sloppenwijken, die we niet bezoeken. Dan wordt het gesprek over wat we als schoonheid benoemen al ingewikkelder.

Nadenken over schoonheid is wel riskant. Want wat is schoonheid precies? Wat voor de een schoonheid is, hoeft dat voor de ander absoluut niet te zijn. En waar zit hem die schoonheid dan in? Kan in de lelijkheid ook schoonheid verborgen zitten, zoals er in het kwade misschien ook goeds kan schuilen. Wat maakt dat wij persoonlijk iets als schoonheid benoemen? Wat heeft schoonheid te maken met geloven? Zeker in de gedachtegang dat het in de Bijbel lang niet altijd gaat over mensen waarvan men zegt dat de schoonheid er vanaf straalt; blinde, kreupelen, melaatse, verslaafde, demente, vluchtelingen. En mensen die ook innerlijk niet altijd de schoonheid ten toon spreiden die je zou wensen; fraudeurs, moordenaars, pedofielen, corrupte, hoerenlopers, loverboys, graaiers.

Daar zit tegelijkertijd op het eerste gezicht een interessante tegenstelling in. God die de schoonheid ervaart van mensen waar wij mogelijk met een grote boog om heen zouden lopen. Waar we niet direct mee geassocieerd willen worden. Het lijkt erop alsof God denkt, als je maar lang genoeg kijkt, zit iedereen wel iets moois! God als mooikijker! Wat zegt dat over het denken over schoonheid vanuit bijbels perspectief? Dat er blijkbaar ook een vlekje op mag zitten? Dat het lelijke ook mooi kan zijn? Schoonheid is dus blijkbaar niet hetzelfde als hét ideale. Betekent dat, dat het gruwelijke, ook schitterend mooi kan zijn? Hoe kun je schoonheid noemen als er tegelijkertijd dagelijks tientallen mensen verdrinken in de Middellandse zee, als er dagelijks schrijnende beelden te zien zijn van Grieken die echt niet meer kunnen rondkomen, omdat er geen geld meer uit de muur komt? Waar zit in deze beelden dan de schoonheid? Is dat het schrijnende? Is het omdat het je raakt, omdat je met ontferming bewogen raakt, omdat je met hen mee lijdt? Of is dat omdat dat ene beeld, die ene foto, dat klein stukje film, alles verteld?

In een roes raken van een muziekdreun, aangevuld met een pilletje en daarmee door je hersenen de mooiste beelden krijgen voorgeschoteld, waar je lyrisch van wordt? Even loskomen van de realiteit waar je in gevangen zit, even zweven, vliegen door een wereld, die je nergens anders tegenkomt. Schoonheid als een vlucht? Deze vorm van schoonheid heeft in onze wereld iets verdachts werd. Want iets wat mensen buiten zichzelf brengt, waar geen controle meer over is, daar moet je mee uitkijken. Voor je het weet verleid je dat tot het kwaad. En dat kwaad zou dan zijn dat met al je zintuigen open, vol overgave opgaat in iets of iemand. En dat de realiteit vele malen harder is als je weer nuchter met beide benen op de grond staat. In onze cultuur houden wij graag de controle, blijven we graag een beetje nuchter, laten we ons niet graag meeslepen.

Je kunt in ieder geval verschillende kanten op met schoonheid. Kahlil Gibran, waar we vanmorgen een stuk uitlazen, benaderd schoonheid heel sterk vanuit het innerlijk. Schoonheid komt niet van buiten, schoonheid is geen behoefte die van buitenaf komt, maar juist van binnenuit mensen in vervoering brengt. Zij is als het hart in vuur en vlam. Ze is het beeld dat je zonder ogen ziet, het lied dat je zonder oren hoort. Je gaat volledig in iets op. Dat is ook het moment waarop de man of vrouw waarop je verliefd bent, de mooiste, de schoonste man of vrouw op aarde is. You are so beautiful, zingt Joe Cocker. Jij bent de mooiste, voor mij. Mijn hart staat in vuur en vlam en wordt van binnenuit door jou in vervoering gebracht.

Als er een begrip geassocieerd wordt met schoonheid, dan is het wel de liefde. Als we nadenken over schoonheid gaat het dus blijkbaar niet over het idealiseren van dat vlekje wat erop zit, wat er best mag zijn. Het gaat niet over het goed praten van fout gedrag. Want iedereen doet weleens foute dingen. En we realiseren ons heel goed dat die adembenemende natuur, dodelijk verwoestend kan zijn. Maar het gaat over de liefde die je kunt opbrengen. De liefde voor die natuur, de liefde voor die Ander. En die liefde, ja die komt van binnenuit. Omdat iets of iemand je raakt! Welke naam we dat ook geven, Goddelijk? we mogen hopen dat datgene wat mensen ervaren als schoonheid, hen geneest, hen recht doet, hen beschermt tegen de haat.

liturgie grolloo 12 juli 2015