Tagarchief: Prediker

Ouderdom en jeugd

ouderdom1Soms kom je bij oudere mensen weleens iets tegen van jaloezie op de jeugd. Van “als ik nog jong kon zijn”, zo’n soort gedachte. En dan wordt er opgehaald over wat je dan nog allemaal zou willen doen, als je nu nog jong was.  Dat gaat dan tegelijkertijd vaak gepaard met een oproep aan de jeugd om alles uit het leven te halen wat er inzit. Want voor je het weet is het voorbij!  Als je spreekt over ouderdom, dan moet je ook spreken over de jeugd. De ouderdom weerspiegelt zich tegen de jeugd, zoals het zwart zich weerspiegelt tegen het wit. We kunnen geen wit zien, zonder het zwart. Zo kunnen we de ouderdom ook niet zien, zonen de jeugd. Maar daarmee vel je geen oordeel. Waardeer je de ouderdom niet meer dan de jeugd. Het is eerder een constatering dat beide hun charmes hebben en beide hebben hun eigen tijd.
Lees verder: http://gerhardterbeek.nl/overdenkingen/prediker-11-7-10/

Het nuttige van het nutteloze

Je kunt van Prediker erg veel zeggen, maar lef heeft hij in ieder geval wel. Hij is niet bang uitgevallen. Hij onderzoekt alles en probeert het goede te behouden. Alleen aan het eind van het verhaal lijkt het erop dat er in de visie van Prediker niet zoveel goeds is. Het was gezwoeg en had geen enkel nut onder de zon. Maar daaraan voorafgaande deed Prediker wat mensen, veel mensen, misschien niet zouden durven, maar diep in hun hart wel zouden wille1821806-ad638b5dd886e24db270c16bc618cc68n. Hij zocht het in drank en in vrolijkheid. Maar hield het hoofd er wel bij. En dat alles om te ontdekken wat een mens het beste kan doen, in de korte tijd die hem het leven gegund is. Daarnaast vergaarde hij rijkdom met paleizen, wijngaarden, bomen en bossen, slaven en slavinnen en slavenkinderen. Een grote veestapel en hij maakte van zichzelf een soort Dagobert Duck die goud en zilver spaarde in pakhuizen. En alsof dat allemaal nog niet genoeg was genoot hij ook nog volop van muziek en vele, vele, vrouwen. Kortom een man die van het leven genoot. Hij heeft alles uitgeprobeerd, met zijn volle verstand. Iemand die niets tekort kwam. Maar het eind van het liedje is dat het hem niet bevredigde. Hij is teleurgesteld (…………..)

Lees verder onder overdenkingen: prediker 2: 1- 11