Jeremia en de tien woorden

Al een aantal jaren wordt er wereldwijd volop gediscussieerd over het thema vrijheid. De centrale vraag daarbij is waar de grenzen liggen van onze vrijheid. Die discussie wordt niet waardevrij gevoerd. Want wij zijn steeds meer gaan hechten aan onze eigen individuele behoefte, onze eigen individuele vrijheden. En volgens sommige mensen is die individualisering te ver doorgeslagen. Wie bekommert zich nog om zijn naaste? Andere vinden dat die individuele vrijheid nog teveel beperkt is. En dan hebben we het over de grenzen van ons zelfbeschikkingsrecht waar het gaat om leven en dood. Mogen wij daar zelf over beslissen of zijn er ethische en morele of juridische grenzen die ons daarin tegenhouden. De religieuze  grenzen. Zijn alle religies in ons land gelijkwaardig. Of menen we het recht en de vrijheid te hebben om de ene religie boven de ander te stellen. Godsdienstvrijheid dus. De grenzen van ons taalgebruik. Heb ik de vrijheid om de ander onbeperkt te mogen beledigen?  Mag ik zeggen wat ik denk? Of hoeft niet alles wat ik denk ook gezegd te worden? De grenzen van onze seksuele vrijheid. Mag ik en kan ik als man of vrouw, onbedreigd hand in hand lopen, met iemand van het gelijke geslacht? De grenzen van onze leefstijl. Mag ik zelf bepalen hoe ik omga met het milieu, het klimaat. Wel of niet met het vliegtuig, twee keer per jaar op vakantie?  

De individualisering van onze samenleving kent ongetwijfeld sterke kanten. Mensen zijn baas geworden over hun eigen leven. Het is niet meer de kerk en de staat die achter onze voordeur komt kijken over hoe wij ons leven inrichten.  Maar tegelijkertijd lijkt het er ook op alsof we de vrijheid, die we achter de voordeur hebben verworven, ook willen hebben, claimen zelfs, in het publieke domein. Steeds vaker lijkt het  erop alsof we ook daarin, dat publieke domein, ons individuele belang laten gelden boven het collectieve belang. Maar daar waar de vrijheid van de een begint, eindigt vaak de vrijheid van de ander.

En er is tegelijkertijd een merkwaardige tegenstelling gaande in onze samenleving. Daar waar wij in toenemende mate ons recht op onze individuele vrijheid claimen, kiezen we, bij verkiezingen wereldwijd, steeds vaker voor een autoritair leiderschap. De sterke leider is in opkomst. We hoeven gaan namen te noemen, we kennen ze allemaal. Maar dat zijn leiders die er om bekend staan dat ze de individuele vrijheid van mensen juist willen inperken, veelal omwille van hun eigen macht. Leiders die geen boodschap hebben aan onafhankelijke rechtspraak (corrupte rechters), die geen boodschap hebben aan onafhankelijke pers (tuig van de richel), die geen boodschap hebben aan een democratisch proces (nepparlement).

Het is deze beweging om ons heen zien die  laat zien dat de individuele vrijheid juist steeds meer onder druk staat. Het aantal democratische landen met een onafhankelijke rechtspraak, met een vrije pers, met vrije verkiezingen, met vrijheid van meningsuiting, met vrijheid van relaties wordt steeds kleiner. De repressie neemt toe. Het aantal politieke gevangene is nog nooit zo groot geweest. Het aantal politieke moorden nog nooit zo hoog.

Dat is precies wat Jeremia ook dreigt te overkomen. De opdracht die hij krijgt is helder. Verkondig mijn boodschap, zegt de Heer. Als jullie de wet der gerechtigheid niet naleven, als jullie niet luisteren naar degene die keer op keer mijn Gods boodschap verkondigen, dan zal het slecht aflopen met deze tempel. Op het moment dat Jeremia deze boodschap overbrengt wordt hij een politieke en religieuze tegenstander van de kerkelijke en politieke machthebbers. En daar waar autoritaire politieke en kerkelijke leiders een boodschap te horen krijgen die hen niet bevalt is de reflex meteen; zet hem gevangen, ‘deze man moet worden omgebracht. Hij verdient de doodstraf”. Hij is een gevaar voor onze positie. Autoritaire leiders misbruiken de wet veelal in hun eigen belang. Ze leggen de wet uit of veranderen hem zodanig dat ze hun macht ermee kunnen bestendigen. Autoritaire leiders, eenmaal aan de macht, geven die macht nooit meer zelfstandig uit handen.

De kern van de boodschap van Jeremia ligt in de “Tien Woorden” in Exodus, in de Thora. Die bedoelt Jeremia als hij verwijst naar “de wet”. En hij weet waar hij het over heeft. Want de oorsprong van de “Tien Woorden” komt voort uit onvrijheid. Ik heb u in de vrijheid gesteld. Ik heb u geleid uit het land Egypte, waar u slaaf was. Waar u slachtoffer was van autoritair leiderschap. En omdat u daar in onvrijheid leefde, omdat u daar als volk niet tot recht kwam, dat er geen recht aan u werd gedaan, geef ik u de “Tien Woorden”. Om u in vrijheid te laten leven.

Dat lijkt merkwaardig. Ik perk de vrijheid van iemand in, om hem of haar in vrijheid te laten leven. Het gaat in de kern van de “Tien Woorden” niet om wat we allemaal niet mogen, maar om recht en bescherming. Betrouwbare rechtspraak en bescherming van de overheid op ieders recht op een zelfstandig, veilig en vrij bestaan. Dat zijn de fundamenten waarop het nieuwe land behoort te worden gebouwd. De plaats en het moment waarop deze tien woorden aan het volk Israël worden gegeven zijn niet toevallig. Maar juist heel precies gekozen. Het volk Israel heeft het doods land Egypte definitief achter zich gelaten en staat op het punt om zich te vestigen in het beloofde land. In dat beloofde land, wat een nieuwe rechtsstaat zijn wetten en rechtspleging nodig om de rechten van de mens te beschermen. De rechtstaat is de bescherming van de enkeling tegen de meerderheid. Het is de bescherming van de zwakkere tegenover de sterkere. Het is de solidariteit met mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, die niet voor zichzelf kunnen opkomen.  En over die rechtstaat wort niet onderhandeld. Er wordt er ook niet met god onderhandeld over de tien woorden. Want zij zijn de grondwet van ons geloof. De “Tien Woorden” geeft ons de mogelijkheid om ons in vrijheid te bewegen.  Beschermt ons en onze naaste, tegen willekeur en tegen het recht van de sterkste. Dat roept wel de vraag op hoe ons geloof zich verhoudt tot autoritair leiderschap. Is de keuze voor autoritair leiderschap te verantwoorden vanuit de grondwet van ons geloof?

De “Tien Woorden”  laten ons zien dat vrijheid nooit absoluut is. Als vrijheid wordt verabsoluteerd dan zullen we zien, hoe mooi de idealen ook zijn, dan eindigt de wereld in een chaos.  De “Tien Woorden” zijn de bescherming tegen die chaos. In die chaos gaat het recht van de sterkste heersen. De “Tien Woorden” zijn de bescherming tegen; oog om oog, tand om tand. Zijn de bescherming tegen willekeur en tegen daden tegen de menselijkheid; beroving van leven, Zij zijn bescherming tegen autoritair leiderschap.

Maar tegelijkertijd zijn ze meer dan welke willekeurige wetgeving, van welke willekeurige rechtsstaat dan ook. Ze komen namelijk niet voort uit een behoefte tot  beheersing of overheersing, waarin de een boven de ander is gesteld. Ze komen van een God die laat zien dat de wereld van arbeid, menselijkheid en politiek niet zonder de gerechtigheid kan. Juist in de wereld van vandaag maakt dat een wereld van verschil. Die stem van mededogen van gerechtigheid en barmhartigheid, de stem van Jeremia, moet juist klinken in het tumult en het debat over de vrijheid. En wij worden iedere zondag erop getraind om die stem te horen en om die stem te laten klinken.