Tagarchief: Mattheus

De ster van Bethlehem

Je kunt veel van de Bijbel zeggen. En een van de dingen die je er ook van kunt zeggen is dat de Bijbel wel humor heeft, althans degene die verhalen hebben opgeschreven. Het is wel een subtiel soort humor die je moet zien of willen zien. Het is geen humor van de gulle lach. Het is een humor waarbij mensen op de hak worden genomen, zoals Wim Kan dat vroeger ook kon doen. Die humor zit vandaag ook verwerkt in het verhaal. 

Wat te denken van Herodes. Veruit de machtigste man in de regio, die bang wordt van een pasgeboren kind, en die angst krampachtig probeert te verbergen alleen maar omdat dat kind de titel “koning” krijgt opgeplakt. Je zou toch denken; “man waar maak je je druk om, het is nog maar een kind”, tegen de tijd dat het echt een bedreiging voor jouw gaat vormen, ben jij al lang met pensioen. Maar nee, als een echte cabaretier vergroot Mattheus de angst van Herodes verder uit, waardoor het lachwekkend wordt. Om hem vervolgens als een sukkel weg te zetten, die zich wel heel makkelijk en opzichtig om de tuin laat leiden door wijze koningen.

Maar naast de nodige humor zitten er ook in dit verhaal allemaal verwijzingen naar oude klassieke Romeinse en Egyptische mythes.  Mattheus en Lucas, de verhalenvertellers van het geboorteverhaal, kende die verhalen allemaal. En ze gebruikte ze om het verhaal van de geboorte van Jezus te vertellen. Met humor, met venijn en met omkering. De koningen uit het oosten, de ster van Bethlehem, deze beelden zijn allemaal afkomstig uit die Romeinse en Egyptische mythes.

De koningen uit het oosten, zij volgde een ster om een “nieuwe koning” eer te bewijzen. Geen drie koningen uit het oosten, dat aantal hebben wij mensen er voor geplakt, maar dat getal vinden we in de Bijbel nergens terug. Zo vinden wij in de Bijbel ook nergens hun namen, Melchior, Caspar en Balthazar, terug. Die zijn ontsproten aan de menselijk fantasie.

In de verhalen over Romeinse Keizers en Egyptische farao’s werden de  “nieuwe machthebbers” niet bezocht, maar zij moesten als eerste op bezoek bij hun collega’s.  Om de hiërarchie te benadrukken. De leerling bezoekt de meester. Mar ook om je goede wil te tonen, je goede bedoelingen, je vredelievendheid. Een traditie die je vandaag ook nog terug ziet bij de Europese koningshuizen. Een nieuwe koning of koningin brengt altijd eerst een bezoek aan zijn of haar collega’s, voordat deze bij hen op bezoek komen.

Mattheus draait het om. Koningen, wijzen, magiërs, het is maar welke Bijbel je leest en welke titel erin genoemd wordt, in ieder geval belangrijke mensen, zij worden op pad gestuurd. Dus niet om te vereerd te worden, maar om te vereren. En dan niet een andere koning, maar een onschuldig kind, in een onooglijke stal. Mattheus maakt daarmee al die koningen, die zichzelf zo belangrijk vinden, behoorlijk belachelijk. Het levensbegin van dit kind mocht in niks lijken op dat van de keizers en farao’s, koningen, wijzen en magiërs. Vanaf het begin moest ook direct helder gemaakt worden hoe de verhoudingen lagen. Dat oude koningschap van macht,  status en hiërarchie dat had afgedaan, daarvoor in de plaats kwam het koningschap van dienstbaarheid en rechtvaardigheid. De koningen, op weg gestuurd, achter een ster aan, in het verhaal van Mattheus waren het beeld van dat oude koningschap.

Ieder jaar, rond deze tijd, verschijnen er in allerlei bladen weer populair astronomische artikelen  over de ster van Bethlehem. Of het nu een ster was geweest of een supernova of een komeet?  Een antwoord is nooit gevonden. Nogal wiedes lijkt mij. Want de ster is er op die manier nooit geweest. Al deze schrijvers en wetenschappers gaan er namelijk aan voorbij dat het verhaal van de koningen uit het oosten en de ster van Bethlehem, geen geschiedenisverhaal is. Het verhaal is een geloofsverhaal.

Mattheus gebruikt dat beeld van een ster  niet zomaar, omdat hij het misschien een mooi beeld vond. In de Romeinse mythische verhalen hebben sterren een voorspellende waarde. Nieuwe Romeinse keizers kregen een ster naar zich vernoemd. Dat symboliseerde namelijk hun macht zelfs tot ver voorbij onze aardse grenzen, tot diep in de kosmos. De ster symboliseerde ook de onsterfelijkheid van de keizer. Want aan iedere Romeinse keizer werd de status van goddelijkheid, van onsterfelijkheid toegedicht.

Mattheus maakt handig gebruik van dat, in die tijd, bekende beeld. Alleen hij geeft de ster geen naam, hij kent de ster geen macht toe. Bij Mattheus is het eerder een gidslicht. Een gidslicht dat boven een onooglijke stal, waar een vluchtelingenkind geboren werd, stil blijft staan. En dat geeft ook precies aan waar het op aan komt in het evangelie en in het leven van dit kind. Het zal in zijn leven niet gaan om paleizen, het zal in zijn leven niet draaien om koningen en machthebbers, maar het gaat bij hem om de mensen die geen huis hebben, die onderweg zijn, die verdoemd zijn en voor de samenleving mislukt. Het gaat om mensen die geen macht hebben en die nooit een straat, een gebouw, en zeker geen ster naar zich vernoemd krijgen. Het gaat om de mensen die zich inzetten voor mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Het gaat om de mensen die, tegen de stroom in, proberen de aarde bewoonbaar te houden. Die proberen hun kerk, hun dorp leefbaar te houden.

Het verhaal keert zich op deze manier tegen machthebbers die met wapengekletter hun spierballen laten rollen en daarmee de aarde dreigen mee te sleuren in een vernietigende oorlog.

Door koningen te gebruiken in dit verhaal en door die koningen terecht te laten komen in een onbeduidende stal bij een kind, ontlokt op z’n minst bij ons toch iets van een glimlach.  

Mattheus laat met dit verhaal namelijk zien dat al die zogenaamde koningen er feitelijk niet toe doen. Ze worden hun plaats gewezen. Ze mogen zichzelf wel belangrijk vinden, maar voor het evangelie zijn ze dat niet. Daarin wordt niet voor hen gebogen en geknield, maar zij moeten knielen en buigen. Want in het geboorteverhaal telt maar een ding en dat is het vluchtelingenkind. Die als een pelgrim mee zou reizen door de tijd. Niet op zoek naar een vage ster, maar op zoek naar het licht dat mensen, mensen maakt. En daaraan zijn onsterfelijkheid mag ontlenen.