Categoriearchief: Columns

Heiligen en zondaars

In mijn vakantie heb ik het boek gelezen; “vrijspraak voor losers” van Nadia Bolz-Weber. Zij is een Amerikaanse theologe. Pastor in Denver van de Lutherse gemeenschap House for all Sinners and Saints. Een gemeenschap van yuppen en verslaafden. Nadia Bolz-Weber is een omstreden figuur. Voor conservatief Amerika is ze veel te links, maar voor links kerkelijk Amerika is ze teveel een Jesus-freak. Het is een getatoeëerde, grofgebekte pastor die zichzelf wegzet als een kerkelijke anti-held.

In het boek schetst zij een groot aantal portretten van mensen die op haar pad kwamen. En daarin schuwt zij de confrontatie niet. Ook niet met zichzelf. Ze vertelt het verhaal dat ze een identificatie figuur gevonden had in een vrouwelijke theologe, die ongeveer 100 jaar geleden de eerste Amerikaanse vrouwelijk bisschop was. Voor haar was deze vrouw een held. Tot het moment dat ze tot de ontdekking kwam dat deze vrouw ook een fanatiek aanhangster was van de Klu Klux Klan in Amerika en dus een die-hard racist. Haar eerste reactie was een afwijzing. Met deze vrouw wil ik niets meer te maken hebben. Totdat ze ontdekte dat dergelijke tegenstrijdigheden in veel mensen aanwezig zijn en dus ook in haar zelf. Dus wie was zij om deze vrouw te veroordelen en af te wijzen? Dat was het moment waarop zij jaarlijks, op de sterfdag van deze vrouwelijke bisschop, een kaars brandde bij haar in de kerk.

Terwijl ik dit boek las brandde in Nederland een discussie los rond racisme, met als middelpunt Johan Derksen.  Een omstreden figuur. Misschien ook wel een anti-held! De controverse ontstond over wat hij later zelf noemde “een slechte grap”. Johan Derksen is typisch een persoon waarom heen zich altijd wel een controverse ontwikkeld. Voor de een is hij een heilige, voor de ander een zondaar! Voor de een is hij een racist, voor de ander iemand die het vrije woord verdedigd. Voor weer iemand anders een ongevoelige weinig empathische, oude man.

Ik ben er van overtuigd dat hij geen racist is. Maar tegelijkertijd ben ik er ook van overtuigd dat ieder mens, wit en zwart, weleens een racistische gedachtegang tot zich heeft toegelaten. Ik ben er ook van overtuigd dat ieder mens weleens een slechte grap maakt, zelfs de mensen die er hun beroep van hebben gemaakt. En ik ben er ook van overtuigd dat de wereld indelen langs strikte scheidslijnen van heiligen en zondaars wel een erg gemakkelijke visie is, waarbij we onszelf graag bijvoorkeur indelen bij de groep heiligen.

Ik ga niet mee in deze gemakkelijke visie. Ik weiger Johan Derksen aan de schandpaal te nagelen. Ieder mens heeft het recht om een keer een slechte grap te maken, omdat in ieder mens een zondaar huist, maar zeker ook een heilige.

Derde wereldoorlog

Met de regelmaat kom je mensen tegen die allerlei toekomst voorspellingen doen. Zeker zo rond de jaarwisseling duiken ze vaak op. Meestal ga ik daar schouderophalend aan voorbij, omdat deze voorspellingen toch vrijwel nooit werkelijkheid worden. Zeker wanneer voorspellingen verder in de toekomst liggen neem ik ze met een korrel zout. Hoe realistisch ze dan ook klinken, er zijn altijd wel factoren die maken dat de toekomst toch anders verloopt dan men voorspelde.

Afgelopen zaterdag had de krant die ik dagelijks lees een interview met zo iemand. In 2006 had hij, in een boek waar weinig aandacht aan was besteed, reeds voorspeld dat in 2020 de derde wereldoorlog zou uitbreken. Hij kon toen, in 2006, nog niet weten dat er in 2020 in Amerika een onberekenbare brokkenpiloot als Donald Trump tot president zou zijn gekozen. Maar dat was volgens hem ook niet belangrijk. Hij voorspelde namelijk niet dat in 2020 de derde wereldoorlog zou uitbreken, maar hij had dat berekend. Op basis van wetenschappelijke analyses. Op basis van een voorspelbare cyclus in de wereldgeschiedenis.  Hij is er van overtuigd dat zo’n cyclus er altijd precies hetzelfde uit ziet, maar ook altijd precies dezelfde kantelpunten kent.

Nu heb ik altijd geleerd dat de geschiedenis zich nooit volledig herhaald. Zo zijn er altijd andere factoren aan te wijzen die leiden tot een oorlog. De vorige twee wereldoorlogen paste niet in een bepaalde cyclus. Het had 1914 jaar geduurd voordat de eerste wereldoorlog ontstond. En we hebben geen 1914 jaar hoeven te wachten op de tweede wereldoorlog. En als de cyclus tussen de eerste en tweede wereldoorlog was aangehouden, dan hadden we ondertussen de vierde wereldoorlog al gehad. De aanleidingen waren ook totaal verschillend tussen beide wereldoorlogen. Kortom de theorie van deze meneer rammelt aan alle kanten.

Maar toch merkte ik dat het schuurde. Want net in de week hier aan voorafgaande had onze gekozen clown met zijn blonde pruik uit Amerika een onberekenbare aanval uitgevoerd op Iran. En we weten tot dit moment niet welke gevolgen deze aanval heeft. Er is ooit een wereldoorlog ontstaan naar aanleiding van een veel kleiner incident.

Terwijl ik het interview las dacht ik, los van dat de theorie van deze meneer aan alle kanten rammelt, zou het zomaar kunnen gebeuren dat er in 2020 wel een derde wereldoorlog uitbreekt. Niet op grond van een bepaalde cyclus, maar op grond van het feit dat er in de wereld steeds meer mannen regeren die dat bij voorkeur doen op basis van hun spierballen en op basis van wapen gekletter. En een ongeluk zit in een klein hoekje, zoals het neerschieten van een onschuldig passagiers vliegtuig boven Iran bewees.

Vindt u het gek dat ik toch een beetje bang werd? Want niemand wil toch oorlog?

Onzichtbare daklozen

Alweer enige tijd geleden pakte de meeste kranten groot uit. Het aantal daklozen in Nederland was in tien jaar tijd verdubbeld tot 40 duizend daklozen in 2018. Dat was groot nieuws. Niet zozeer de aantallen, die waren bij de insiders allang bekend. Maar eerder het feit dat wij blijkbaar in ons (rijke) land niet in staat zijn om armoede effectief te bestrijden en dakloosheid tot het minimum te beperken.

Wat ook groot nieuws was en daarmee ook schokkend, was de reactie op dit nieuws van politici en beleidsmakers. Allen waren geschokt en hadden het niet zien aankomen. Dan denk ik, dan heb je de afgelopen jaren toch diep onder de dekens gelegen met je hoofd. Temeer ook omdat dezelfde beleidsmakers veelal verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van hun beleid, namelijk een groeiende armoede en een grotere dakloosheid. Dakloosheid is geen natuurramp die ons overkomt, maar een direct gevolg van gemaakt beleid. Onder andere de bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg. Er kwam minder bedden beschikbaar, mensen werden daardoor mensen eerder “ontslagen” werden van hulpverlening en moesten ze zichzelf maar zien te redden. En wat te denken van de woningmarkt, waardoor veel mensen niet meer in aanmerking voor een gewone betaalbare huurwoning. Bij een dakloze denken we vaak aan iemand die omringd met bierblikjes slaapt op een bankje in het park. Maar er is ook een groeiende groep daklozen waar verder geen onderliggende zorgproblematiek speelt. Het gaat dan om mensen die door een levensgebeurtenis als een echtscheiding of verlies van een baan dakloos zijn geworden. Deze dakloze kan je broer zijn, je collega of jijzelf. Het kan iedereen overkomen.

Schrijnend is ook dat vooral lokale politici opgezadeld worden met deze problematiek.  Die letten vervolgens alleen maar op de portemonnee. Ze moeten ook wel want, terwijl bij de rijksoverheid het geld tegen de plinten klotst, worden zij geconfronteerd met allerlei bezuinigingen. En dus stellen ze alles in werk om ongewenste daklozen, oftewel mensen zonder vaste woon of verblijfplaats, te ontmoedigen om in de stad te blijven, dan wel actief terug te sturen naar de plaats waar zij vandaan zouden komen. Dat noemen zij dan; “doordecentralisatie”.  Laat Appingedam zijn eigen daklozen maar opvangen. In Groningen is het beleid; we geven zo min mogelijk mensen een briefadres. Daardoor kunnen ze geen uitkering aanvragen en daarmee verdwijnen ze wel uit de stad. Terwijl de ervaring leert dat daklozen nergens vandaan komen en ook nergens heen gaan en dus gewoon blijven, bij voorkeur in de anonimiteit van de grote stad. Maar dan zonder uitkering en hulpverlening. Onzichtbaar dus! Probleem opgelost? Over een paar jaar zijn er ongetwijfeld weer “geschokte” politici die roepen dat ze het probleem niet hadden zien aankomen.

Franklin

De jeugd van Franklin speelde zich af op Curaçao. De zon, de warmte. Hij werd geboren in 1946. Vlak na de oorlog, waarin ook Curaçao werd getroffen door Duits oorlogsgeweld, met grote armoede als gevolg. De tijd waarin het zeker niet voor de hand lag om de oversteek te maken naar Nederland. Toch, waarschijnlijk ergens in de jaren ’70, wanneer ik hem er naar vroeg wist hij het niet eens meer precies, maakte Franklin de oversteek naar Nederland. In de hoop op een betere toekomst dan op Curaçao mogelijk was. Eenmaal in Nederland kwam hij terecht in een milieu waarin hij uiteindelijk bezweek voor drank en drugs en criminaliteit. Zoals meer van zijn generatiegenoten en landgenoten. Het grootste deel van zijn leven in Groningen, kwam hij daarmee terecht in de marge van de samenleving. Je zou kunnen zeggen daarin maakte hij “carrière”. Franklin was een “beer van een vent”. Alles was groot aan hem! Daar komt bij dat hij een stem had die tot ver voorbij de Martinitoren, tot diep in de Ommelanden, reikte als hij deze op volle kracht gebruikte.

Zijn territorium was de Oude Kijk in ’t Jatstraat, hoek Muurstraat. Daar was Franklin vrijwel iedere nacht te vinden. Dat stuk beheerste hij. Daar handelde hij en “beschermde” hij. Daar waren mensen bang voor Franklin. Met zijn enorme postuur en stemgeluid.

Dat stemgeluid gebruikte hij voor een deel om mensen te intimideren. Datzelfde stemgeluid gebruikte hij ook als hij de Open Hof binnenkwam. Met een oerkreet, veelal direct gevolgd door een bulderende lach, die de ramen deed trillen, kwam hij binnen en liet mensen ineen krimpen. Zodanig dat ik van menig was dat ik daartegen moest optreden. Ik nodigde hem uit voor een gesprekje in de huiskamer. Fluisterend maakte ik hem duidelijk dat ik zijn “grote bek” respecteerde, maar dat hij goed moest weten dat er een was die een “grotere bek” had: EN DAT WAS IK! Franklin deinsde terug, was even stil en liet vervolgens zijn bulderende lach horen. Hij sloeg mij op de schouders. Sindsdien spraken we geregeld met elkaar. Vertelde hij over zijn leven, beschermde hij vrijwilligers tegen kwaadwillende andere bezoekers, en stuurde hij te jonge bezoekers van de Open Hof weg, want dan zou het alleen maar slecht met ze aflopen.

De harde stem van Franklin was echter niet geheel tot zwijgen gebracht. Hij kwam weliswaar niet meer binnen met die oerkreet van hem. Maar als Franklin in de huiskamer zat en ik kwam binnen, dan klonk iedere keer weer die bulderende stem: DOMINEE! Steevast gevolgd door een bulderende lach. Ik kon dit welkom altijd maar op een manier beantwoorden, met mijn bulderende stem: FRANKLIN! En we gaven elkaar een boks! Datzelfde ritueel voltrok zich ook als we elkaar ergens in de stad tegenkwamen. Waar mensen dan verschrikt naar ons om keken, maar Franklin en ik, lachend onze weg vervolgde.

De laatste keer dat ik Franklin zag was toen hij door de politie naar de Open Hof werd gebracht. Zij hadden Franklin gevonden op een bankje in de stad. Hij had zichzelf helemaal bevuild. Strompelend tussen beide agenten kwam hij binnen. Van zijn bulderende stem was alleen nog gefluister over en zacht beschamend lachje. Of wij hem konden helpen? Liefdevol ontfermde twee vrijwilligsters zich over Franklin. Ze zette hem onder de douche en poetste hem schoon. Waste zijn haren en zorgde dat hij schone kleren aan kreeg. Daarna werd Franklin weer door de politie opgehaald. Deze keer niet om hem mee te nemen naar het bureau, maar om hem af te leveren bij de opvanginstelling.

De bulderende beer, waar mensen bang voor waren, was een oud vertederend mannetje geworden. Die nu voor altijd zwijgt!