Jesaja 65: 17 – 25

1992hdlatijnsamerikaAdvent, de tijd van verwachting, de tijd van liefde, de tijd van verlangen. De tijd van verwondering. Verwondering over nieuw leven. We zijn allemaal zwanger van verlangen en liefde. Dat is advent! 

Ieder mens kent verlangens. Het is een stille stem ergens diep in onszelf weggestopt. Een verlangen naar God, gezondheid, vrede, recht, liefde, geborgenheid, stilte, eenvoud. Deze lijst zouden we nog oneindig lang kunnen uitbreiden. Wat niet nodig is, want iedereen weet wel wat zijn of haar verlangens zijn. Soms delen we ze met anderen, doen we daadwerkelijk pogingen om onze verlangens te realiseren. En andere dragen we ons hele leven in stilte mee en nemen we zelfs mee in de beslotenheid van ons graf. Zonder dat ook maar iemand weet wat er jaren in ons heeft gestreden. 

Verlangens ontstaan vaak uit dat wat we als een gebrek of een gemis ervaren. Verlangen en realiteit staan soms ook haaks op elkaar. De realiteit leert ons dat al onze verlangens lang niet altijd te realiseren zijn. Ons verlangen staat dan in de schaduw van dat wat mogelijk is. Maar dat betekent niet dat we ons verlangen dan maar moeten laten varen. We moeten blijven verlangen, ook al staat de realiteit dat soms in de weg. Want verlangen geeft hoop. Verlangen geeft toekomst! Verlangen geeft leven. Verlangen, is het wonder van de liefde, waar de verwondering in zit, dat ons dat opnieuw kan overkomen!

En ieder jaar in de Adventstijd komt dat verlangen weer terug. De tijd van verwachting. Van de komst van de Messias. De tijd waarin de liefde feitelijk centraal staat. Want nieuw leven kan alleen maar groeien en bloeien als het geworteld is in de liefde. Het is vanuit die onbegrensde liefde dat God zich aan toont. Niet als een onbereikbare macht, als een God die boven ons troont en ons naar believen straft. Een God die ons afrekent op onze daden. Maar we zien eerder een God die met ons juicht. Die met ons huilt om de liefdeloosheid, om onze angst, onze wanhoop. Die vreugde heeft in mensen, in blijdschap. Die onze tranen droogt en met ons lacht om hervonden liefde. 

Jesaja laat ons vanmorgen die God zien. Een God die een nieuwe hemel… een nieuwe aarde… beloofd. In maar een handvol zinnen klinken de volgende beloften: blijdschap, gejuich, vreugde, gejubel, een verblijden. Niet alleen in een groots allesomvattend wereldbeeld, maar juist ook heel klein, in ons eigen leven. Jesaja schetst ons een Goddelijk visioen. Zo'n visioen dat raakt aan dat diep gewortelde gevoel wat in ons leeft. Wie zou dat niet willen. Die nieuwe hemel en die nieuwe aarde in ons eigen kleine leven; blijdschap, vreugde, gejubel, voorspoed. Een beek die onophoudelijk stroomt en ruist als een adventslied. 

Maar er is wel iets aan toe te voegen. En dat zullen we ons, ook in de aanloop naar Kerst moeten blijven realiseren, zonder dat ik op voorhand de Kerstpret wil bederven. Die hemelse vrede, die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die ons door Jesaja wordt beloofd, we verlangen er soms een mensenleven lang naar. Soms zien we hem even, ervaren we hem even aan den lijve en dan is hij weer langdurig afwezig. In ieder mensenleven weten we dan ook dat die momenten van afwezigheid, van leegte gepaard kan gaan met strijd, met tranen, met wanhoop en verdriet. We raken teleurgesteld en soms zelfs verbitterd. Dat zijn dan ook de momenten waarop we dreigen dat verlangen maar op te geven. God, wordt het nog wat met die liefde van U? Dat zijn de momenten waarop we misschien overmand door tranen, door angst, het misschien wel willen uitschreeuwen, dat we maar beter met de Kerst kunnen stoppen. Het is overbodig geworden en het leidt nergens toe. Het gaat alleen nog maar om de commercie, de eterij en de vrolijke gezelligheid. Maar de Bijbelse boodschap die er onder ligt, van die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die horen of zien we al lang niet meer. 

Als we daaraan toegeven, geven we ons feitelijk over aan die tegenmachten die inderdaad steeds weer opnieuw roepen; die God van U? Waar is deze? Kijk eens om je heen? Oorlog, uitbuiting, verkrachting, hongersnood. En liefde, vrede? Waar dan? Stop met die God! Stop met dat verlangen! Geef je over aan de realiteit, dat het toch nooit gaat lukken! En zing met Kerst vooral de zoete kerstliederen, maar wordt realist, dat het toch nooit gaat lukken met die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, met die goddelijke liefde! Laat dat verlangen maar varen. 

Dat is een verleidelijke gedachte, laten we eerlijk zijn! Onze zoete kerstliederen zingen. Geen moeilijke vragen stellen, geen weerstand, gewoon ons gezapige leven verder leiden. Niemand die moeilijk doet! Een IKEA verlangen! Het ligt in grote getale voor het oprapen, warenhuizen vol. Allemaal dezelfde verpakking en allemaal dezelfde gladde uitstraling. En niemand die het echt mooi vind, maar niemand die er zich ook echt aan stoort. Het roept ook geen verwondering op. Geen oooh en aaaah’s over de schoonheid. Geen verwondering over de deuken en krassen die liefdevol in ons lijf en onze ziel in gesleten zijn. 

Komt verwonderd U, zingen we straks met Kerst. Als we uitkijken naar de geboorte van een Kind, als we het resultaat zien van echte liefde, dan mogen we ons ook oprecht verwonderen over de liefde, door God gegeven. Liefde tussen mensen. Liefde tussen God en mensen. Dan zien we ook dat die Goddelijke liefde zich niet laat tegenhouden. Zoals echte liefde zich nooit laat tegenhouden, door tirannen, door muren, door oorlog en geweld. Door drukke agenda’s en door wanhoop. 

We zijn nog maar een paar traptrede verwijderd van de komst van de Messias. Van God die zich met kerst aan ons toont in een mensengestalte. Geboren uit Maria. Kwetsbaar, weerloos. Een God die ons maakt van licht en liefde, van een stem. Die ons los maakt uit de beklemming, die ons niet meer verdeeld. Die ons bevrijd. Die ons vraagt te blijven verlangen naar een nieuwe toekomst. Maar er ook aan te blijven werken. Die ook vraagt om ons te blijven verwonderen. 
80